TOTUS TUUS, MARIA !
TOEPASSING VAN DE WETENSCHAP VAN HET GODDELIJK LEVEN
Brieven van Myriam aan individuele zielen
Onderrichtingen specifiek gericht op concrete levenssituaties en levensvragen van zielen
Myriam van Nazareth

| (indien U aan Myriam hebt geschreven, gelieve U tevens deze belangrijke opmerking te lezen) |
Brief 93
Over het verschil van de effecten van indrukken uit de natuur en uit het kunstmatig geschapen gedeelte van de wereld op de ziel – over het verschil tussen de Hemelse verlangens en wereldse verlangens – over de heiligings- en bevrijdingswerken van de Meesteres van alle zielen – over de Liefde als bevrijdende kracht – over de vrijheid van de Hemel en de tirannie van de wereld
TOTUS TUUS, MARIA!
Lieve broeder in Jezus en Maria,
De wereld staat bol van indrukken. Wanneer wij van nabij bekijken waar deze vandaan komen, herkennen wij gemakkelijk twee grote bronnen van indrukken:
-
Diegene, die uit de natuur voortkomen. Hier gaat het om indrukken die voortkomen uit de dieren- en plantenwereld, evenals deze, welke door niet-levende landschapselementen (stenen, bodemgesteldheid uit geologisch oogpunt beschouwd, enzovoort) worden overgebracht (kleuren, vormen, geluiden, geuren, smaken);
-
Diegene, die door menselijke tussenkomst worden opgewekt. Het gaat hierbij om het door mensen “geschapen” gedeelte van het landschap (industriezones, gebouwen, straten, enzovoort), evenals de ontelbare indrukken uit onnatuurlijke geluiden, opdringerige reclame, televisie en andere media.
Oppervlakkig beschouwd, zou men er kunnen van uitgaan dat het om het even is, waaruit een indruk stamt: kleur is toch kleur, geluid is toch geluid, enzovoort. Een enorme dwaling! De mensenziel is met een “mechanisme” uitgerust, dat men met een sensor, een voeler, zou kunnen vergelijken. Deze “sensor” lijkt voortdurend de omgeving in dewelke de ziel (in het fysiek lichaam) zich bevindt, af te tasten en de waarde van deze omgeving voor de spirituele ontwikkeling te onderzoeken en te bepalen. Deze “sensor” bemerkt al gauw of een indruk die zich aandient, uit de door God geschapen natuur of uit een kunstmatige, door mensenhanden “geschapen” bron komt. Het natuurlijke wordt als “levenschenkend en levendragend” geëvalueerd, terwijl het kunstmatige, het onnatuurlijke, het menselijke, als “spiritueel dood” wordt ervaren. Onder andere om deze reden kan het zijn, dat de ziel zich in het drukke verkeer, in een industriezone en gelijkaardige omgevingen, niet goed voelt.
Lieve broeder, deze informatie is belangrijk, omdat zij ons de mogelijkheid biedt om Uw probleem gemakkelijker in de spirituele zin te begrijpen.
De indrukken, die uit de menselijke bron op de ziel afkomen, zijn niet slechts “spiritueel dood”, zij zijn ook verontreinigd, doordat zij slechts op de bevrediging van stoffelijke behoeften zijn gericht. De wereld belooft de zielen oneindig veel, letterlijk ”de hemel op aarde”. Deze “hemel” is een luchtspiegeling, vluchtig als de geur van een door mensen gefabriceerd parfum, dat door de wind wordt verwaaid. Nochtans verkopen ontelbaren letterlijk hun ziel voor deze “hemel op aarde”.
Het uiteindelijke doel van elke wereldse “schepping”, die een dergelijke indruk wekt in de ziel, is de financiële winst. Uit deze bestreving worden industrie, reclame en media geboren, of ten minste zeer ver boven de mate van het noodzakelijke ontwikkeld. Deze “ontzielde” hartsgesteldheid, uit dewelke derhalve dagelijks miljarden indrukken in de wereld worden gebracht, berooft ontelbare zielen van het Goddelijk Leven, en vernietigt op termijn elk zaad uit hetwelk dit Goddelijk leven in de zielen tracht open te bloeien. Zo moet U de gesteldheid begrijpen, die momenteel Uw hart overweldigt.
U verdrinkt in de schulden, U gaat gemakkelijk in het rood, maar U wilt graag voor altijd vrij van schulden worden, en smeekt daarom Maria om ondersteuning. Zij zal U deze niet weigeren. De Koningin des Hemels vraagt U slechts om het volgende: Legt U elke bekoring, die U er wil toe brengen, U naar de wereld en haar ettelijke schijnbehoeften toe te wenden, onder Haar voeten. Lieve broeder, tracht U zich het volgende beeld voor ogen te houden:
Elk verlangen dat de Meesteres van alle zielen via de geschriften bekend maakt, kan met een wondermooie bloem vergeleken worden:
-
Het betovert door schoonheid: De ziel wordt diep inwendig – in de eerder vermelde “sensor” – verrukt, omdat zij Gods Tegenwoordigheid in dit verlangen voelt;
-
Het betovert door de geur: De ziel ervaart het diep inwendig als een weg naar de heiligheid;
-
Het draagt in zich het bloemenstuifmeel, drager van de vruchtbaarheid en van het (Goddelijk) Leven.
Dit Hemels verlangen werkt in de diepste kiem van de ziel als zuivere voeding. Diep inwendig verlangt de ziel naar inzicht in de verlangens van de Meesteres, die volkomen en restloos met de verlangens van God Zelf overeenkomen.
Elk verlangen daarentegen, dat U uit de wereld wordt opgedrongen, en dat slechts beoogt dat U in de mallemolen van wereldse behoeften (en ontelbare kunstmatig in het leven geroepen schijnbehoeften) terecht zou komen, die ieder op zich slechts de dwaasheid van het werelds denken onderstrepen, is niets méér dan een bloem uit plastic:
-
De oorspronkelijke verwondering over haar “schoonheid” verandert reeds gauw in teleurstelling en in het gevoel, bedrogen te zijn, want deze schoonheid is kunstmatig en niet bezield, zij is leeg en inhoudsloos;
-
geuren, doet zij helemaal niet, want daartoe ontbreekt het haar aan bestanddelen, die zij op grond van de Goddelijke Intelligentie en van een ingebouwd groeiplan had kunnen ontwikkelen;
-
zij draagt geen leven in zich, en heeft de ziel derhalve niets te bieden.
De behoeften naar de dingen van de wereld, die men zich met geld kan en moet verwerven, zijn als een onverzadigbare honger, die steeds een gevoel van onbevredigd-zijn nalaat, en het hele wezen krachteloos maakt. Door de onophoudelijke jacht naar ware voeding heeft de ziel geen tijd over om haar werkelijke roeping na te gaan. Al haar inspanningen besteedt zij aan vergankelijke bezigheden en aan het verwerven van vergankelijke voorwerpen, die haar niets opleveren dat haar dichter bij haar doel zou kunnen brengen. Het enige doel van het leven is de Poort naar de Eeuwige Gelukzaligheid, die de ziel voor zichzelf op wegen van ware vruchtbaarheid voor Gods Werken moet verwerven.
Lieve broeder, de dingen van de wereld voeden het spirituele leven niet. Zij worden heel gemakkelijk gewenst en verworven om de eigen zwakheden nog verder te voeden, zodat deze uiteindelijk de ziel met vuistdikke ketenen vastbinden, zoals in een kerker: Gescheiden van alle Licht, van elke blijvende vreugde, ver van alle Leven. Het enige werktuig dat de ziel uit haar zwakheden kan bevrijden, is de Ware Liefde. De Ware Liefde wordt in de ziel tot leven gewekt, zodra de ziel het inzicht van haar bestemming als kind van God verwerft. Dit inzicht moet zij echter niet met het verstand verwerven, maar met het hart.
Houdt U zich vast voor ogen:
-
Dat God U in de wereld heeft gestuurd opdat U zou deelnemen aan het plukken van de vruchten voor Gods Rijk op aarde;
-
Dat Hij U daartoe wonderbare talenten als rugzak op de weg tussen de fruitbomen heeft geschonken, die Hij dagelijks door de uitstorting van Genaden en de wenken van Zijn Voorzienigheid tracht te voeden;
-
Dat Hij weliswaar de bevrediging van behoeften toelaat, die het lichaam in stand houden, maar dat deze als middel tot zelfontplooiing (heiliging) zijn bedoeld, en in geen geval tot doelen op zich mogen worden;
-
Dat Hij voor U het loon van de erfgenaam van de Goddelijke Nalatenschap klaar houdt, die bestaat uit de Eeuwige Goddelijke Gelukzaligheid, in dewelke men echter slechts door een leven van onthechting kan binnengaan. De reden hiervoor is, dat God de wereldse gehechtheden als een beslissing ten gunste van de wereld en ten nadele van Zijn eeuwige Geschenken beschouwt.
-
Dat de wereldse gehechtheden sterker worden naarmate de Liefde in de ziel zich laat verlammen;
-
Dat de Meesteres van alle zielen de ware Liefde tot God, tot Gods Werken en Plannen en tot de medeschepselen honderd- en duizendvoudig kan aanwakkeren, en dat Zij daarvoor slechts de navolging vanwege de ziel nodig heeft: De ziel die Haar onderrichtingen en instructies in de dagelijkse praktijk omzet, wordt door de Meesteres naar de toppen van de heiligheid geleid. Deze ziel wordt in de eerste plaats zo omgevormd, dat haar vermogen tot liefhebben, tot hopen en tot geloven vele malen wordt versterkt. Onder de onvermoede voordelen van deze ontwikkelingen zijn de volgende de meest opvallende:
-
Hoe groter de Liefde wordt, des te gemakkelijker komt de ziel ertoe, de wereld de rug toe te keren en haar leven tot in alle details ten dienste van de hogere dingen te stellen.
-
Hoe groter de hoop wordt, des te sneller zal de inwendige Vrede van de ziel groeien, omdat zij dan in alles vanuit de vaste overtuiging leeft, dat dit leven met al zijn beproevingen slechts als een storm in een glas water is, die zij moet doorstaan om de volmaakte Gelukzaligheid in het Eeuwig Paradijs te erven.
-
Hoe groter het geloof wordt, des te onmiskenbaarder wordt voor de ziel de ervaring van Gods Tegenwoordigheid in alle kruisen, in elke versterving, in elke onthechting, zodat zij zich op zekere dag méér over een tekort aan wereldse bevredigingen dan over de vervulling van de meeste behoeften zal verheugen, want zij zal dan hebben begrepen dat negentig procent van de wereldse behoeften slechts schijnbehoeften zijn, die haar van God verwijderen, net zoals negentig procent van de werkelijkheid voor de ziel niet zintuiglijk waarneembaar is, en de noden van de materie derhalve zijn zoals een monster dat erin slaagt, de zielen ertoe te brengen dat zij negentig procent van Gods gaven ongeïnteresseerd afwijzen, en dan nog wel die negentig procent waarin de meeste onvergankelijke genaden werkzaam zijn.
Lieve broeder, de wereld is een tiran. Hoe meer de ziel zich daaraan weggeeft, hoe meer zij tot slaaf ervan wordt. De Koningin des Hemels wordt ons, zielen van de Laatste Tijden, getoond als de Meesteres die de macht heeft om ons te bevrijden. Maria voltooit de Verlossing van de zielen van goede wil in de mate waarin de ziel zich volledig aan Haar overgeeft en Haar richtlijnen nauwgezet volgt. De Verlossing is geen passief proces. Het is een kwestie van actieve inzet, en wel vooral op het niveau van de overwinning van de eigen zwakheden. Precies daarom hebben de zielen nu de Meesteres van alle zielen nodig: Zij bevrijdt de harten, opdat de werkelijk aan Maria toegewijde zielen de kracht en de moed mogen vinden om de Verlossingswerken van Jezus in zich te voltooien. De Heilige Paulus herinnerde er ons reeds aan, dat de Verlossing een kwestie van de aanvulling van de Werken van Christus is. Nu, in onze dagen, wordt ons heel precies geschetst hoe wij deze aanvulling op de meest vruchtbare wijze kunnen verwezenlijken.
Lieve broeder, U hoeft niet meer bang te zijn. U hebt zich volledig aan Maria overgegeven. Het is de duivel die tracht, U bang te maken. Vreest U niet omwille van Uw zwakheden, want precies om hun nederlaag te bezegelen, heeft de Meesteres van alle zielen zich over U ontfermd. Binnenkort zal het enige dat U nog zou willen verwerven, de vervolmaking van de Liefde zijn, en zult U nog slechts het geld van Uw opofferingen uitgeven, waarmee de ziel zich letterlijk alles kan kopen wat haar werkelijk voor eeuwig rijk maakt. Op mijn inzet in het gebed bij de Koningin des Hemels kunt U vast rekenen.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 122
Over de individuele vorming van een ziel die tot de mystiek geroepen is – over het verenigen van beproevingen met de Passie van Christus – hoe kan men een ziel helpen die “werktuig van de duivel” is? – over het verlaten van de ene ware Katholieke Leer ten gunste van andere godsdiensten – over de Mariatoewijding – over het Myriam van Nazareth-Apostolaat.
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Om te beginnen, wil ik graag ingaan op Uw vraag – met het oog op de grote hoeveelheid van geschriften – of Myriam werkelijk één persoon is, of een apostolische groep. U hebt deze vraag niet louter toevallig gesteld, want de Moeder Gods verheugt Zich erover, het volgende duidelijk te kunnen stellen:
Vanzelfsprekend is Myriam één enkele persoon. Een mystieke roeping is altijd strikt individueel. Een roeping tot welbepaalde verkondigingen, zoals in dit geval, zou absoluut niet anders dan individueel vorm kunnen krijgen. Wanneer God aan de zielen een welbepaald pakket aan kennis en inzichten wil meedelen, zoekt Hij daartoe een ziel, die vervolgens intensief naar dit doel toe wordt gevormd. Dit zou zich helemaal niet door verscheidene zielen als groep kunnen voltrekken. God, respectievelijk Maria, werkt niet doorheen een meervoud aan zielen naar hetzelfde doel van verkondiging toe. De ware mystiek is een strikt individuele zaak tussen een Hemels Wezen en een individuele ziel op aarde. Een ziel die voor een mystiek doel wordt gevormd, wordt daartoe langsheen een heel specifieke weg geleid, op dewelke zij – op basis van de specifieke gaven, ervaringen en innerlijke gesteldheden waarover zij beschikt – in een bepaalde richting wordt gestuurd, terwijl zij steeds opnieuw wordt getest, en wel zo lang, tot duidelijk is dat zij voor het specifieke Goddelijk Werk is geschikt, voor hetwelk zij geroepen en gevormd is.
De ziel in mystieke vorming, wordt getest op zuiverheid, Liefde, gehoorzaamheid, overgave, weerstand tegen beproevingen en het vermogen van onderscheiding tussen Licht en duisternis, tussen Waarheid en onwaarheid. Mocht dit niet het geval zijn, dan zou de mystieke ziel gemakkelijk ten prooi kunnen vallen aan de duivel, want de volledige opening van het mystieke kanaal maakt de ziel meteen bijzonder gevoelig voor de beide zijden van de bovenaardse werkelijkheid: de Hemel, en de andere zijde. Zodra de ziel zo ver is, zich van het ene ogenblik op het andere voor de aanrakingen en ingevingen van Boven te kunnen openen, is zij ook zeer gevoelig voor de tegenwoordigheid van de duivel. Mocht zij niet het vermogen bezitten, onmiddellijk en heel scherp doorheen de vermommingen van de duivel heen te kunnen kijken, dan zou zij zijn als een werktuig dat steeds de muren afbreekt van Diegene, die Zich van haar bedient. God kan en wil Zich dit niet veroorloven. Daarom is het ronduit een maaksel van de duivel wanneer zielen beweren dat zij samen met een andere ziel “één en dezelfde mystieke taak” hebben. Gelooft U mij, ik schrijf dit, zoals steeds, niet uit mijzelf, doch omdat mijn Hemelse Meesteres mij de opdracht daartoe heeft gegeven. Het Myriam van Nazareth-Apostolaat (sedert Pasen 2012 Maria Domina Animarum Apostolaat) is tenslotte in de eerste plaats een apostolaat van de volle Waarheid van God.
Gedurende haar vormingstijd wordt de ziel op de mystieke weg in de belevingen en de innerlijke gesteldheden van de mystieke ervaring gevormd, en worden de fundamenten van haar “persoonlijkheid” dusdanig gesterkt, en indien nodig, omgevormd, dat zij het hoofd kan bieden aan de eisen van een mystiek leven, zowel op het lichamelijke als op het geestelijke vlak. Dit alles is de gemiddelde mens niet bekend. Aangezien geen twee zielen identiek zijn, noch identieke kenmerken hebben, noch identieke levenswegen af te leggen hebben, noch een identieke levensopdracht te vervullen hebben, noch identiek reageren op een leven in intensief mystiek contact, kan God eenvoudigweg geen twee zielen gelijktijdig voor dezelfde taak inzetten. Om deze reden zou een apostolaat met een bedoeling en een doelstelling zoals dat van Myriam van Nazareth, onmogelijk anders kunnen, dan zich baseren op de Werken, die God via één enkele ziel volbrengt. U kunt hierover meer lezen op www.myriam-van-nazareth.net, in de teksten die U kunt aantreffen onder “Over dit Apostolaat”.
Met betrekking tot het probleem met Uw schoonzoon, wil Maria U het volgende op het hart drukken. Tegenwoordig worden heel veel zielen blind gemaakt voor hun eigen gesteldheden. Deze zielen lijken helemaal geen zelfkennis te bezitten. Hierdoor zondigen zij onbeteugeld, en worden zeer gemakkelijk tot gesels in de handen van de duivel. Ik wil mij graag van het beeld bedienen, dat de Moeder Gods mij toont, omdat het een diepe betekenis heeft voor de wijze waarop U hiermee het vruchtbaarst kunt omgaan. Eigenlijk zou men kunnen zeggen: “U wordt tegenwoordig (en dat reeds jaren lang) door de betreffende persoon “spiritueel gegeseld”.
Nu kan men een situatie op twee totaal verschillende wijzen, uit twee totaal verschillende invalshoeken, bekijken. Ofwel beschouwt men haar vanuit het menselijk oogpunt, en dan zal men trachten, de situatie te analyseren, de redenen uit te pluizen, te zoeken of er eigenlijk logica achter zit, en tenslotte zal men er doorgaans tegen protesteren. Het resultaat is over het algemeen, dat de ziel zichzelf opvreet, zoals een kankergezwel dit doet in het lichaamsweefsel. Men kan het echter ook uit het spirituele oogpunt bekijken. In dat geval tracht men zichzelf en de door de situatie geleden pijnen terzijde te schuiven, en op hen neer te kijken alsof men dit alles door Gods ogen zou zien: Wat kan ik met deze situatie aanvangen, opdat zij mij niet volkomen opvreet, doch integendeel vruchten oplevert voor Gods Plannen en Werken?
De Meesteres van alle zielen belooft U de kracht om deze beproeving te dragen, maar vraagt U in ruil daarvoor gebed om de inwendige Vrede te kunnen terugvinden. Tot ondersteuning deel ik U graag iets mee uit de rijke schat, waardoor Maria mij jaren geleden leerde over de wijze waarop beproevingen volledig met de Passie van Jezus verbonden kunnen worden, opdat hun vruchtbaarheid grenzeloos zou kunnen toenemen. Aangezien het bij U gaat om een “spirituele geseling”, beschrijf ik U graag heel kort iets uit de gesteldheid van Jezus gedurende Zijn geseling op de ochtend van Goede Vrijdag. In een Openbaring van Jezus, die op Gods Tijd in een nieuw geschrift zal worden opgenomen (De Oogst van de Eeuwige Liefde – wordt dezer dagen gepubliceerd), liet Jezus mij gedeelten horen van de gedachten, die Hij (tijdens de geseling) “naar de Eeuwige Vader toe stuurde”. Hierna volgen enkele zinnen uit deze Openbaring (omdat Maria mij toestaat, deze bij deze gelegenheid reeds publiek te maken):
Jezus gedurende de geseling, vanuit de diepte van Zijn ziel:
“O Vader, moge één van de vruchten van deze kwelling deze zijn: dat de zielen al hun beproevingen zouden aanvaarden door het bewustzijn dat niets, geen enkele kwelling, een leven op zich leidt, noch een eindpunt betekent: Aan alles komt een einde, en na de kwelling in dienst van God volgt gelukzaligheid, ja deze wordt tijdens de kwelling bereid, zoals de druif eerst geperst moet worden om daarna te verblijden als de wijn die kracht schenkt”.
Bij elke geselslag stelde Jezus Zich levendig voor, dat de zweep de hel in tweeën spleet. U kunt dit naar Zijn Goddelijk voorbeeld in Uw dagelijks leven ook doen.
Lieve broeder, het is Maria gegeven, U de kracht te verlenen om deze geseling nog even vol te houden. Hoe lang het nog zal duren, kan en mag niemand zeggen, omdat dit proces deel uitmaakt van Gods Heilsplan, en derhalve in de sfeer van het Mysterie is gehuld. Misschien is het korte inzicht in de gesteldheid van Jezus gedurende de geseling U enigszins tot hulp. Houdt U zich steeds voor ogen dat alles steeds ergens binnen Gods Heilsplan past. Zelfs de persoon, van wie de duivel zich nu bedient om U “het vuur aan de schenen te leggen”, speelt door zijn handelingen een rol binnen Gods Heilsplan. Het toppunt van onze geloofservaring bestaat echter hierin, dat de kern van onze ziel zich er ondanks alle pijn steeds van bewust blijft, dat God met ons leed is begaan, en er het beste (dit wil zeggen: het meest vruchtbare) van maakt.
God kan aan alles een andere wending geven. Hij wil daartoe echter onze vrije wil kunnen gebruiken, en wacht derhalve op onze eerste stap. Ziet Hij een volhardend streven naar liefdevolle “samenwerking” met Zijn Plannen, dan opent Hij alle deuren voor de genadestromen. Een maximum aan samenwerking met God zou er nu uit bestaan, dat U de hele situatie met al Uw pijn en alle hartenpijn aan Maria toewijdt. Geeft U Uw hart en de harten van alle betrokkenen, maar ook het hart van Uw schoonzoon, over aan Maria, opdat Zij deze harten zowel kan genezen alsook kan zuiveren.
Een zuiver hart is als een instrument dat het Goddelijk Licht vermenigvuldigt. Maria definieert de zuiverheid immers als de mate waarin de ziel ertoe in staat is, Gods Licht onbelemmerd door te geven, zoals een spiegel zonder vlek. Eén van de krachtigste wijzen om de zuiverheid van de zielenspiegel in stand te houden, is de oprechte vergeving. Vergeving neemt de duivel heel veel wind uit de zeilen, zij verlamt zijn stormen. Zou U graag dit werktuig van de beproeving tot bekering helpen brengen, dan is volkomen liefdevolle vergeving absoluut noodzakelijk. Deze kan gerust in de stilte van het hart worden geschonken, want voor een confrontatie van aangezicht tot aangezicht is deze ziel nu nog niet klaar. Hebt U overigens gemerkt dat ik deze ziel bewust als “werktuig van beproeving” aanduid? Inderdaad, de oorzaak van deze beproeving is niet de schoonzoon, maar de duivel. De schoonzoon is een gevangen ziel. Wanneer U deze ziel – zelfs diep in Uw hart – verwijten maakt, legt U haar een bijkomende ketting om de hals. Slechts de volheid van de vergeving kan haar ketenen breken, en haar bevrijden. Wanneer zij eenmaal uit haar ketenen is losgemaakt, moet zij nog een hek van de kerker openen: deze van de trots op het moment waarop deze ziel U de hand moet reiken. Onderschat U ook deze strijd niet. Het zal veel Liefde vragen om deze duisternis van ketenen en tralies te doorbreken. Alleen kan een ziel dit niet doen, maar met Maria kan zij dit wel. Dit zijn de wonderen die God in deze Laatste Tijden het liefst volbrengt, liever dan deze van een lichamelijke genezing of een ommekeer van materiële moeilijkheden.
Uw tweede dochter wordt door God gebruikt om een teken te stellen. Zij werd in het ene ware geloof, onder de effecten van de rooms-katholieke Leer van Christus geboren, doch laat zich op grond van een “mysterieuze” dwaling op een andere weg leiden, aanvankelijk niet op basis van religieuze motieven. Reeds snel is echter gebleken dat zij een afwijkend geloof aanhangt. Klaarblijkelijk heeft zij zich door het gezang van de nachtegaal laten betoveren. Ooit zei Maria tot mij:
“Wanneer het haar plannen blijkt te kunnen dienen, zingt de duivelse slang als een nachtegaal”. Zo bekoort de duivel talloze zielen door hen opwindende opvattingen en wereldbeelden voor te spiegelen. Door de gespannen verwachtingen gaan deze zielen dwalen, en zodra zij aan de betovering ten prooi zijn gevallen, worden zij in verkeerde geloofsopvattingen ondergedompeld.
Op deze wijze verliest de Kerk van de ene Waarheid van God bijvoorbeeld vaak zielen aan de oosterse wereldbeschouwingen: De betovering van het Oosten werkt zich uit in het beeld dat de ziel van God, Zijn Mysteries en het Goddelijk Leven heeft. De strijd voor het behoud en de verdieping van de basiswaarden vormt precies één van de redenen waarom God in deze Tijd Maria als de Meesteres van alle zielen bekendmaakt, die aan de zielen de Wetenschap van het Goddelijk Leven onderricht, opdat zij hun spirituele erfenis op haar juiste waarde zouden weten te schatten, en zij hun hart zouden richten op datgene, waarvoor het werkelijk moet slaan: in de kern van de ene Waarheid van God. In het geval van Uw dochter gaat het dan weer om een godsdienst, die principieel de volheid van de Transsubstantiatie afwijst. Een leer die dit fenomeen afwijst, leidt de ziel onvermijdelijk weg van de Waarheid, want wanneer de ziel compromissen toelaat over de Waarheid van de eeuwigdurende Tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie, verloochent zij meteen ook de volmaaktheid van de Goddelijke Liefde. Wanneer Gods Liefde echter niet in haar volheid wordt aangenomen, wordt er eigenlijk van uitgegaan, dat God slechts voorwaardelijk met Zijn schepselen bezig is. Dit zou meteen betekenen, dat de schepping niet onbeperkt onder Gods controle zou staan... Een gevaarlijke dwaalweg.
Hoe kunt U op een vruchtbare wijze aan deze pijn het hoofd leren bieden? Door deze aan Maria te offeren tot bekering en inzicht voor zielen die het ene ware geloof verloochenen om zich naar andere godsdiensten te wenden. God laat zielen op een bepaalde plaats geboren worden, omdat zij precies daar een taak te vervullen hebben. Wanneer nu een ziel geboren wordt in een land waar de enige godsdienst heerst, die de Schat van de Goddelijke Waarheid in haar volheid in bewaring heeft (het rooms-katholieke christendom), wordt van deze ziel verwacht, dat zij zich helemaal geeft voor het behoeden van deze schat. Op ons, christenen, rust een buitengewone verantwoordelijkheid, doch de christenen van deze tijd zijn zich daar nauwelijks nog van bewust. Wij zouden moeten erkennen dat de ziel, die deel mag hebben aan de bewaring van het Goddelijk Goud, later ook aan het bezit van dit Goud deel zal hebben. Om de Eeuwige Gelukzaligheid waardig te zijn, moeten wij de wegen, die naar het Rijk van deze Gelukzaligheid leiden, verdedigen en onderhouden.
God heeft ontelbaar vele offers nodig, omdat tenslotte ontelbaar vele zonden van de meest uiteenlopende soorten worden begaan. Doorgaans zal een ziel zich met méér volhardende inzet kunnen overgeven aan het bestrijden van een bepaalde vorm van duisternis, wanneer precies deze vorm van duisternis zich in haar eigen leven kenbaar maakt. Om deze reden mag U het als een genaderijke taak beschouwen, alle pijnen en ontgoochelingen, die hiermee gepaard gaan, dagelijks aan Maria aan te bieden. Zij is de Moeder van de Kerk, de Moeder van de Eucharistie, de Moeder van de dwalenden, de Meesteres van alle zielen.
De bewust christelijke ziel wordt vaak als werknemer op Gods Wijnberg bestempeld. Maria gaat hierin een stap verder: Zij bestempelt ons allen als druiven op deze Wijnberg. Onze beproevingen zijn de wijnpersen. Dit betekent: Wij worden gewond, en tot de laatste druppel van ons wezen uitgeperst. Zijn er andere wijzen om God het materiaal aan te bieden, waaruit Hij de wijn van de Verlossing en de heiliging van Zijn Rijk kan bereiden? Kan men dan aanspraak maken op de wijn, zonder zelf druiven te leveren? Vele zielen zouden maar al te graag een held zijn. Het ware heldendom bestaat echter hierin, zich met alle beproevingen liefdevol en in ware overgave aan Maria toe te wijden, om daardoor zielen van de eeuwige dood te redden. De volkomen Mariatoewijding is het absolute toppunt van de vervulling van Jezus’ Woorden:
“Geen grotere Liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”. Totale toewijding aan Maria is een overgave van ons leven, onze levenskracht, onze pijnen en vreugden, om in zo verregaande mate aan onszelf te sterven, dat wij constant Leven opwekken.
Tot besluit moet ik er nog op wijzen dat U mij jammer genoeg niet kunt bezoeken, aangezien de Moeder Gods mij elk publiek contact verbiedt. Maria werkt hiermee een plan uit, dat Zij reeds dertien jaar geleden met mij is begonnen: De vorming van een ziel tot de uitsluitende dienst aan Maria als bijdrage tot de schittering van Gods en Maria’s Heerlijkheid. Het belang van dit doel wordt precies aangetoond door het feit dat de Moeder Gods mij tegen elke verontreiniging wil beschermen. Om dezelfde reden zijn mij strikte gedragsregels opgelegd in verband met lectuur en vele andere dingen. Weest U er echter van overtuigd dat ik U ook steeds rechtstreeks via de spirituele weg kan bijstaan, wanneer de Meesteres van alle zielen mij dit contact van ziel tot ziel toestaat.
Ik draag U en Uw gezin, zowel de lijdenden als diegenen die nu nog “bruggen van hartenpijn” zijn, graag verder in mijn hart.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 134.
Kunnen wij over het verblijf van een bepaalde ziel na de dood informatie ontvangen? – over de kracht van het gebed en Heilige Missen voor de zielen in het vagevuur en voor Gods Heilsplan – kan de ziel in het vagevuur haar geliefden op aarde zien en horen, kan zij zich verplaatsen, enzovoort?
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Het verheugt mij, te lezen dat U voor Uw overleden moeder Heilige Missen volgens de Tridentijnse ritus hebt laten opdragen. Deze Heilige Missen roepen de hoogste mate aan genaden af. U vraagt of deze Missen iets bewerkt hebben, waar Uw moeder zich bevindt, en hoe het haar gaat.
Om te beginnen, moet ik meteen duidelijk stellen dat Heilige Missen steeds en zonder uitzondering iets bewerken, omdat elke Heilige Mis het Verlossingsmysterie van Christus tegenwoordig stelt, dat, zoals bekend, de Hoofdbron der Genaden is. Er kan geen Heilige Mis worden gevierd zonder dat de deur van de Schatkamer der genaden zich opent. Dit zou eenvoudigweg tegen de Wet van de Goddelijke Barmhartigheid en tegen de belofte van Jezus indruisen, dat Hij altijd bij de zielen zou zijn. De Tegenwoordigheid van Jezus brengt altijd heiliging in één of meer elementen van de schepping met zich mee.
Met betrekking tot Uw vraag moet ik U antwoorden dat geen enkele ziel met zekerheid precieze informatie over het verblijf van een bepaalde ziel na de dood kan geven. U vermeldt in dit verband Maria Simma. Het is mij niet toegestaan, enige uitspraak te doen over de begenadiging van Mevrouw Simma, alleen dit: Het is niet uit te sluiten dat er in de loop van de heilsgeschiedenis een ziel is geweest, of zielen zijn geweest, die over het verblijf van een ziel op een bepaald tijdstip na de dood, informatie heeft respectievelijk hebben mogen doorgeven. Ik moet echter in opdracht van onze Hemelse Moeder en Koningin beklemtonen dat deze vorm van informatie doorgaans in het Rijk van Gods Geheimen blijft verborgen. De reden hiervoor wordt heel begrijpelijk, wanneer wij deze vanuit een zuiver spiritueel oogpunt bekijken:
Wanneer vele zielen over het verblijf van bepaalde zielen op om het even welk tijdstip na de dood informatie over hen zouden kunnen verkrijgen, zou dit Gods Heilsplan in hoge mate kunnen beïnvloeden, omdat zielen vaak de informatie over dewelke zij beschikken, zo gebruiken, dat deze hun verdere handelen beïnvloedt. Gods Heilsplan is in hoge mate gebaseerd op het geloof van de zielen op aarde. Staat U mij toe, het verschil door een voorbeeld te verduidelijken:
Elke dag sterven over de hele wereld ongeveer 150.000 mensen.
Aangezien ongeveer een derde van de wereldbevolking christenen zijn, zullen enkele tienduizenden van de dagelijks overlijdenden christenen zijn. Christenen laten gewoonlijk Heilige Missen voor hun overledenen opdragen. Nemen wij nu aan dat elke ziel met zekerheid te weten zou kunnen komen, waar al die overledenen zich op een bepaalde dag na hun dood bevinden. Het is absoluut mogelijk dat onder alle vandaag stervende mensen over, laten wij zeggen, een jaar, een paar duizenden zich in de Hemel bevinden. Welk effect heeft nu het weten of het niet-weten op Gods Heilsplan?
- Wanneer de zielen het verblijf van deze duizenden zielen precies kennen, zullen zij waarschijnlijk ophouden, voor deze zielen te bidden of Heilige Missen voor hen te laten opdragen.
- Wanneer deze zielen echter niets weten over het verblijf van deze overledenen, zullen zij gewoonlijk verder voor hen bidden en/of Heilige Missen laten opdragen.
In het tweede geval zal de staat van genaden van de hele mensheid voortdurend verhoogd worden. In het eerste geval worden bronnen van verheffing van de staat van genade plots drooggelegd. Duidelijk gesteld: Wanneer de zielen geen zekerheid over het verblijf van een overleden ziel kunnen krijgen, zullen zij hun inspanningen voor hen niet zo gemakkelijk opgeven als indien zij zouden denken dat hun inspanningen “overbodig zijn geworden” doordat zij wel zekerheid zouden hebben. Hier toont zich reeds één enkel aspect van de onvoorstelbare waarde van het geloof: Duizenden zielen bidden dagelijks voor overleden geliefden (die deze gebeden misschien zelfs niet meer nodig hebben omdat zij reeds in de Hemel zijn) of laten in totaal duizenden Heilige Missen opdragen (die dan strikt genomen “overbodig zijn geworden”). Maar... deze “overbodige” heilshandelingen worden door God naar andere doelen “afgeleid”. Het gevolg daarvan is, dat dagelijks vele genaden over de schepping kunnen komen, die in het andere geval (zonder gebeden en Missen) niet vrijgemaakt zouden kunnen worden, alleen reeds doordat vele zielen niet weten waar hun overleden geliefden zich bevinden.
Dus, lieve zus, is het een zegen dat de Hemel niet op grote schaal toelaat dat wij over het verblijf van de overledenen uitsluitsel kunnen geven. Mij is dit in elk geval niet toegestaan, en sinds Maria mij steeds diepere inzichten over bepaalde Goddelijke Mysteries schenkt, bid ik zelfs vurig dat mij nooit inzichten over het verblijf van overleden zielen zouden worden geschonken, omdat ik weet hoezeer de vruchtbaarheid van de ziel door dergelijke kennis in het gedrang kan worden gebracht, en dat door de verspreiding van dergelijke inzichten bovendien de vruchtbaarheid en de verdiensten van andere zielen in het gedrang kunnen worden gebracht. Dit alles kan de staat van genade van de hele mensheid doen dalen.
Lieve zus, opdat Uw ziel een zo hoog mogelijke vruchtbaarheid zou kunnen bereiken, moet ik dus zeggen, hoezeer dit mij ook spijt en hoe goed ik Uw vraag ook begrijp, dat van U nu een akt van vast vertrouwen en ware Liefde tot God wordt verlangd, in die zin, dat U de pijn over de onwetendheid in het Hart van Maria begraaft en tot Haar zegt:
”Mijn lieve Hemelse Moeder en Voorspreekster, via U geef ik de God van de ware Liefde mijn pijn over het feit dat mij nog niet bekend is, waar mijn moeder zich nu bevindt, doch tevens ook mijn vertrouwen in Zijn en Uw Werken ten gunste van de ziel van mijn moeder en mijn Liefde tot God en tot Zijn Werken van Heil voor alle zielen”.
Uw pijn + geloof + vertrouwen + Liefde, offert U dan aan Maria ten gunste van de bestemming van Uw moeder, en daarna bidt U gewoon verder voor Uw moeder. Hierdoor verzamelt U zowel voor Uw moeder, als voor Uzelf en voor de staat van Heil van de hele mensheid rijke verdiensten. De ware verrukkingen worden ons niet op aarde, maar voor Gods Aanschijn vergund. Later zal de logica die zich hierachter verbergt, U worden verduidelijkt. Deze logica is een vrucht van de volmaakte Goddelijke Liefde, die ons tot de hoogste vruchtbaarheid wil brengen, omdat deze ook het toppunt van de gelukzaligheid met zich meebrengt. De hoogste vruchtbaarheid verwerft de ziel die blind vertrouwt, hoopt, bemint, en alle hartenpijn aan Maria toewijdt.
Hoe het met Uw overleden moeder gaat, is een vraag op dewelke het antwoord als een verrukkelijke geur uit een Hemelse bloem stroomt: Elke ziel van goede wil die in oprecht geloof en in oprechte zuivere Liefde deze wereld verlaat, maakt het goed na de dood, omdat zij op de golven van Gods Wijsheid naar haar uiteindelijke bestemming wordt gedragen. De zielen in de Hemel genieten het toppunt van verrukking in Gods en Maria’s Tegenwoordigheid. De zielen in het vagevuur van hun kant, voltooien hun loutering en vervolmaking in de Liefde overeenkomstig de Goddelijke Wet en Zijn Heilsplan. Ook deze zielen maken (tijdelijk nog voorwaardelijk) deel uit van de Eeuwige Tuinen, in de navolgende zin:
- De zielen in de Hemel zou men zich als volledig ontloken bloemen kunnen voorstellen.
- De zielen in het vagevuur zijn bloemen in de knop, die nog een bijkomende ontwikkeling van liefdeswarmte nodig hebben om zich definitief te kunnen openen. Zij gaan doorheen dit proces in overeenstemming met het Goddelijke groeiplan, waarbij van hen wordt verwacht dat zij de stromen van het Goddelijke Leven ten volle benutten opdat hun vervolmaking in de Liefde snel zou worden verwezenlijkt.
Van de zielen op aarde wordt een rotsvast geloof in de volmaakte Liefde van God verlangd, die zich volledig ten gunste van elke ziel uitstort. Zo heeft Jezus Christus het ons in Zijn Lijden bewezen, en zo werkt de Eeuwige Vader het in het verborgene uit voor U, voor mij, voor Uw overleden moeder, voor elke ziel die deze regels leest.
Met betrekking tot Uw vraag: Kan een overleden ziel in het vagevuur de zielen van haar geliefden zien en horen? Wat gebeurt in het vagevuur? Zitten de zielen daar te lijden, of hebben zij ook een bezigheid? Kunnen de zielen zich ondanks hun leed, vrij bewegen?
De waarneming van een ziel in het hiernamaals mogen wij ons niet volgens onze menselijke wijze voorstellen. Ten eerste horen en zien de zielen in het hiernamaals ons niet met lichamelijke ogen of oren, maar worden hen bepaalde inzichten toegestaan, die hen rechtstreeks in de ziel wordt ingegoten. De belangstelling van deze zielen is niet langer van wereldse aard, maar louter spiritueel. In vergelijking met de onze is hun waarneming heel sterk verbreed. De ziel in het hiernamaals beschouwt alles vanuit een zeer veel breder perspectief, dat eveneens een enorm gedeelte van Gods Waarheid omvat, dat voor ons op aarde verborgen blijft, omdat wij in het tegenovergestelde geval minder verdiensten zouden kunnen verwerven.
Wat een ziel in het vagevuur over ons waarneemt, wordt in het bijzonder bepaald door wat zij volgens Gods onfeilbaar oordeel “nodig heeft” om waar te nemen. De ziel in het vagevuur is bijvoorbeeld niet in dezelfde zin geïnteresseerd in onze dagelijkse problemen als wijzelf, omdat deze ziel weet dat de beproevingen van ons dagelijks leven in het uur van ons levensoordeel onmiddellijk na de dood zijn als goud, op voorwaarde dat wij God kunnen aantonen dat wij deze in Liefde en aanvaarding hebben gedragen, en wellicht aan Maria hebben toegewijd. De Moeder Gods heeft mij echter toevertrouwd dat een ziel in het vagevuur ervan in kennis kan worden gesteld wanneer wij op aarde dwaalwegen bewandelen, die de genadestaat van onze ziel in gevaar kunnen brengen. God beoogt hiermee een heel bijzonder doel, en wel het volgende:
De ziel in het vagevuur lijdt. Ik heb in vroegere teksten en brieven reeds mogen verduidelijken hoe en waarom. Het tijdstip van hun bevrijding uit het vagevuur hangt af van de mate van de door hen opgebrachte Liefde. Het komt voor, dat een ziel in het vagevuur iets over dwaalwegen of zware zonden van een geliefde ziel op aarde mag vernemen, en dan als het ware voor de keuze wordt gesteld, of zij haar lijden verder voor haar eigen loutering wil gebruiken, of het gedurende een bepaalde tijd wil gebruiken voor het verwerven van de genade van bekering voor de dwalende ziel op aarde. Wanneer deze ziel in het vagevuur kiest voor de laatste mogelijkheid, dan wordt de voltooiing van haar eigen loutering uitgesteld, maar dan kan haar de Barmhartigheid worden bewezen, dat zij omwille van deze daad van zelfverloochening haar eigen loutering kan verkorten. Tenslotte heeft de loutering van een ziel in het vagevuur alles te maken met haar ontwikkeling in de onvoorwaardelijke Liefde.
Dus, kort samengevat: De ziel in het vagevuur kan in principe zielen op aarde “waarnemen”. De wijze waarop, en de omvang van deze waarneming, worden echter door de Goddelijke Wet en door de eisen van hun loutering bepaald.
Wat gebeurt nu in het vagevuur? De zielen lijden daadwerkelijk, maar zij weten waarom en waarvoor, omdat zij in het uur van hun overgang uit dit aardse leven de volheid van Gods Waarheid en de Wet van de Goddelijke Liefde hebben mogen aanschouwen, en omdat zij hun eigen voorbije leven op aarde door Gods ogen hebben mogen zien, zodat zij nu van elk detail van dit leven precies weten, welke waarde het voor Gods Heilsplan heeft gehad, welke verdiensten zij daardoor hebben verworven, respectievelijk met welke schuld zij zich daardoor hebben beladen.
Hebben de zielen in het vagevuur een bezigheid? Hun “bezigheid” houdt verband met het werk aan hun vervolmaking. Zij interesseren zich eigenlijk alleen voor het delgen van hun eigen schuld tegenover de volmaakte Liefde van God, en voor het brengen van eerherstel voor datgene dat zij God tijdens hun leven te weinig of in te onzuivere vorm hebben geschonken, respectievelijk hebben onthouden, omdat hun belangen te werelds waren en daardoor niet bevorderlijk waren voor Gods Heilswerken.
Kunnen de zielen in het vagevuur zich vrij bewegen? De ”beweging” van een wezen in dat gedeelte van de werkelijkheid dat wij (doorgaans, behalve in een bepaalde mate en op bepaalde tijdstippen in het kader van mystieke waarneming) niet mogen waarnemen, mag men zich niet als een verandering van plaats van een fysiek lichaam voorstellen. Onder “beweging” is voor een ziel in het vagevuur eerder de verheffing van het ene louteringsniveau naar het volgende te verstaan. Wij moeten ons dus geen voorstellingen maken over figuren die zich in vlammen bewegen, doch ons eerder het beeld voor ogen houden van een ziel die steeds mooier wordt, wier gesteldheid dus in Gods ogen steeds meer gelijkenis vertoont met datgene, wat Hij met elke ziel beoogt.
Lieve zus, ik heb volle begrip voor Uw vragen. Het verheugt mij echter dat ik U ook op enkele redenen heb mogen wijzen waarom het soms beter is, te vertrouwen op ons zuiver geloof. Met al onze kennis moeten wij iets doen, en wel niet voor de bevrediging van om het even welke wereldse behoefte, doch ten gunste van Gods Heilsplan en voor onze heiliging. Kennis schept verantwoordelijkheid. God schenkt Zijn kennis slechts in de mate waarin de ziel deze kan dragen, dit betekent: In de mate waarin zij deze ten gunste van de bevordering van de Goddelijke Werken weet aan te wenden. De ziel wordt in de eerste plaats geoordeeld naar de mate van haar ware Liefde. Gaat U dus gerust verder, God gebeden en Heilige Missen aan te bieden. Zodra de ziel van Uw moeder zich in de staat van volmaakte Liefde bevindt, en zij geschikt wordt bevonden voor het Eeuwig Leven in het Paradijs, zullen al Uw verdere inspanningen Uzelf en andere zielen ten goede komen.
Vanzelfsprekend ondersteun ik U graag in mijn eigen gebeden, tenslotte heeft de Meesteres van alle zielen mij daartoe geroepen.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 135
Over de beproevingen – over gebed voor een dwalende ziel – over de kracht van het gebed van kinderen
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Het is veelbelovend dat U Uw huidige beproevingen tegemoet treedt zoals U het in Uw brief beschrijft. Deze zijn daardoor zo vast op de wegen van het Kruis ingebed, dat zij vruchtbaar moeten worden. Wanneer de mensenziel in haar dagelijks leven de gelijkenis met de lijdende Christus in al haar gesteldheden correct beleeft, kan de beproeving haar doel niet missen. Geen enkele ziel weet wanneer het doel wordt bereikt, dat is Goddelijk Mysterie en hangt af van vele factoren, maar één ding moet elke ziel met zekerheid weten: Een beproeving, gedragen in eenheid van hart met de kruisdragende Jezus en met Maria, de Moeder van Smarten, heeft het effect van een Werk van God. Elk Werk van God wordt ooit voltooid, want God doet geen halve dingen.
Eén van de elementen die de beproeving het meest bemoeilijken, is het gebrek aan kennis over het tijdstip wanneer de vrucht is uitgerijpt. Precies deze onwetendheid brengt de ziel de echte verdienste. Hoe minder de ziel weet, des te meer erft zij van het goud van het ware geloof. Indien de zielen tijdens hun beproevingen iets méér geloof hadden, en zich niet zouden bezighouden met gepieker over datgene wat eigenlijk op Gods bodem groeit, namelijk over het wanneer, het waarom en het resultaat van hun beproevingen, dan zou de tempel van Gods Rijk niet langer in zijn fundamenten staan, maar zou de mensheid reeds op het punt staan om het dak op de afgewerkte muren te leggen. Ik geloof dat U dit ondanks (of juist dankzij) de zware beproevingen zeker hebt begrepen. Dat verheugt mij zeer, omdat U om deze reden ook reeds in Uzelf het juiste zaad draagt om Hemelse vruchten te oogsten. Dit is het beeld dat de Meesteres van alle zielen mij over Uw huidige gesteldheid toont.
De belofte van de ouders bij het Doopsel, namelijk dat zij hun kinderen in het geloof volgens de rooms-katholieke Kerk zullen opvoeden, is inderdaad heilig. Het gaat hier om een verbond via hetwelk God de verspreiding en de overlevering van de enige Waarheid zeker wil stellen. Door deze belofte nemen de ouders de verplichting op zich, over het zielenheil van hun kinderen te waken, hen te leren in de ware deugdzaamheid te leven, hen wanneer en waar ook maar enigszins nodig te beschermen tegen dwalingen in de toepassing van de christelijke leer, en bovendien de kinderen op de gevaren van dwaalwegen te wijzen. In deze zin is het belangrijk, in een toestand als deze in dewelke U zich nu bevindt, een gouden middenweg te vinden. Kinderen zijn spiritueel bijzonder kwetsbaar, in het bijzonder wanneer het gaat om personen met wie zij van nature een vertrouwensrelatie hebben, zoals bijvoorbeeld vader of moeder. Daarom ook de hiernavolgende raadgevingen vanwege de Moeder Gods:
Het is belangrijk, de kinderen vóór elk gesprek met betrekking tot de huidige dwaalwegen van hun moeder, aan Maria toe te wijden, waarbij U tegenover Maria de huidige kwetsbaarheid van de kinderen met nadruk naar voor brengt. Dit wil zeggen: Smeekt U Maria er vurig om, dat Zij de geest en het hart van de kinderen in die mate verlicht en verwarmt, dat zij bereid zijn, te luisteren naar de feiten over de desbetreffende ontwikkelingen, dat zij dit alles in ware Vrede in zich opnemen en daarbij een zuiver hart bewaren (zonder gevoelens van wrok en dergelijke).
De kinderen moeten de waarheid vernemen. Deze moet hen echter in een zo vredig mogelijke atmosfeer worden medegedeeld, en zo objectief mogelijk, zonder rechtstreekse verwijten aan hun moeder. Er moet hen op het hart worden gedrukt dat hun moeder op dwaalwegen is geleid en nu tijd nodig heeft om zelf zonder dwang van buitenaf de juiste weg terug te vinden. Gedurende dit gesprek moet de waarheid beetje bij beetje worden verteld, dit wil zeggen: De feiten moeten de kinderen in hun essentie worden bijgebracht, met zo weinig mogelijk details, maar wanneer bij hen vragen rijzen, moeten deze in eenvoudige woorden worden beantwoord.
De toevloed aan informatie naar de kinderen toe moet dus afhangen van de mate waarin zij deze blijken te kunnen verwerken. Het is belangrijk dat het gesprek eindigt met het voorstel naar de kinderen toe, dat zij samen met papa een gebedsverbond vormen ten gunste van mama, dat zij mama verder zouden liefhebben, ongeacht wat nog volgt, want dat mama slechts kan worden bevrijd wanneer zij onvoorwaardelijk wordt bemind. Het geloof van een kind in Gods tussenkomst kan zo buitengewoon groot zijn, zo onwankelbaar, dat hun voortdurend verlangen en bidden een veelvoud aan genaden kan bewerken.
Van de kinderen verlangt men het beste geen andere gebeden dan het Weesgegroet, en elke uiting die zij uit zichzelf spontaan tot Maria en Jezus richten. Het zou in elk geval zegenrijk zijn, de kinderen bij te brengen dat zij in vele situaties van het leven kleine offertjes voor mama kunnen brengen, dat deze offertjes door de engelen in de Hemel op een Hemels spaarboekje voor mama worden gezet, en dat de lieve God daarmee mama de juiste weg kan tonen, maar dat zij toch wel wat geduld zullen moeten hebben. Men zou dit alles zelfs met de groei van een boom kunnen vergelijken, en erop wijzen dat de boom uit een heel klein zaadje ontspringt, waarna het veel regen en zon nodig heeft om tot een grote boom uit te groeien, en dat zijzelf voor mama door hun gezamenlijke gebeden en offertjes samen met papa als het ware voor die zon en die regen moeten zorgen.
Door het hen op een zodanige wijze duidelijk te maken, zouden de kinderen reeds de toepassing van de kern van de christelijke leer leren: onvoorwaardelijke Liefde, vergeving, geduld, offerbereidheid, gebed, geloof, vertrouwen op God... In deze zin kunt U deze situatie als een bijzondere opdracht voor Uzelf beschouwen, een vorm van beproeving in de vervolmaking, zowel in Uw rol als vader als in Uw hoedanigheid als ziel op de weg naar de volmaaktheid in de deugdzaamheid.
Omdat de duivel hier overduidelijk een rol speelt, zou het gunstig zijn, dagelijks gebed 1047 te bidden, dat door de Moeder Gods speciaal aan de zielen is geschonken tot verlamming van duistere krachten door de oneindige macht van Maria. Dit gebed heeft reeds wonderbare resultaten gegeven. Verder zou het gunstig zijn, lieve broeder, dat U Uw echtgenote in haar hoedanigheid als moeder toewijdt aan Maria met de smeekbede dat Maria haar in het hart op een zachte, stille wijze aan de volheid van de moederliefde zou herinneren. De Hemel blijft voor dergelijke gebeden niet doof, want de onvoorwaardelijke uitoefening van de moederrol is voor God een essentiële Wet, op dewelke één van de belangrijkste pijlers van Zijn Rijk moet zijn gegrondvest.
Het spreekt vanzelf dat ik U allen in mijn nietigheid van harte in deze strijd wil ondersteunen. Verliest U in ieder geval nooit de hoop, want in de Hemel is reeds veel in beweging gezet opdat Uw gezin opnieuw een gelukkige en heilvolle cel in het organisme van Gods Rijk zou worden. Vergeet U nooit dat, zoals de Meesteres van alle zielen zegt, meer dan negentig procent van Gods Werkelijkheid voor de menselijke waarneming is verborgen, en zich daardoor zeer veel ten gunste van een nieuwe vrede, ook in Uw leven, voltrekt, dat U nu nog niet kunt zien. Bedenkt U toch eens: De nieuwe lente ziet U ook pas voor het eerst wanneer plots de dagen warmer worden en de knoppen zich beginnen te openen. Nochtans is op dat tijdstip de natuur reeds maandenlang aan deze wedergeboorte aan het werken.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 142
Over de identiteit van Myriam – over de geestelijke Communie – waarom mag Myriam zich niet uiten over andere zielen?
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
In een openbaring van enkele jaren geleden vergeleek de Meesteres van alle zielen God met de zon, en Zichzelf met de stralen die het zonlicht naar de zielen brengt. Het verheugt mij steeds opnieuw, te mogen vaststellen hoe deze stralen daadwerkelijk steeds meer levenswegen verlichten en verwarmen. Zo heeft God het verlangd toen Hij Maria als de Gouden Stem uit het Paradijs en de Gouden Brug voor de zielen op hun weg naar Hem heeft voorbestemd.
Allereerst laat onze Meesteres mij op een opmerking in Uw brief inpikken, die op zich niet belangrijk zou zijn, ware het niet dat Maria deze aanleiding wil gebruiken om de zielen op iets te wijzen:
Het blijkt dat er zielen zijn die graag méér zouden weten over de wereldse identiteit van Myriam. Maria laat mij er met klem op wijzen dat de naam van Haar Myriam deel uitmaakt van een Goddelijk Plan. Maria heeft Myriam in 1997 tot Haar dienst geroepen en Myriam onmiddellijk een mystieke vorming in de eenheid met de Koningin des Hemels laten ondergaan. Het gaat daarbij om een levenslange roeping en een levenslange opdracht. Maria heeft Myriam Haar eigen Aramese naam gegeven (fonetisch klinkt deze ongeveer als “Mär-i-am”) om hiermee een teken van volkomen mystieke vereniging te stellen. De Meesteres van alle zielen heeft de wereldse identiteit van Myriam in Haar Hart opgenomen en begraven, zodat Myriam ook in en voor de Hemel “Myriam” is, zoals deze ziel door Maria is gevormd, en nog dagelijks verder wordt gevormd (omdat een mystieke vorming een levenslange opdracht is). Daarom nodigt Maria er alle zielen nadrukkelijk toe uit, zich geen vragen te stellen over de wereldse identiteit van Haar Myriam. De aandacht van de zielen mag niet naar de persoon van Myriam worden afgeleid, doch moet volop naar de onderrichtingen gaan, die van de Koningin des Hemels naar de zielen toe vloeien.
Reeds spoedig na de roeping heeft Maria voor Myriam het Hemelse Plan ontvouwd, dat Myriam zich zo volkomen mogelijk ter beschikking van de Koningin des Hemels zou stellen, dat het mogelijk zou worden, ten volle door Maria te worden beheerst. Daartoe moest ook de wereldse identiteit voortaan als onbestaande worden beschouwd. Er zou nog slechts sprake zijn van de ziel die door Maria “Myriam van Nazareth” zou worden genoemd. In en door Haar Myriam zou Maria Zichzelf aan de zielen geven. Dit zou zich echter slechts kunnen voltrekken door de medewerking van een ziel die zich totaal in Maria zou laten opnemen – aldus Maria’s verklaring. Het jawoord van Myriam werd het begin van een leven van Mariale verenigingsmystiek.
Van de weinige zielen die de wereldse identiteit van Myriam hebben gekend, respectievelijk kennen, verlangt Maria de belofte – jegens de Koningin des Hemels – dat zij deze identiteit voortaan eveneens als onbestaande beschouwen en deze ook tegenover niemand onthullen. Maria verwijst ernaar dat het hier een Werk van Maria betreft, dat “door mensenzielen niet mag worden aangeraakt”. De Meesteres verlangt dit als een belijdenis van respect voor een Hemels Plan, dat momenteel nog niet doorgrond kan worden, en dat Zij (ik citeer de woorden van Maria)
“door Mijn beekje wil volbrengen, het beekje dat Ikzelf voor eeuwig Mijn Naam heb gegeven”.
De Meesteres van alle zielen volbrengt Haar Werken door Haar Myriam in de hoedanigheid van mystieke ziel in staat van vergeestelijking. Maria gebruikt Myriam als spreekbuis, door dewelke de woorden afkomstig uit de Goddelijke Bron als water van Goddelijk Leven, naar de zielen toe vloeien, op de door Maria uitgekozen tijdstippen en in de door Haar bepaalde dosissen.
Om deze redenen, zegt Maria met klem, is het totaal onbelangrijk, zich vragen te stellen over de wereldse identiteit van Myriam van Nazareth. De Meesteres zou willen dat de zielen
“niet langer door speculaties de kostbare tijd verspillen, die God hen heeft gegeven om hun Eeuwige Gelukzaligheid voor te bereiden.”Het enige wat belangrijk is, zijn de Werken die Maria door Haar beekje volbrengt. Maria schenkt de zielen namelijk het volgende beeld ter overweging:
De Meesteres van alle zielen schenkt de zielen alle onderrichtingen, openbaringen, gebeden en brieven in het kader van Haar Myriam van Nazareth-Apostolaat. Daarbij is:
|
Maria stelt de vraag: Is de identiteit van het beekje dan belangrijk? Niet de identiteit bepaalt de werkzaamheid en de deugdelijkheid van de stroming: Belangrijk is slechts
“dat Ik dit beekje heb gevormd, en het Mijn Naam heb gegeven”en de gesteldheid van het beekje. Deze is enkel en alleen Maria’s bekommernis, aangezien Zij het beekje voortdurend zuivert en de gesteldheid ervan bewaakt en beschermt.
Nu ik in de voorafgaande paragrafen gevolg heb gegeven aan het verlangen van de Meesteres van alle zielen om dit punt even te verduidelijken, ga ik graag in op Uw belangrijke vraag met betrekking tot de geestelijke Communie.
De geestelijke Communie is eigenlijk iets bijzonders. Jezus liet de zielen Zijn Lichaam en Zijn Bloed na in de Sacramentele Communie. Het feit dat ook een geestelijke Communie mogelijk is, biedt ons een bijkomend bewijs voor Gods Liefde. De Sacramentele Heilige Communie is een wonderbaarlijk geschenk. De ziel mag Christus Zelf tot zich nemen en daarin het bewijs vinden voor het feit dat de grote Belofte van Jezus (dat Hij voor altijd bij ons zou zijn) geen lege woorden zijn. De geestelijke Communie is eigenlijk een categorie op zich. Terwijl de ziel in de Sacramentele Communie op kracht van haar geloof het tastbare bewijs van Christus ontvangt, wordt zij er in de geestelijke Communie toe uitgenodigd, haar geloof naar een nog hoger niveau te brengen: Daar is niets tastbaars meer, dat haar aan de Belofte van Christus kan herinneren. De ziel wordt er in de totaal vergeestelijkte wereld van Gods Tegenwoordigheid ondergedompeld.
Bij de geestelijke Communie wordt van de ziel verwacht, dat zij zich zo volledig en zo uitsluitend op God oriënteert, dat Hij in haar geest en in haar hart de waarneming en de beleving zo kan omvormen, dat zij overtuigd wordt van de realiteit van de intrede van Christus in haar ziel. De ziel verheft zich tijdens de geestelijke Communie door het feit dat zij haar beleving in de atmosfeer van de Goddelijke Tegenwoordigheid laat opgaan, als het ware op het hoger niveau van de innerlijke waarneming en van het Goddelijk Leven: op een niveau op hetwelk het geloof, in de diepste zin van het woord, tot blinde overtuiging wordt. Wanneer de ziel erin slaagt, dit proces in een gesteldheid van vurig verlangen naar eenheid met Christus te beleven, kan daardoor voor haar een volledig nieuwe belevingswereld worden ontsloten.
De geestelijke Communie is om diverse redenen een bijzonder geschenk van Goddelijke Barmhartigheid:
-
Zij biedt een aansporing tot vergeestelijking;
-
Zij vormt een mogelijkheid om zich ook buiten het Sacrament met Christus te verenigen;
-
Zij is een Bron van grote verdienste: De geestelijke Communie verleent de ziel een bijzondere kans om God haar verlangen te tonen, met Hem één te zijn. Dit verlangen komt overeen met een volledige overgave van de vrije wil aan Gods Wil. De vereniging van de vrije wil met Gods Wil is voor God als een jawoord, evenals een belijdenis dat de ziel liever niet meer zou zondigen, want Gods Wil waarlijk in zich opnemen, betekent in principe: in alles Zijn Wil volbrengen. Wanneer de ziel volledig Gods Wil volbrengt, kan zij niet meer zondigen.
Dat de waarde van de geestelijke Communie miskend wordt, is eigenlijk eveneens te wijten aan het feit dat zij zich zonder stoffelijke tussenstap voltrekt. Bij de Sacramentele Communie is er namelijk nog de stoffelijke tussenstap van de geconsacreerde Hostie. Indien Jezus de Sacramentele Communie niet had ingesteld, dan zou het voor vele zielen wellicht heel moeilijk zijn geweest, zich voor te stellen dat Jezus ook zonder een stoffelijk teken in hen kan binnentreden. Herinneren wij ons aan de gebeurtenis toen Jezus een blinde genas door hem een mengsel van aarde en Zijn speeksel op de ogen te strijken. Toen de apostelen Hem hierover privaat naar het recept vroegen, verklaarde Hij hen dat Hij daarvoor dat speeksel en die aarde helemaal niet nodig had, maar dat Hij deze had gebruikt ter ondersteuning van het geloof. Gods tussenkomsten voltrekken zich steeds in de kern van de ziel, waar het leven dus helemaal niets stoffelijks heeft. Zo is het ook met de geestelijke Communie. Het spreekt vanzelf dat de ziel er steeds moet naar verlangen, Christus in het Heilig Sacrament van de Eucharistie te ontvangen. Kan zij hieraan echter om welke gegronde redenen dan ook niet – of niet regelmatig – deelnemen, dan mag zij de geestelijke Communie als een geschenk van de Goddelijke Voorzienigheid beschouwen.
Wij zouden de geestelijke Communie eigenlijk zelfs als een voorbereiding op het rechtstreekse, niet-stoffelijke contact met God in het Eeuwig Leven kunnen beschouwen. Zij kan de ziel er namelijk toe uitnodigen, zich volledig op de hoogste spirituele niveaus op Jezus in te stellen. Het is daarbij heel gunstig indien de ziel er ooit in slaagt, zich de Intrede van Jezus in de kern van haar ziel levendig voor te stellen. God heeft ons niet zomaar met dit wonderbaarlijke mechanisme uitgerust, door hetwelk wij krachten in gang kunnen zetten doordat wij eenvoudig vurig naar hun verwezenlijking verlangen. Een geconcentreerde geestelijke Communie is voor de Hemel als een oprechte schreeuw uit een hart dat God bij zich – ja zelfs in zich zou willen hebben.
Op Uw vraag betreffende de zieneres, staat Maria mij geen antwoord toe. Het gebeurt zo goed als nooit dat de Hemel zich publiek over zieners of zieneressen uitspreekt. Dat heeft twee hoofdredenen:
-
Geen enkele ziel mag ertoe uitgenodigd worden, over een andere ziel te oordelen. Dit geldt zo mogelijk nog meer wanneer het om zielen gaat, die iets beter bekend zouden kunnen zijn;
-
Het waardeoordeel over een ziel zou het oordeel van andere zielen over deze ziel kunnen beïnvloeden, respectievelijk kunnen veranderen, wat met een inbreuk op de onschendbaarheid van de vrije wil overeenkomt.
Naar aanleiding van deze vraag waarschuwt de Meesteres van alle zielen overigens met klem voor negatieve waardeoordelen, die zogenaamd “door de Hemel“ over een ziel worden uitgesproken. De Hemel doet zoiets nooit. Openlijke kritiek over een ziel, zij het een ziener of andere zielen, die zogenaamd door Jezus of Maria wordt verkondigd, moet zonder meer als menselijk oordelen worden beschouwd.
Ik draag U graag in het hart verder. Ik wens U een ware Lente in de ziel.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
www.myriam-van-nazareth.net

Brief 143
Wat kan men bij het waarnemen van onverklaarbare, gewoonlijk niet zichtbare fenomenen doen? Hoe vind ik mijn werkelijke roeping? Over de toewijding aan Maria
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte dank dat U mij over Uw ervaringen hebt bericht. Over de achtergronden ervan worden mij door de Moeder Gods geen uitspraken toegestaan. Zij laat mij slechts in zeldzame gevallen toe, mij over persoonlijke ervaringen te uiten, omdat datgene wat zich in een ziel op dat gebied voordoet, een kwestie tussen deze ziel en God is. God brengt in elke ziel veel tot uitwerking, en veel daarvan kan dan nog heel verschillend van aard zijn, al naargelang het plan dat God met de specifieke ziel heeft, en een uitspraak daarover kan de ontwikkeling van de communicatie tussen een ziel en God soms in een richting doen afbuigen, die op het betreffende tijdstip niet wenselijk is. Om al deze redenen mag ik U dus geen verduidelijkingen geven. Een algemeen advies laat Maria mij echter geven aan elke ziel die zich om welke reden dan ook vaak vragen stelt naar de bron of de aard van bepaalde ervaringen, die haar als niet verklaarbaar voorkomen:
Wat een ziel ook moge zien, horen of voelen dat niet zonder meer tot het normaal waarneembare kan worden gerekend, moet zij steeds aan Maria toewijden. Een gepaste formule aan de hand waarvan zij dit kan doen, luidt: “Maria, mijn Hemelse Moeder en Meesteres, ik draag deze waarneming aan U over. Ik smeek U, deze van elke duisternis of van elke intentie tot misleiding te bevrijden, opdat zij mijn ziel niet kan schaden. Moge zij op Uw woord slechts in de Naam van Jezus Christus tot mij komen.” Na het uitspreken van deze woorden, hardop of in het hart, maakt U een kruisteken. Laat U niets aan het toeval over. Het feit dat sommige onverklaarbare fenomenen niet noodzakelijk onaangenaam aanvoelen, sluit niet uit dat zij uit een bron kunnen stammen die geen draagster is van Gods Liefde. U hoeft daarom niet verontrust te zijn: Indien het gaat om een godvijandige kracht, zal deze door Maria onwerkzaam worden gemaakt. Komt zij echter uit een door God toegelaten bron, dan zal zij U toch al niet schaden. Het is slechts belangrijk dat U in de machtige bescherming van de Koningin des Hemels gelooft. U mag zich deze gerust als een U omhullend vuur voorstellen.
Uw verlangen, uitsluitend voor Uw roeping te kunnen leven, is absoluut begrijpelijk. Zodra de roep van God in het hart sterker wordt dan elk werelds verlangen, verlangt de ziel ernaar, zich geheel en al aan de noden van het Rijk Gods over te geven. Gods roep in het hart is eigenlijk een zacht gefluister. De Goddelijke Wijsheid zou Zich niet eens luidkeels laten uitschreeuwen: Ten eerste zou God dit als een schending van de vrije wil van de ziel beschouwen, en ten tweede wil Hij kunnen vaststellen in hoeverre de ziel zich werkelijk voor Hem heeft geopend. Zolang de ziel naar de geluiden van de wereld luistert (nieuwsberichten, het geschreeuw van de reclame, al het menselijke gepraat, de bewegingen van het eigen hart met betrekking tot wereldse noden en belangen, enzovoort), wordt zij zich van de Aanwezigheid en de werking van God in het eigen hart nauwelijks bewust. In de mate waarin al het wereldse in de ziel “stiller wordt gemaakt“, begint de ziel het “andere” deel van Gods werkelijkheid in zich te merken, en hoort zij ook duidelijker en méér onmiskenbaar de richtlijnen van God. Het is op deze zelfde weg dat de ziel de eigen roeping kan leren ontdekken.
Zodra de ware roeping, de ware levensopdracht, zich in de ziel duidelijk aftekent, komt het erop aan, deze ook te verwezenlijken. De eerste hindernis op de weg is deze van de wilskracht om zich werkelijk helemaal aan de roeping over te geven. Er zullen reeds op elk niveau beproevingen zijn, die soms door God Zelf op de weg worden gebracht, in andere gevallen door de duivel tevoorschijn worden "getoverd" met de intentie, de ziel te hinderen bij de verwezenlijking van haar voornemen, omdat deze verwezenlijking haar leven vruchtbaarder zal maken. Ook wanneer deze beproevingen niet door God in gang zijn gezet, zal Hij deze niettemin doorgaans toelaten, omdat de wijze waarop de ziel ermee omgaat, Hem toont in hoeverre de ziel zich heeft voorgenomen, Zijn Stem in alle details van het dagelijkse leven te volgen. Met andere woorden: God wil Zich ervan overtuigen of de ziel geschikt is om zaaister van Zijn zaad te worden, eerst en vooral met het oog op haar eigen ontplooiing, en snel daarna met het oog op de bevruchting van andere zielen, want elke ziel is uiteindelijk geroepen om voorbode van de Lente van het Rijk Gods te zijn.
De beslissing, zich helemaal aan de ware, door God voorziene levensroeping over te geven, wordt genomen op het ogenblik dat de ziel werkelijk voor Gods belangen kiest. Aangezien elke ziel zich echter in zekere mate binnen een voorgevormd levensmodel moet bewegen (beroep, menselijke relaties...) is het vaak niet gemakkelijk, zich onmiddellijk helemaal aan de roeping over te geven. Gewoonlijk werkt dit gegeven op de ziel in als een onbegrijpelijke hindernis. Nochtans laat God dit toe omdat de ziel vaak een “wachttijd” kan gebruiken om de nieuwe ervaringen op de juiste wijze “in zich te kunnen inbouwen”. Ten gunste van de spirituele ontwikkeling is het gunstig dat dit niet te snel verloopt. Wanneer de ziel op grond van haar nieuwe ervaringen haar leven absoluut te snel radicaal een nieuwe vorm wil geven, is het mogelijk dat zij de vervulling van Gods intenties eerder verzwaart dan dat zij deze bevordert. Men kan een auto toch ook niet in drie seconden tijds van 20 naar 120 km per uur brengen...
De tijdsspanne in dewelke U Uw voornemen, zich volledig voor Gods Werken in te zetten, nog niet volledig kunt verwezenlijken, kan voor U vruchtbaar blijken. U kunt deze mogelijk verkorten door Uw pijn daarover aan Maria toe te wijden met de smeekbede dat Zij deze pijn zou mogen helpen omzetten in een versteviging van Uw spirituele ontwikkeling. Zodra Gods tijd voor een grondige wending in Uw leven is gekomen, zult U dit voelen, en wel zowel aan innerlijke als aan uiterlijke tekenen:
-
Uw ziel zal beter voor de nieuwe taak uitgerust zijn;
-
De inzichten die U voor een vruchtbaar werken in het kader van een spirituele opdracht nodig hebt, zullen klaar en duidelijk zijn;
-
Er kunnen zich op Uw levensweg ontwikkelingen voordoen, die voor U een ”koersverandering” op gang helpen brengen, enzovoort. Daaruit zullen de werkingen van de Goddelijke Voorzienigheid zichtbaar worden, die het Plan dat God concreet met Uw leven heeft, dag na dag trachten vorm te geven.
Ik kan U er slechts toe aanmoedigen, de spirituele weg waarnaar U verlangt, te volgen. U moet deze weg echter wel vurig toewijden aan Maria en hem onwankelbaar met Haar gaan. De ziel kan de weg van een spiritueel leven wel alleen gaan, doch zonder ondubbelzinnige begeleiding vanwege de Moeder Gods zal dit niet gemakkelijk zijn, en bovendien zal ook de vruchtbaarheid ervan bedenkelijk zijn. Maria voegt aan elke handeling en elke weg zegen, wijsheid, Licht, bescherming en leiding toe. Houdt U zich daarbij goed voor ogen dat Maria’s onderrichtingen in de Wetenschap van het Goddelijk Leven de door God voorziene vervulling brengen: Zij schrijven in de ziel, die hen aanneemt en hen volgt, de Goddelijke Wet, die het bouwplan bevat voor alles wat de ziel in haar leven zou willen bouwen. Leeft U intussen naar de dag toe, op dewelke U Uw voornemen in vervulling kunt brengen. De gezonde hoop op de komst van deze dag zal reeds Gods Licht op het “bouwontwerp” laten stralen.
Met betrekking tot Uw vraag in verband met de toewijdingsgebeden moet ik U twee dingen aanbevelen:
-
Wanneer U zich aan Maria toewijdt, is het belangrijk, deze toewijding dagelijks te bekrachtigen. De reden hiervoor is tweeledig:
* God beschouwt elke dag als een nieuw begin, een wedergeboorte. Om deze reden beklemtoont Maria steeds opnieuw dat de ziel slechts vruchtbaar kan zijn in de mate waarin zij haar verleden aan Maria overdraagt, en Haar erom smeekt dat Zij dit verleden in de Bodem van Haar Onbevlekt Hart zou begraven (dit echter bij voorkeur nadat dit verleden onderwerp van een grondige Biecht is geweest). Na deze “begrafenis” moet de ziel zich inspannen om zo weinig mogelijk naar haar verleden terug te kijken, alsof het er nooit zou zijn geweest. Aldus moet de ziel als het ware elke dag opnieuw beginnen met een dergelijke toewijding, alsof zij er nog nooit tevoren één zou hebben uitgesproken.
* Voor de ziel zelf kan het belangrijk zijn, zichzelf er dagelijks actief aan te herinneren dat zij eigenlijk eigendom van Maria is, en via Maria op de meest heilige wijze die mogelijk is, aan God en Zijn Werken toebehoort, en zij zichzelf het beste als een bouwsteen in het fundament van Gods Rijk beschouwt. Een bouwsteen stelt zich geen vragen, en hij verzet zich ook niet tegen de handen die hem inmetselen, maar hij is er gewoon, waar en wanneer men hem nodig heeft. -
Het allerbelangrijkste is, de toewijding in het dagelijkse leven te beleven. Het uitspreken van het toewijdingsgebed is zoals het bouwplan van de dag ("Maria, ik wil vandaag mijn huis op U bouwen, volgens die en die richtlijn"), terwijl het beleven van de toewijding neerkomt op de werkelijke opbouw van de dag. Elke handeling, elk woord, elke beslissing, elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen, elke inwendige reactie, enzovoort, zijn de bouwverrichtingen (zij zijn het aanslepen van stenen, het aannagelen van elke plank, enzovoort) waarbij elke afzonderlijke handeling precies in overeenstemming moet zijn met de bouwvoorschriften (de Wetenschap van het Goddelijk Leven) en conform het bouwplan (de volledige toewijding aan Maria), opdat het eindresultaat werkelijk een huis van God zou zijn. Ja, een dag in de dienst van de Meesteres van alle zielen is het bouwen van een heilige tempel.
Lieve zus, U zult merken dat een levensweg met Maria in de diepste zin van het woord een weg is op dewelke dagelijks zaad gestrooid wordt dat geleidelijk tot een spoor van Hemelse bloemen moet worden. De weg is niet gemakkelijk, en dat kan hij ook niet zijn, precies omdat hij zo genadevol is en daarom ook de duisternis prikkelt. Op zekere dag zult U zich echter van de geur van deze bloemen bewust worden, niet omdat deze geur er voordien niet was, maar omdat Uw ziel tot dan toe nog niet in staat was, deze waar te nemen (omdat zij daartoe onvoldoende geopend was en omdat zij zich nog te veel aan de wereld hechtte). U zult ook merken dat het niet om het even is waar het Hemelse zaad valt, maar dat Maria U precieze adviezen in het hart zal fluisteren. Hoe meer U deze blind gehoorzaamt, des te vruchtbaarder zal Uw leven worden. De eerste voorwaarde daartoe is de zelfverloochening. Deze is als de drempel naar de gouden poort van de heiligheid. Zij verlangt niet veel van de ziel, zij verlangt alles. Zij geeft de ziel daarom ook niet veel, maar alles: de Eeuwige Gelukzaligheid.
Ik wens U heel veel dagtempels en een levensweg vol bloemen, want deze beide brengen Maria’s handtekening op de muren van Uw ziel tot uitdrukking.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 144
Over de beproevingen van de aan Maria toegewijde ziel – over de omgang met teleurstellingen
TOTUS TUUS MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Graag stel ik U met deze brief reeds een regenboog voor ogen, opdat U zou weten dat God en Maria de tranen om alle leed met het Licht van de ware Liefde bestralen.
Uit het wereldse oogpunt spijt het mij werkelijk voor U dat datgene waarop U zozeer had gehoopt, niet heeft mogen zijn. Uit het spirituele oogpunt echter, wil ik U absoluut meteen mededelen dat U misschien een groter leed bespaard is gebleven. Heel vaak krijgen wij – ondanks onze gebeden – niet datgene waarnaar wij verlangen, omdat God weet dat dit op het betreffende tijdstip niet het beste voor ons is. Dat kan vele redenen hebben. Doorgaans worden de meeste redenen hiervoor niet aan ons geopenbaard, omdat de gebeden in Gods Hart rusten, wachtend op iets anders, iets beters. Uw gebeden zijn niet verloren. Bij God, respectievelijk bij Maria, valt niets in een zwart gat. Al Uw gebeden en leed van de jongste tijd, evenals Uw pijn over deze tegenslag, vormen nu een deel van het verzamelbekken van genaden die klaar zijn om te worden verdeeld. Zij kunnen binnen het kader van het Goddelijk Heilsplan voor ontelbare doelstellingen worden gebruikt. Ten tweede staat Uw naam voor altijd bij deze genaden geschreven als diegene, die deze genaden mogelijk heeft gemaakt.
Wat U heden begrijpelijkerwijze als teleurstelling terneerdrukt, is in werkelijkheid zaad voor latere bloemen, die niet zullen verwelken. In geen geval mag U ingaan op de bekoring dat God en Maria U geen geluk of succes zouden gunnen. Dit is absoluut wel het geval, hoewel datgene wat wij op aarde “geluk” of “succes” plegen te noemen, vaak niet overeenkomt met Gods opvattingen over deze begrippen, omdat Hij slechts het allerbeste met ons voorheeft, al is dat vaak op heel andere vlakken dan diegene, waarop wij gewoonlijk denken, voelen of verlangen.
De prijs voor het feit dat U voor Maria hebt gekozen, heet niet “ongeluk” maar “beproevingen”. Het verschil tussen deze beide is enorm groot. Beproevingen kunnen ons op het "wereldse" vlak ongelukkig maken, spiritueel echter nooit, tenzij wij ons daartoe laten verleiden. Een beproeving is als een drank die bitter smaakt op de tong, maar die diep in ons in honing verandert. Vele aantrekkelijke gebeurtenissen daarentegen, werken als een honingzoete drank die in de ziel bitter wordt. Beschouwen wij het verschil:
De beproeving werkt afstotend. De ziel die haar echter niettemin drinkt, wordt inwendig met de balsem van God getroost, en wel in die mate waarin zij zich voor de Heilige Geest openstelt. Aangezien de wereldse gewaarwording diegene is, die zich als eerste laat voelen, is de ziel er vaak toe geneigd, deze als de complete, afgewerkte gewaarwording te beschouwen. Wanneer de ziel echter dieper op de gewaarwording ingaat, zal zij deze bijvoorbeeld aan Maria aanbieden, zal zij haar aan Maria toewijden en/of smeekt zij dat deze met het Lijden van Christus mag worden verenigd. Op deze wijze ontsluit zij een hoek van de zielentuin die door zeer vele zielen nooit wordt ontdekt, omdat zij niet diep genoeg in de tuin doordringen om ooit de kleine deur naar deze hoek te vinden, daar deze zich achter begroeiing verbergt.
De verheugende gebeurtenis trekt aan. Soms is dit nog steeds zo nadat zij in de ziel is binnengedrongen, omdat zij “onschuldig” is en aan de ziel geen schade toebrengt. In andere gevallen wordt zij daar echter bitter, omdat de ziel inziet dat deze gebeurtenis geen draagster van Goddelijk Leven is, maar voor het zielenheil werkt als een paard van Troje: een schijnbaar geschenk dat zich echter als vijand van het zielenleven ontpopt.
Het is voor ons, zielen, niet steeds mogelijk, in te zien waarom iets waarnaar wij intens hebben verlangd, niet mag plaatsvinden. De ziel die zich aan Maria weggeeft, moet zich in die mate zien te ontwikkelen, dat zij zich zonder meer door Haar, de Meesteres, kan laten beheersen, en zij zich ergens zelfs over elke tegenslag kan verheugen. Dat is de moeilijkste opgave die een aan Maria toegewijde ziel ten deel kan vallen, en deze zal elke aan Maria toegewijde ziel vroeg of laat ten deel vallen, en wel bij herhaling. Jezus zei: “Uw geloof heeft U gered”. De totale Mariatoewijding is een zaak van blind geloof. De ziel die zich aan Maria weggeeft, wordt steeds weer door Haar op blinde gehoorzaamheid, blind vertrouwen, blind geloof en onbeperkte Liefde beproefd. Deze beproevingen hangen automatisch samen met lijden, hetzij lichamelijk, hetzij emotioneel, hetzij spiritueel. Elke met vrucht doorstane beproeving brengt de ziel een trede hoger op de lange trap naar de volmaaktheid. Omdat dit “opstijgen” steeds met zelfoverwinning te maken heeft, maakt dit soms onzeker, en krijgt de ziel vaak de indruk, in een enorme leegte rond te zweven. In deze atmosfeer wordt zij heel vatbaar voor teleurstellingen, twijfel, angst om verder op te stijgen.
De ziel die zich blind aan Maria weggeeft, wordt door Haar veilig naar de tuin van de nooit verwelkende rozen geleid, maar zij zal tijdens de reis moeten vaststellen dat de weg daarheen met zeer vele doornen is bezaaid, omdat elke levenssituatie nu eenmaal uit wereldse componenten is samengesteld, die op zich onvolmaakt en dus voor de ziel pijnlijk zijn, omdat de ziel van nature naar volmaakte Goddelijke dingen verlangt. Precies omwille van deze doornen is een voortdurende ontwikkeling in de ware onvoorwaardelijke Liefde onontbeerlijk: Het is de Liefde die het vuur moet aansteken om de doornen op de weg te verbranden, opdat de ziel zich niet aan hen zou kunnen verwonden.
De deugdelijkheid van de ziel kan niet aan het aantal van haar teleurstellingen of tegenslagen worden afgemeten. Het aantal teleurstellingen of tegenslagen van een aan Maria toegewijde ziel zijn dan nog veeleer een maatstaf voor het feit dat de Meesteres van alle zielen haar zeer doelmatig tracht te heiligen.
Beschouwen wij Jezus als God-Mens. Hij leidde een leven van gebed, lijden, beproevingen, naastenliefde, overgave aan Gods Wil. Met elke ademtocht, met elk van zijn woorden en elk van zijn handelingen was Hij enkel en alleen op het welzijn van alle zielen van alle tijden gericht. Hoe werd Hij “beloond”? Met onbeschrijflijk Lijden en de Kruisdood. Betekent dit dat Hij door God niet bemind werd, of dat de Eeuwige Vader Hem geen geluk gunde? De verdiensten van Jezus waren onmetelijk. Hij heeft er als Mens Zelf niets aan gehad, maar ontelbaar vele zielen hebben aan Hem hun eeuwige Gelukzaligheid te danken. Ook voor Maria, een geboren mensenziel, geldt dat Zij op aarde een onbeschrijflijk zwaar leven heeft geleid, en een ononderbroken strijd tegen de duivel heeft moeten voeren om hem aan Haar voeten te houden omdat hij nooit ophield, te trachten, Haar op ontelbare wijzen te verleiden. Op ons rust de zalige plicht, Jezus en Maria na te volgen. Ons ware geluk zal niet van deze wereld zijn. Slechts die ziel schrijft heilsgeschiedenis, die zichzelf uit Liefde offert opdat andere zielen van het zaad van haar liefdevol aanvaarde beproevingen mogen leven, en God en de Meesteres door de schoonheid van haar deugdzaamheid worden geprezen en verheerlijkt.
Vraagt U zich niet af wat U verkeerd doet. Het is gezonder en waardevoller, zich af te vragen was men juist kan doen. Wanneer de ziel met een zuiver hart zich oprecht moeite getroost om datgene te volbrengen wat Maria van haar verlangt, is zij zelfs verdienstelijk wanneer haar voornemens geen goed resultaat opleveren. De beproevingen komen de oprecht toegewijde ziel niet op de weg omdat zij iets verkeerds heeft gedaan, maar omdat Maria Zich waarlijk over de ziel heeft ontfermd en haar naar de volmaaktheid wil leiden. De ziel bereikt de volmaaktheid door de wijze waarop zij met alle moeilijkheden in deze wereld omgaat. Eigenlijk moet U het zich zo trachten voor te stellen, dat elke beproeving een kans is, die Maria voor U bewerkt, om een duivel te kunnen ketenen, hetzij in de wereld, hetzij diep in Uzelf (in de persoonlijke zwakheden, zoals elke ziel die heeft). Hoe meer duivels U zo kunt ketenen (dit betekent: hoe meer beproevingen U in deugdzaamheid, Liefde en overgave kunt doorstaan en aan de voeten van Maria kunt neerleggen), des te meer wordt Gods schepping van alle ellende gezuiverd.
Het bovenstaande beeld komt overigens precies met de werkelijkheid overeen: Elke doorstane beproeving brengt Gods Rijk van Liefde en volmaakte Vrede op aarde dichter bij ons. God moet beproevingen toelaten omdat Zijn Heilsplan – de heiliging van zielen en de vestiging van Zijn Rijk op aarde – zich slechts door toegewijde en liefdevol doorstane beproevingen kan verwezenlijken. Precies om deze reden is het een voorrecht, te mogen lijden, hetzij lichamelijk, hetzij in het hart, door tegenslagen of hoe dan ook. Bekijkt U het eens zo: U hebt zich aan Maria gegeven als Haar dienares. De Meesteres van alle zielen heeft van God de opdracht en de macht ontvangen om de wereld te zuiveren, opdat de Verlossingswerken van Christus zich mogen kunnen voltooien. Zij zal niet vertrouwen op een dienares op wie Zij niet kan rekenen, maar wel op iemand die zich volledig geeft.
De door U zozeer verlangde Verlossing wordt precies in die situaties afgekocht als deze, welke U de jongste jaren hebt meegemaakt. Ik smeek U, lieve zus, U de hand te mogen reiken, want ook ik kan niet gelukkig zijn wanneer U ergens op de weg achterblijft. De Meesteres van alle zielen verlangt er zo naar dat U zich opnieuw opricht, want zonder U is het voor Maria niet hetzelfde. Voor Maria is de aanwezigheid van elke afzonderlijke ziel bij Haar op zich het volmaakte geluk. Geeft U toch nu niet op, nu U reeds zoveel hebt overwonnen.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 145
Het leven van een aan Maria toegewijde ziel – de effecten van de toewijding
TOTUS TUUS MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Met vreugde in het hart mag ik ook aan U en Uw familieleden de zonnestralen uit het Hart van de Moeder Gods laten toekomen. Ik heb U allen met Liefde aan Maria overgedragen. Het spreekt vanzelf dat Zij Zich over U allen zal ontfermen.
De Liefde van de Meesteres van alle zielen is iets wonderbaars. Wanneer Zij over een ziel kan waken – dit betekent, wanneer een ziel zich uit vrije wil in Haar handen geeft, met alle details van haar levensweg – stelt Maria Zich tot doel, deze ziel op de meest vruchtbare wijze in Gods Heilsplan in te schakelen. Precies dat is de sleutel tot het Eeuwige Geluk, want een ziel die alles aan Maria toewijdt, liefdevol alle gebeurtenissen van haar leven met Maria deelt, en Haar adviezen en onderrichtingen navolgt, kan God na haar aardse leven een bijzondere schat aanbieden: deze, dat zij haar hele leven door Maria richting heeft laten geven.
Het boek van een mensenleven kan er veel mooier en waardevoller uitzien wanneer Maria sommige regels of zelfs sommige bladzijden mag herschrijven. Dat is precies wat Zij doet wanneer Zij de gelegenheid krijgt, elke handeling, elk woord en elke gedachte van een ziel te helpen richten. U zult kunnen vaststellen dat, wanneer U Maria bij Uw beslissingen en werken betrekt, Zij Uw innerlijke gesteldheden en verlangens kan richten in de mate waarin Uw hart werkelijk naar Haar ondersteuning verlangt.
Het leven van een aan Maria toegewijde ziel kan zeer vruchtbaar worden. Alleen verlangt Maria dat U één en ander in Uw leven anders zou inrichten. Een mens komt in zijn dagelijks leven met vele situaties in aanraking waarbij hij beslissingen moet nemen. Het spreekt vanzelf dat hij er automatisch van uitgaat, dat hij deze alleen maar zelf kan nemen. De genomen beslissingen blijken soms weinig vruchtbaar te zijn. Dit geldt niet alleen wat de gevolgen op het wereldse vlak betreft, maar nog meer met betrekking tot het Eeuwige Leven, het ware Heil van de ziel en het Heil van de hele schepping. Inderdaad, wij vergeten dit gemakkelijk, maar al onze handelingen, woorden, en zelfs onze gedachten, gevoelens en verlangens en datgene wat wij nastreven, heeft zijn uitwerking op de schepping als geheel. Of wij met dit alles vruchtbaarheid voor de schepping en ons spirituele Heil leveren, kunnen wij meestal niet vaststellen, omdat de spirituele vruchtbaarheid zich niet met de zintuigen laat waarnemen.
Op dit punt doet het ware geloof zijn intrede. De ziel die zich in al haar handelingen, gesproken woorden, gevoelens, gedachten en bestrevingen richt naar de richtlijnen van Maria, zoals Zij ons deze als Meesteres van alle zielen schenkt, strooit als het ware voortdurend Hemels zaad om zich heen. Dit betekent, Zij verspreidt Licht (Gods Waarheid!), Liefde, warmte, vreugde, vrede. Bovendien zal Maria Zich inzetten om deze ziel door inspiraties diep in het hart zo te richten, dat de ziel (gewoonlijk onbewust) steeds vaker precies die beslissingen neemt, die haarzelf en de hele schepping Heil opleveren. Met andere woorden: De ziel bevordert in alles Gods Werken en doet datgene wat God van haar verlangt.
Dit is nu net de taak die Maria voor elke aan Haar toegewijde ziel op Zich neemt. Eigenlijk zou ik het eenvoudigweg als volgt kunnen formuleren: Wanneer de ziel zich volledig aan Maria overgeeft, in totale en onvoorwaardelijke toewijding, en deze toewijding in alle situaties van het dagelijkse leven beleeft door haar hart zuiver en op Maria’s adviezen gericht te houden, en zij steeds opnieuw om Haar bescherming en Haar leiding smeekt, zal deze ziel er steeds meer toe neigen, niet langer automatisch slechts haar persoonlijke wil te volgen, maar zij zal innerlijk een wegwijzer voelen, iets dat zij misschien zelfs niet kan verklaren, maar dat haar in alles de richting toont. Deze wegwijzer is Maria. Zij zorgt ervoor dat de ziel steeds méér Gods Wil volgt, en haar eigen verlangens minder en minder belangrijk vindt.
Vaak is het deze innerlijke omwenteling die de mensen ertoe aanzet, de indruk te krijgen dat de aan Maria toegewijde ziel “veranderd is”: De ziel die de Koningin des Hemels de kans geeft, in haar te heersen en er tot volle ontplooiing te komen, is als een ontluikende bloem: Zij straalt plots iets uit, wat er voordien niet (of niet in dergelijke mate) was. Dit “iets” bestaat uit ware Liefde, zachtmoedigheid, blijmoedigheid, vertrouwen, moed, hoop, geloof en zuiverheid, dit wil zeggen: uit Maria. Zij is het, die Zich in de ziel uitstort. Dat is het effect van een goede toewijding. Dit effect is precies datgene wat “wedergeboorte” wordt genoemd. Maria baart in de ziel de ware Kiem van Christus en roept de Heilige Geest over de ziel af.
Dit alles leidt de ziel in een nieuw leven binnen, een leven met en in Maria, de Bloementuin van het Paradijs. Het geheim ligt eigenlijk eenvoudig in de bereidheid om de eigen wil door Gods Wil te willen laten vervangen. De ziel die zich werkelijk aan Maria overgeeft, geeft Haar daardoor in de eerste plaats de sleutel tot zichzelf (ziel, hart, geest, lichaam en wil). Maria gebruikt dit geschenk niet om de ziel tot Haar gevangene te maken, maar om de ziel volledig te bevrijden. Zij doet dit door in de ziel alles te vernieuwen, en wel in de mate waarin de ziel Haar dit mogelijk maakt. Maria probeert steeds, de ziel die zich volledig aan Haar geeft, zo om te vormen dat Zij Zich in deze ziel goed kan voelen. Daarom bevrijdt Maria de ziel in de eerste plaats van al datgene wat haar kan hinderen, zich volledig te ontplooien voor Gods Werken: van onvruchtbare neigingen en gewoonten, van alle effecten van negatieve herinneringen, van negatieve toekomstbeelden, van gehechtheden aan wereldse dingen en belangen, en dergelijke.
U moet het zo beschouwen: Maria maakt van de aan Haar toegewijde ziel een tempel waarin Zij kan wonen. Daarom richt Zij deze tempel zo in, dat hij aan Haar noden voldoet. Maria’s noden zijn vooral Liefde, zuiverheid, onbeperkte gerichtheid op Gods Werken en Gods Wil, en ononderbroken lofprijzing aan God. Dit alles vindt Zij graag terug in de ziel die Haar “toebehoort”. Zodra Zij de zielentempel naar Haar eigen model heeft kunnen omvormen, bekleedt Zij de muren met de Heilige Geest en brengt Zij daarin Jezus’ Werken ten uitvoer. Zolang U zich in Maria’s handen overgeeft, en U Haar de ware leiding over Uw hele wezen laat overnemen, en U precies datgene volgt wat Zij U onderricht, hoeft U niet bang te zijn voor de hel. De ziel die Maria volgt, neemt stap voor stap Haar deugden over, en wordt ook op de meest uiteenlopende wijzen door Haar gewaarschuwd voor bekoringen.
De ziel zelf zal steeds moeten beslissen of, en in welke mate zij aan de bekoringen toegeeft. God heeft het zo voorzien, dat de ziel naar de toestand wordt getrokken waar zij zich zou willen bevinden, en waar zij steeds meer kan gaan gelijken op de ziel die zij zich tot voorbeeld heeft gesteld. In de mate waarin U zoals Maria Zelf wil zijn, zult U meer op Haar gaan gelijken, en in de mate waarin U eens en voor altijd bij God en Maria in het Paradijs wil zijn, zal Uw ziel datgene trachten te doen, wat U precies daarheen kan leiden. Maria zal hierbij Uw onfeilbare wegwijzer zijn. Geeft U Haar de gelegenheid, Zij verlangt er zo vurig naar, U en al Uw geliefden voor altijd onder Haar hoede naar de gouden Poort te kunnen leiden, een leven lang. Ik help U van harte om op deze niet altijd gemakkelijke weg te volharden, en breng U allen de vurige Liefde van Maria.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 146
Over de “mislukking” in het wereldse leven en de betekenis hiervan voor het Eeuwig Heil
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Onze Hemelse Koningin heeft dit ogenblik gekozen om Uw vraag te beantwoorden.
Ons leven op aarde is met veel gevuld, dat wij niet goed kunnen begrijpen, omdat God andere doelstellingen nastreeft dan wij. De mensenziel neigt ertoe, de waarde van haar leven af te meten naar datgene, wat zich op het wereldse vlak voor haar afspeelt. Het gebrek aan materiële welstand of succes in zaken, bijvoorbeeld, mag in ons niet het gevoel achterlaten “dat ons leven zonder succes zou zijn”. God evalueert ons leven volgens totaal andere maatstaven.
Lieve broeder, vaak gaat achter het gebrek aan bepaalde relaties, bijvoorbeeld in het zakenleven, in werkelijkheid Gods zegen schuil. Zo vaak stelt een mens zich tot doel, dit of dat te verwezenlijken “opdat het hem goed zou gaan”. In vele gevallen, wanneer dit niet is gelukt, blijkt op zekere dag waarom het eigenlijk niet mocht lukken: Omdat het ons spirituele leven benadeeld zou hebben. Sommige gebeurtenissen of contacten, om dewelke onze medemensen ons zelfs zouden benijden, worden op zekere dag als de deur naar onze spirituele ondergang ontmaskerd. De mens echter, ziet dit in zijn spirituele verblinding vaak anders. Hij laat niets aan het toeval over, probeert letterlijk alles om “succesrijk” te zijn, maar op één of andere wijze wordt hij door tegenslagen overspoeld. Doorgaans wil God de mens daarmee iets zeggen, namelijk dat de door de mens beoogde loop der dingen niet met Zijn voorstellingen overeenkomt. God wil slechts één ding: Dat wij in de Eeuwigheid gelukkig zijn. Soms moeten wij in ruil daarvoor iets aan werelds “geluk” opofferen (let U op de aanhalingstekens).
Lieve broeder, ik zou U graag met de navolgende woorden een straal van gerechtvaardigde hoop doorgeven: Biedt U vandaag nog Maria al Uw “mislukte” zakelijke inspanningen van de afgelopen jaren aan, met de smeekbede dat Zij daaruit genaden voor Uw ziel zou bereiden. Slechts op deze wijze krijgen al deze inspanningen een eeuwige zingeving. Maria zal dan al Uw inspanningen in het Goddelijk Heilsplan opnemen, waardoor zij voor U een act van Goddelijke Barmhartigheid op gang zullen brengen. Deze zullen voor U een totaal onvermoede inwendige vrede bewerken, en U zult op een totaal andere wijze op Uw verleden terugblikken. U zult Uw levensweg (verleden, heden en toekomst) met andere ogen bekijken, en de nieuw gewonnen vrede zal in U de kracht bewerken om als het ware opnieuw geboren te worden. Precies deze nieuwe innerlijke vrede zal U volledig ontsluiten en U nieuwe wegen tonen.
Alles wat U gedaan en beleefd hebt, is na een diepe toewijding aan Maria niet langer zinloos, en zeker ook niet zonder succes. Weest U ervan verzekerd dat God Uw leven niet zal beoordelen naar datgene, wat U aan zakelijk succes hebt gehad, doch naar Uw inspanningen en naar de wijze waarop U met de tegenslagen omgaat, en naar de mate waarin U, ondanks deze tegenslagen, in Zijn Liefde blijft geloven, en U deze Liefde om U heen verspreidt: tegenover Uw echtgenote, Uw kinderen, medeschepselen van alle mogelijke soorten...
Wat U nu doormaakt, is een beproeving van volledige overgave aan de Werken van de Goddelijke Voorzienigheid. Hoe onzekerder de inkomsten of de financiële toestand zijn, des te minder kan men namelijk zelf zijn leven regelen wat de materiële behoeften betreft. Men is dan volledig op de Goddelijke Voorzienigheid aangewezen. Hoe mooi zei toch Jezus het reeds:
“Bekommer U eerst om het Rijk Gods en Zijn gerechtigheid, dan wordt al het andere U erbij gegeven”. Daarin ligt ook precies het geheim van het spirituele succes voor de ziel die haar moeilijke verleden en haar huidige toestand aan Maria toewijdt: Zij geeft zich door Maria volledig over aan Gods Heilsplan, en wordt op haar beurt in haar eigen noden ook nooit in de steek gelaten. Bedenkt U toch eens: Wanneer U zichzelf, Uw levensweg en al Uw werken volledig aan God overgeeft, hoe zou God het dan kunnen nalaten, U te ondersteunen? Gods Plannen kunnen tenslotte nooit worden verwezenlijkt wanneer elke ziel die zich aan deze Plannen overgeeft, door God verwaarloosd zou worden.
Het is opmerkelijk dat vroeger, toen onder de arbeiders zulke schrijnende armoede heerste, het geloof bij velen ook de as was waaromheen het leven zich draaide. Deze zielen wisten maar al te goed dat zij nauwelijks iets konden verwachten van mensen en menselijke oplossingen, en zij hoopten op God. De sociale strijd van de arbeiders heeft binnen Gods Heilsplan zijn zin gehad, en de volheid van deze zin kunnen wij nu nog helpen verwezenlijken door alle ellende die gepaard ging met de uitbuiting en de strijd, vurig aan Maria toe te wijden. Aangezien Gods Heilsplan tijdloos is, ontnemen wij de duivel door deze toewijding nu nog vele effecten van zijn toenmalige overwinningen in vele zielen, die door louter ellende hun geloof hebben verloren. God heeft in Zijn Eeuwig Paradijs diegenen rijkelijk beloond, die ondanks alles op Hem hebben vertrouwd. Zij wisten niet of en wanneer hun ellende een einde zou kennen, maar hun martelaarschap is niet voor niets geweest.
Lieve broeder, in de onzekerheden van ons materiële leven zijn wij allen ergens een beetje martelaar. Precies de onzekerheden van het leven zijn echter de zaadbedden van onze verdiensten voor de Eeuwige Gelukzaligheid. Op hen groeit ons geloof. Wanneer wij het graan van ons geloof voortdurend met een volledige overgave en toewijding voeden, zullen wij ooit worden verzadigd met het brood dat zich eeuwigdurend zal vermenigvuldigen.
God bereidt voor hen die in nood vast in Hem geloven, steeds opnieuw de wonderbare broodvermenigvuldiging, omdat zij anders onderweg (door de beproevingen op de levensweg) in elkaar zouden kunnen zakken. Dat is precies wat Hij nu met U van plan is, want het leven heeft vele waarden die heel wat hoger zijn dan U tot nu toe kon vermoeden.
Ik bid graag tot onze Meesteres, opdat Zij U van Haar wonderbare Tegenwoordigheid bewust moge maken.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 147
Over de God welgevallige uitoefening van een beroep
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Ik dank U van harte voor Uw woorden. Uw ingesteldheid verheugt mij bijzonder, want het gebeurt niet vaak dat een ziel zo rechtlijnig kiest ten gunste van wat God verlangt, vooral wanneer Gods verlangen met de beroepsuitoefening in conflict zou kunnen komen.
Het grootste verlangen van de Moeder Gods, en dus ook die van God Zelf, is dat elke ziel haar beroep uitoefent op een vruchtbare wijze. Het is U bekend dat God het leven van een ziel op aarde vruchtbaar vindt in de mate waarin deze ziel haar eigen heiliging weet te bevorderen, en in de mate waarin zij de van haar verlangde bijdrage voor Gods Heilsplan voor alle zielen levert. Deze vruchtbaarheid wordt voor het overige nog bepaald door de mate aan oprechte Liefde en overgave waarmee zij haar bijdrage weet te leveren.
Het beroep is één van de belangrijkste domeinen van het dagelijkse leven. In tegenstelling tot wat vele zielen denken, is het beroep niet slechts het kanaal via hetwelk de ziel haar leven op het materiële vlak vorm kan geven, omdat het haar het nodige geld opbrengt. Het beroep heeft zeer zeker een spirituele component:
Het beroepsleven is niet alleen een domein van werkzaamheid, het is ook een systeem van talrijke wisselwerkingen tussen zielen. De economische component ligt voor de hand, de spirituele component blijft voor vele ogen verborgen. Voor God is alleen de laatste component belangrijk. Wanneer de ziel deze laatste verwezenlijkt, rekening houdend met Gods noden, komt God haar in elk geval in haar economische noden tegemoet. Alleen staat het gebrek aan geloof van de ziel de verwezenlijking van deze tegemoetkoming vaak in de weg.
Zo kan God de beroepsuitoefening van twee gelijkwaardige werknemers in een bedrijf (hetzij een fabriek, een kantoor, een ziekenhuis of wat dan ook) totaal verschillend evalueren. Werknemer A kan, bijvoorbeeld, zeer ijverig zijn en aan de economische noden van zijn chef en het bedrijf in het algemeen onberispelijk tegemoet komen, zonder meer. Werknemer B daarentegen, doet precies hetzelfde, werkt evenzeer onberispelijk, maar hij is bovendien als een opgaande zon voor iedereen. Hij brengt vrede, vreugde en rust, is behulpzaam jegens iedereen en herinnert onbewust bij elk contact aan datgene wat elke ziel in Gods ogen moet vertegenwoordigen: Gods Tegenwoordigheid.
Het verschil tussen de beide werknemers is niet economisch meetbaar, maar wel spiritueel (niet voor de mensen maar voor God): Werknemer B levert niet alleen een bijdrage tot het economisch welzijn van de onderneming en de maatschappij, hij levert ook zijn bijdrage tot de bevordering van Gods Heilsplan en zijn eigen heiliging, hij schept een zonnige atmosfeer om zich heen en brengt daarbij nog secundaire genaden op gang door andere zielen inwendig dermate te beïnvloeden, dat deze op hun beurt in hun eigen leefwereld een grotere vrede kunnen uitstralen. Eén enkele ziel, één enkele beroepsactiviteit, maar zeer vele positieve gevolgen, enkel en alleen omdat deze ene ziel de Liefde – de kracht van het Goddelijk Leven – om zich heen verspreidt en al haar activiteiten evenals haar hele aanwezigheid met Liefde vervult.
Lieve broeder, bedenkt U toch eens hoe U als ziekenverpleger op zielen kunt inwerken, wanneer U op elk vlak een “werknemer B” bent. U gaat dagelijks om met zieke mensen, vooral met zieken die de inwendige vrede, de oprechte vreugde en de herinnering aan Gods Liefde heel erg nodig hebben, temeer daar zij in een emotionele noodtoestand leven. U kunt op vele zielen in werkelijke nood het effect hebben van een godsgeschenk.
Hoe staat dit alles nu in verband met Uw vraag?
De ziel die zich aan Maria geeft, wordt door Haar naar de hoogst mogelijke vruchtbaarheid geleid. Het is geen toeval dat de brief waarin een thema voorkwam dat op Uw persoonlijke beroepsuitoefening betrekking heeft, op Uw weg is gekomen. U hebt in die brief de opvattingen van de Moeder Gods mogen vernemen, door dewelke Zij een andere ziel onderricht hoe deze de waarde van de (op zich niet slechte) autogene training in Gods ogen met een veelvoud kan doen toenemen door deze training slechts met zuiver spirituele formules aan te vullen. U krijgt daardoor de kans, God in een nog hogere mate naar de zieke zielen te brengen, en in deze zielen het opklimmen naar een hoger niveau van het Goddelijke Leven voor te bereiden.
Maria zal U geen beslissing opdringen, maar Zij belooft U wel in elk geval Haar volledige ondersteuning wanneer U voor een zuiver christelijk-spirituele vormgeving van Uw beroepsleven kiest, en U Uw superieur hierover aanspreekt. Op mijn gebed kunt U zeker rekenen. Wijdt U nu Uw voornemen toe aan Maria en smeekt U Haar om het volgende:
-
dat Zij voor U de mogelijkheid moge scheppen, dit voornemen in de praktijk te kunnen omzetten,
-
dat Zij Uw superieur moge verlichten wanneer U hem daarover aanspreekt, en
-
dat Zij U moge helpen om ofwel Uw huidige beroepsuitoefening nog waardevoller vorm te kunnen geven, ofwel U een nieuwe weg te tonen die voor U even vruchtbaar kan zijn.
Weest U er in elk geval van overtuigd, dat wat er ook moge gebeuren, het voor Uw spirituele welzijn het beste zal zijn, want:
Wanneer een ziel een voornemen, dat op zich God welgevallig is en Zijn Werken kan bevorderen, aan Maria toewijdt, maar er desondanks niet in slaagt, deze stap in de praktijk om te zetten, betekent dit steeds dat God voor deze ziel iets in petto houdt dat voor haar spiritueel welzijn nog beter is. De verdienste van Uw huidige voornemen wordt hoe dan ook in Uw levensboek opgetekend. Ik hoop met heel mijn hart dat het U zal worden toegestaan, de opvattingen van de Moeder Gods beroepsmatig in de praktijk om te zetten. Het zou vele zielen eeuwig nut kunnen opleveren.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 148
Over de ware betekenis van de totale en onvoorwaardelijke toewijding aan Maria – over de ware vreugde als gevolg van de totale toewijding aan Maria
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
U kunt zich, geloof ik, nauwelijks voorstellen hoe gelukkig het mij heeft gemaakt, een brief als de Uwe te lezen. De wijze waarop U de toewijding aan de Meesteres van alle zielen in de praktijk van elke dag beleeft, en de wijze waarop U naar Uw levensweg kijkt, zijn waarlijk voorbeeldig.
Inderdaad, verleden en toekomst zijn voor de aan Maria toegewijde ziel niet belangrijk, omdat de ziel weet dat haar levensweg in de handen van Maria ligt. Het ware geloof, de ware hoop en de ware Liefde bewerken voor de ziel een zodanige inwendige vrede, dat zij zich helemaal in het Hart van Maria begraven voelt. Dit “begraven-zijn” is daarbij niet als een gevolg van de dood te beschouwen, doch integendeel als een opname op het absoluut hoogste niveau van het Goddelijke Leven, zoals dit heerst in het Hart van Maria.
Totale en onvoorwaardelijke toewijding aan Maria vindt haar bekroning in de levensfase in dewelke de ziel er bijna niet meer is, in deze zin dat zij blind en vredevol genoegen neemt met het feit dat zij nog slechts leeft, kan handelen, spreken, voelen en denken omdat Maria in haar leeft en heerst. De ziel voelt zich dan als een werktuig in Maria’s hand. Dit werktuig doet allerlei dingen, doch alleen maar omdat het door Maria wordt bewogen en geleid. Haar werken zijn dan eigenlijk Maria’s Werken, en de ziel voelt zich hierover echt gelukkig. Dit alles wijst op datgene wat wij zelfverloochening noemen. De werkelijk toegewijde ziel zoekt in alles uitsluitend Maria’s eer. Zij klaagt over niets, want zij weet dat haar beproevingen bloemen zijn waaruit haar Meesteres parfum kan maken omdat Zij daartoe als Middelares van alle Genaden de macht heeft. Derhalve lijdt de ziel van de toegewijde in een gesteldheid van inwendige vrede, in de Vrede van Christus: de zuiverste gelatenheid als bron van opperste vruchtbaarheid voor Gods Werken.
Het Hart van Maria zou men zich in een beeld als een paradijselijk oord met verrukkelijke geuren kunnen voorstellen. Wanneer de ziel uit vrije wil daar haar hele verleden en toekomst achterlaat, zal Maria:
-
Het verleden zo diepgaand reinigen, dat het er voor God helemaal anders uitziet dan vóór de Koningin van de Volmaaktheid elk blad van het levensboek van Haar handtekening heeft voorzien. In de volmaakt heilige en zo machtige handen van de Koningin des Hemels zijn er geen kwetsuren uit vervlogen dagen meer, geen littekens die het hart aan vroeger leed en de daarmee gepaard gaande ontgoochelingen herinneren. In deze handen wordt alles tot bron van dankbaarheid. De ziel die dit werkelijk heeft begrepen, kan nog slechts tot haar God fluisteren: “Dank U, mijn God, dat U in mij heilsgeschiedenis hebt geschreven. Dankzij het aantal en de mate van mijn beproevingen is mijn leven voor U niet voor niets geweest.”
- De toekomst in de regenboog van de ware hoop hullen. De ziel laat Maria pas helemaal Meesteres zijn wanneer zij zich over de toekomst geen vragen meer stelt, doch blind vertrouwt dat Maria haar langsheen de wegen van het Licht zal leiden. De ziel die zich werkelijk aan Maria heeft overgegeven (toegewijd), is er eenvoudigweg van overtuigd dat Maria haar doorheen alle beproevingen zal dragen, dat de rozenblaadjes daarbij nog verrukkelijker zullen ruiken en dat in Maria’s begeleiding de doornen niet langer stekels zijn die verwonden, maar brandhout door hetwelk het vuur van de Liefde steeds hoger zal kunnen opflakkeren. Ja, de Liefde is zonder meer de verlossende en heiligende kracht. Zij is het toegangskaartje tot het Eeuwig Paradijs. Zonder de doornen van onze levensweg zouden wij niet eens het hout bij elkaar kunnen krijgen om het vuur te kunnen aansteken. Daartoe moeten de doornen echter ook werkelijk worden verbrand (= toegewijd aan Maria) en in protestloze aanvaarding worden gedragen. Doornen die niet worden verbrand, belanden vroeg of laat in de ziel en verwonden haar.
Na totale en goed beleefde toewijding aan Maria wordt de toekomst steeds meer tot bron van steeds nieuwe kansen tot vervolmaking. Dat is zij altijd, maar de ziel beleeft dit doorgaans pas goed nadat zij zich ervan heeft overtuigd dat elke onzekerheid of angst voor datgene wat zou kunnen komen, slechts een vrucht is van werelds denken. Volledige overgave aan de allermachtigste en zo innig liefhebbende Koningin van de Hemel is volledig onverenigbaar met twijfel, angst en gepieker in verband met de toekomst. Maria is de opperste Gezante van God. Hoe zou Zij de zielen in de steek kunnen laten, die zich aan Haar hebben overgegeven om veilig bij God te komen? Het verbond van de totale toewijding is voor Maria veel heiliger dan voor bepaalde toegewijde zielen. Wanneer Maria Haar zin zou krijgen, zou elke Haar toegewijde ziel volmaakt worden geheiligd.
Maria is nooit verantwoordelijk voor gevoelens van ongelukkig zijn, alleen de ziel zelf, wanneer zij zich niet onvoorwaardelijk aan Maria heeft overgegeven. De volledige overgave aan de Meesteres van alle zielen strooit in de ziel het Hemelse zaad dat het haar moet mogelijk maken, steeds meer op Maria te gaan lijken. Daarom zal de werkelijk toegewijde ziel zich door een diepe inwendige vrede onderscheiden: Zij weet immers dat de Meesteres van alle zielen haar doorheen elke storm navigeert. Zij mag echter in geen geval zodanig in paniek geraken dat zij het roer in eigen handen neemt (= alles in haar leven voortvarend wil regelen uit angst dat Maria de volgende ijsberg wel eens niet gezien zou kunnen hebben).
Inderdaad, lieve zus, zoals U het zo hartverwarmend uitdrukt: Door de toewijding weten wij waarvoor wij lijden en leven. Zo is het. De totale, onvoorwaardelijke toewijding aan Maria geeft alles een zeer diepe zin. Alles wat de ziel aan Maria toewijdt en zonder protest aanvaardt, wordt in het geschiedenisboek van Gods Heilsplan opgetekend. Alles wat de ziel niet aan Maria toewijdt en waartegen zij protesteert of waarover zij zich beklaagt, wordt niet in dit eeuwige, door God gewijde boek opgetekend, doch als afval verbrandt: God kan hiermee eenvoudigweg niets aanvangen, want de ziel heeft het voor zichzelf gehouden in plaats van het de Middelares van alle Genaden – en via Haar, God – in handen te geven als materiaal voor nieuwe genaden. Gods Heilswerken worden via twee tussenstappen bevorderd:
-
Doordat God deze genaden kan verlenen. Daartoe heeft Hij de toegewijde offers, boetedoening en gebeden nodig, die Hij met het eeuwig geldige Kruisoffer van Jezus, de eeuwig geldige verdiensten van Maria en de verdiensten van alle zielen uit verleden en heden kan verenigen;
-
Doordat de zielen de verworven genaden tot nut maken door deze voor de ontwikkeling van hun spirituele gesteldheden en voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan (bijvoorbeeld door daden van naastenliefde) te gebruiken.
Hebt U gemerkt welke wonderbare kringloop zich hier aftekent? De zielen wijden toe en offeren, leveren daardoor materiaal voor genaden, God verleent genaden, de zielen gebruiken deze ten bate van Gods Heilsplan en voor de eigen heiliging, worden daardoor verdienstelijk en bieden daardoor nieuw materiaal voor genaden, enzovoort... De kringloop van het Goddelijk Leven, de stroming van de Liefde.
Ik bid ervoor dat U het inzicht in de werkelijke waarde van de toewijding aan Maria Uw hele levensweg lang als bron van bemoediging in zich mag dragen. Dit inzicht is als de bloemengeur die ons reeds op aarde vanuit het Paradijs tegemoet waait, omdat de adem van de Heilige Geest nooit ophoudt, de zielen te beademen. Niet elke ziel, zelfs niet elke aan Maria toegewijde ziel, voelt deze adem, deze bloemengeur in zich, omdat deze maar al te vaak door de stormen van de wereld wordt verwaaid. Hij laat zich wel degelijk opmerken, zodra de ziel Maria werkelijk in de praktijk van het dagelijkse leven in zich laat heersen, Maria, die alle winden van de wereld heeft overwonnen en deze triomf in alle zielen wil herhalen. Daarom is Zij ook de Meesteres van alle zielen.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 149
Over spirituele belastingen op grond van ondeugden in de werkomgeving
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Hartelijk dank voor Uw woorden, die als een noodkreet uit een lijdend hart in Gods Hart overvloeien. Heel veel mensen lijden tegenwoordig onder hun werkomstandigheden. Dit hangt natuurlijk samen met het economisch klimaat van onze maatschappij. Heel moeilijk wordt het pas echt wanneer de ziel heel diep redenen begint te voelen die het haar bijna onmogelijk maken, zich nog langer bij haar werkomstandigheden neer te leggen. Heel vaak is het moeilijk, meteen de juiste beslissing te nemen over welke stappen gezet moeten worden. Het bevalt God ten zeerste, wanneer de ziel al het mogelijke tracht te doen om van haar levensomstandigheden het beste te maken, omdat deze vanzelfsprekend deel uitmaken van het Plan dat Hij met de zielen heeft,
maar:
Er zijn omstandigheden waarbij de ziel er niet lijkt in te slagen, haar werkomstandigheden in zich vruchtbaar te maken, zich bij deze omstandigheden aan te passen, hen als het ware zo “deel van zichzelf te maken” dat de ziel hen voor zichzelf “tot nut kan maken” (dit wil zeggen: voor haar spirituele ontwikkeling).
In principe kan dit om twee redenen het geval zijn:
-
Het is mogelijk dat in de ziel een houding van protest heerst, dat zij om enige reden niet geneigd is, zich over bepaalde moeilijkheden heen te zetten;
-
Het is echter ook mogelijk dat diep in de ziel in de omstandigheden iets wordt herkend dat door de ziel in spirituele zin niet kan worden toegelaten. Het lijkt de ziel dan alsof zij “lek” zou zijn, en al het leven uit haar zou wegvloeien. Dit laatste is bij U het geval. U lijdt lichamelijk en geestelijk onder de druk van bepaalde ondeugden in Uw omgeving, en onder een atmosfeer die volgens Uw opvatting niet met Gods Werken verenigbaar is.
Om deze reden vraagt de Koningin des Hemels mij, U ertoe uit te nodigen, Haar erom te smeken, voor U een werkverandering mogelijk te maken. Maria raadt U dit niet aan om enige gevoelens van ontevredenheid in U te versterken of om bepaalde medewerkers te beginnen beoordelen, maar opdat U uit Uw inwendige verkramping bevrijd zou kunnen worden, want deze verhindert U spiritueel, zich te ontplooien zoals God het voor U had voorzien. U lijkt in deze dagen op een mooie bloem op dewelke een steen is gelegd, zodat deze bijna stikt en helemaal niet meer rechtop komt. Nu en dan drinkt zij nog een enige druppel water van het Goddelijk Leven, maar zij kan deze slechts gebruiken om in leven te blijven, en niet meer om te groeien en de betoverende geuren te ontwikkelen die men van haar zou kunnen verwachten.
Lieve zus, deze steen bestaat uit economische druk en een geladen atmosfeer, die arm is aan ware Liefde. Er zijn in Uw omgeving een paar zielen die U door hun gebed en hun hartenpijn helpen dragen. U kent deze zielen. De Meesteres van alle zielen toont hen ook aan mij opdat ik voor U het volgende beeld zou kunnen ontvouwen. Ik verenig mij hiermee van ganser harte met deze zielen.
U verlangt eigenlijk sterk naar spirituele ontplooiing. Wanneer U erin slaagt, deze steen van U af te werpen, dan zult U niet alleen groeien en zich ontplooien, maar eveneens heel snel Uw zaad uitstrooien en om U heen een tuin met Hemelse bloemen laten bloeien. Er gaat veel in U om dat U wil verwezenlijken. Een bepaalde angst verhindert U om deze ideeën te verwezenlijken. Angst en Liefde staan echter tegenover elkaar als duisternis en Licht: De ene sluit de andere uit. Ik zou U daarom graag het volgende voorstellen:
Laten wij (Uzelf en ik) gedurende de resterende dagen van deze meimaand, de Mariamaand, in het bijzonder tot de Meesteres van alle zielen bidden dat Zij het offer van Uw pijnen, zorgen, angsten, evenals van Uw lichamelijke lijden in de grond van Haar Onbevlekt Hart moge begraven, opdat Zij deze met de volmaakte Liefde van Maria zou vermengen, die zaad van nieuw Leven voor U opleveren.
Slechts de toewijding van alle totnogtoe doorstane leed aan Maria kan U deze wedergeboorte opleveren. Nadat U het Haar hebt gevraagd, zal Maria het U mogelijk maken, werk te vinden waarbij U zich veel vrijer zult kunnen ontplooien. De nieuw verworven vrijheid zal Uw ziel opgelucht laten ademen, en net zoals de zuurstof in ons fysieke lichaam de afvalstoffen verbrandt, zullen in Uw ziel de giftige effecten van Uw verleden worden verbrand. Voedt U Uw toewijding aan Maria met alle werken die U ten bate van zieke en lijdende mensen hebt verricht en nog steeds verricht, en vraagt U op grond van deze verzamelde offers om een volledige en grondige zuivering van Uw hart, Uw geest en Uw ziel. U zult dan zelfs lichamelijk opnieuw openbloeien, en Uw ziel zal de vruchtbaarheid bereiken waarvan U steeds hebt gedroomd.
Door omstandigheden hebt U lang moeten wachten op de aanblik van deze regenboog van hoop uit het Hart van de Meesteres van alle zielen, die U uit deze brief toestraalt. Maria had daarmee een Plan. Beproevingen hebben steeds een rijpingsproces, en net zoals bij de gewassen op het veld en de vruchten aan de bomen kan in dit proces niets worden afgedwongen: Gods Wijsheid werkt er zich in uit. Uw volharding in de beproeving en Uw aanvaarden van de afstand die U tot Uw bevrijding nog moet afleggen, zal door Maria worden gebruikt als kracht via dewelke Zij het sap uit de bodem in het zaad van een wedergeboorte zal trekken. Uw vertrouwen in het – voorlopig verborgen – werken van Maria in Uw leven, zal U weldra van vele spanningen bevrijden, en deze aanzet tot ontspanning zal in Uw ziel het effect hebben van een venster die zich opent: U zult verse lucht krijgen en U zult zich geleidelijk beter voelen (ondanks de voorlopig nog aanhoudende druk) en dit opgelucht ademen zal U pas echt voor een grondige ommekeer openstellen.
U kunt van mijn Liefde en van mijn verlangen naar Uw bevrijding verzekerd zijn.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

