TOTUS TUUS, MARIA !
TOEPASSING VAN DE WETENSCHAP VAN HET GODDELIJK LEVEN
Brieven van Myriam aan individuele zielen
Onderrichtingen specifiek gericht op concrete levenssituaties en levensvragen van zielen
Myriam van Nazareth
| (indien U aan Myriam hebt geschreven, gelieve U tevens deze belangrijke opmerking te lezen) |

Brief 451
De zegen der vermoeidheid
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Omwille van Uw vermoeidheid, stuur ik U graag een vleugje zonneschijn ter bemoediging en ondersteuning. Ik zou U graag aan Simon van Cyrene herinneren, want in principe nemen wij eigenlijk zijn rol over. Onze vermoeidheid kan niet alleen door de dagelijkse beproevingen en lasten worden verklaard, maar eveneens door het feit dat wij er door onze wijze van leven, door onze totale overgave aan de Moeder Gods, eigenlijk voor gekozen hebben, het Kruis van Christus te helpen dragen. Het gaat hier om de vermoeidheid van de ziel die haar christen-zijn ernstig neemt.
Wanneer de ziel zich helemaal aan de Koningin des Hemels overgeeft en zij zich, in overeenstemming met Gods verwachtingen, tot levensdoel stelt, zich met haar hele wezen en met elk detail van haar dagelijks leven over te geven aan de verwezenlijking van Gods Heilsplan, wordt zij actief in de vormgeving van Gods Heilswerken ingeschakeld. Concreet kan men zich dit daadwerkelijk als het optreden van Simon van Cyrene voorstellen. Jezus draagt het Kruis van de zonden tot aan het einde der tijden, en van elke ziel wordt verwacht dat zij Hem daarbij uit vrije wil, bewust en liefdevol ondersteunt. Dat is wat de H. Paulus bedoelt wanneer hij schrijft dat wij moeten aanvullen wat aan Christus’ Lijden ontbreekt. Dit Lijden is op zich volmaakt, maar God verlangt dat elke ziel uit vrije wil haar eigen beproevingen samen met de kruisdragende Christus draagt, in innigste eenheid met Hem, opdat het Verlossingswerk niet door de God-Mens alleen wordt volbracht, doch door Hem in innigste eenheid met, en met de medewerking van, de geschapen zielen. De Moeder van Smarten is hier ons volmaakte voorbeeld.
Op deze wijze vinden wij onszelf terug op de Kruisweg van Jezus, als Simon van Cyrene, die het Kruis samen met Jezus draagt. Wij mogen daarbij niet uit het oog verliezen:
-
Simon was aanvankelijk onwillig. Zijn wij dat niet allemaal op één of andere wijze? Zodra hij zich echter door de Eeuwige Liefde liet raken, slaagde hij erin, zichzelf geleidelijk te vergeten, en kreeg hij medelijden met die Persoon van Wie het schijnbaar onmogelijke werd verwacht;
-
Hoewel Simon hielp, heeft Jezus steeds het grootste gedeelte van de last gedragen. Het is totaal verkeerd, zich voor te stellen dat Jezus het hele gewicht op de schouders van Simon heeft laten rusten, zoals bepaalde films ons willen laten geloven.
Zo is het nog steeds en zo zal het ook blijven. Net zoals Simon van Cyrene moeten wij:
-
groeien in zelfverloochenende Liefde en in vergeestelijking door het dragen van de lasten van ons leven ten dienste van het hoogste ideaal te stellen: de eigen heiliging en het leven in de tuin waar de boom van het Kruis de vruchten van de heerlijkheid draagt;
-
ons ervan bewust worden en blijven, dat er te veel gewicht rust op de schouders van Jezus. Tenslotte heeft niet Hij de zonden laten ophopen, maar alle zielen doorheen de eeuwen;
-
ons ervan bewust zijn, dat onze beproevingen absoluut noodzakelijk zijn (zij zijn immers de enige munten waarmee het Eeuwig Heil kan worden vrijgekocht, niet slechts voor onszelf, maar voor de gehele mensheid) en dat wij hen nooit alleen dragen, maar in werkelijkheid Jezus het grootste gewicht op Zich neemt;
-
ons ervan bewust zijn, dat onze kruisweg eindigt op het Golgotha van onze verheerlijking, zolang wij het kruis niet afwerpen en ernaar verlangen, onze weg te gaan met Maria in het hart, zoals Jezus het ons heeft voorgeleefd.
Laten wij onze vermoeidheid prijzen, zolang wij daaronder niet de innerlijke Vrede verliezen, doch haar integendeel tot voorwerp van een ononderbroken toewijding maken, die voor velen Verlossing en genaden kan bewerken. Er worden op deze wereld ontelbare kruisen en beproevingen vervloekt, weggeworpen, verafschuwd, en wel op grote schaal – en dit is pas de echte tragedie – ook onder de “christenen”! Van Jezus wordt verwacht dat Hij het Kruis Zelf draagt, en wel alleen, en dat Hij bovendien zal komen om van elke individuele ziel de dagelijkse kruisen weg te nemen, zonder meer. Hier gaat het niet langer om het Christendom als Spiegel van het Licht, maar om “een christendom” in de schemerzone van het egoïsme. De ziel die van Jezus verlangt dat Hij zal komen om haar dagelijkse kruisen weg te nemen, benadert in gevaarlijke mate het “non serviam” (= “ik zal niet dienen”) van Lucifer.
Lieve zus, voor elke ziel die het kruis van de lasten en vermoeidheden afwerpt, moeten wij bijkomende kruisen op onze schouder laden. Nu kunt U zich voorstellen waarom op ons een zo zware last drukt, nu zovele christenen van de onvoorwaardelijke Liefde tot het Kruis worden weggetrokken. Opdat de Goddelijke Wet zou worden vervuld, mag geen enkel kruis ongedragen blijven, wat wil zeggen dat geen enkele beproeving onbenut mag blijven, want Gods Wijsheid bereidt de zielen ontelbare kansen om het grote Heilsplan te helpen verwezenlijken. In de mate waarin de kruisen worden afgewezen, krijgen de zielen, die de dienst aan Gods Plannen en Werken trouw blijven, zwaardere kruisen te dragen. God dringt ons deze kruisen niet op, maar voorziet ze op één of andere wijze op onze levensweg, en kijkt toe hoe wij ermee omgaan. Niet de vele te dragen lasten op zich brengen Verlossing en heiliging, maar de wijze waarop wij ermee omgaan, namelijk datgene wat in ons hart omgaat terwijl wij de lasten dragen. Dit is één van de belangrijkste lessen die de Meesteres van alle zielen ons in de Wetenschap van het Goddelijk Leven wil leren.
De mens voelt zijn lichaam en diens vermoeidheid zo erg omdat het stoffelijk niveau van zijn wezen het overgrote deel van het bewustzijn opeist en ononderbroken tracht, alle aandacht naar zich toe te trekken. Vandaar ook de noodzaak tot vergeestelijking: in de mate waarin de ziel erin slaagt, de lichamelijke gewaarwordingen naar de achtergrond te verdringen, wordt het lichamelijk lijden dieper in het spirituele leven opgenomen. “Naar de achtergrond verdringen” is niet zo te begrijpen dat de mens de vermoeidheid en de lichamelijke lasten en lijden niet meer zou voelen, want dan zouden deze hem ook geen Heil meer brengen. De hele zingeving van de oefening bestaat er immers uit dat de ziel meesteres van het geheel van haar innerlijke leven behoort te zijn, en het lichaam niets méér dan de dienaar van deze meesteres. Zo heeft God het bedoeld: het lichaam als verlossingsinstrument voor de ziel.
Lieve zus, met deze brief heb ik allesbehalve Uw vermoeidheid willen minimaliseren, wel integendeel. Ik kan deze precies daarom zo goed begrijpen, omdat de Moeder Gods mij het inzicht in de overgrote waarde van vermoeidheid als medeverlossende kruisweg met Jezus heeft vergund, en mij eveneens heeft geleerd, deze ervaring ten volle in Haar dienst in te schakelen. Vermoeidheid die als nutteloos wordt ervaren, is ook nutteloos. Weet men deze echter op het niveau van het spirituele leven te benutten, dan wordt zij een verborgen geschenk, dat de ziel diep in de Harten van Jezus en Maria binnenleidt, want ook Jezus en Maria hebben tijdens Hun leven op aarde zwaar geleden onder uitputting.
Wij mogen nooit nalaten, elkaar wederzijds te bemoedigen, want de bemoediging is als een hand in de rug van de ziel voor wie de strijd tegen de stormwind geleidelijk te veel is geworden.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam

Brief 457
Oververmoeidheid en de grenzen van de zelfgave – Over vragen naar het „waarom“ van de dingen – Over de overgave aan het onzichtbare – spirituele ontplooiing als „thuiskomen“, bron van zingeving en zelfkennis – spirituele groeicrisis
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Zoals U terecht schrijft, zijn periodes van uitputting en ziekte een zuivering. God laat dergelijke perioden vaak toe als een aanzet tot bezinning, en uiteraard ook als offertijd. De ziel wordt in dergelijke fasen in situaties geleid waarin zij wegen moet vinden om boven zichzelf uit te stijgen, een aantal dingen anders te gaan bekijken, en de echte waarden in het leven te leren ontdekken, en vaak nog veel méér. In dergelijke periodes leert de ziel haar eigen beperkingen en reactiepatronen vaak beter observeren dan in periodes waarin alles „normaal“ verloopt. Het zijn ook oefeningen in totale zelfgave. Heeft dit grenzen? In feite mogen er geen grenzen zijn, al adviseert Maria steeds om voor ogen te houden dat men beter niet te vaak ver over de schreef gaat, omdat men niet roekeloos mag worden. In periodes van zware oververmoeidheid (die zijn in het kader van een roeping voor de Hemel onvermijdelijk schering en inslag) herinnert Zij mij er regelmatig aan dat ik mij voor ogen moet houden „dat ik er morgen ook nog voor Haar moet zijn“, met andere woorden: dat ik niet zo ver in het rood mag lopen dat ik mij vandaag totaal uitput...
Hoe terecht schrijft U dat Jezus en Maria de beste therapeuten zijn. Eigenlijk zijn Zij ook de enige therapeuten: Zij werken rechtstreeks, en ook doorheen mensen. In de diepte genezen, kan alleen „van boven uit“. Toch ontbreken deze Therapeuten vrijwel compleet in de psychiatrie. Ja, Zij ontbreken in de hele wetenschap: onze wereld is overgerationaliseerd, en in een verstandswereld is geen plaats voor God. Welke kortzichtigheid... Wat kan men daaraan doen? Men kan zelf trachten, Hen te vertegenwoordigen in het werk dat men doet. God heeft de mensenziel immers de opdracht gegeven, Hem jegens de hele schepping te vertegenwoordigen. Ieder van ons moet jegens zijn/haar medeschepselen God tegenwoordig stellen, door spiegel van Zijn Liefde te zijn. Een heel grote opgave, maar zij geeft een veel grotere zin en vervulling aan situaties die anders zinledig kunnen lijken of gemakkelijk ontmoedigen of uitputten.
Weet U, vele vragen over het „waarom“ der dingen in ons leven kunnen slechts op één manier worden beantwoord: door in te zien dat alles beantwoordt aan een plan dat God met ons leven heeft, en dat we vaak niet tot in de details mogen doorgronden. Hij beoogt hiermee steeds onze heiliging. Wanneer wij ons dat voor ogen houden, verkleint gaandeweg de behoefte om antwoorden te krijgen op onze „waarom“-vragen. Dat is dan een kwestie van groeiende overgave, en een ziel in overgave komt er geleidelijk toe, vrede te krijgen met de stille zekerheid dat zij later alle antwoorden zal krijgen, en wel in de volheid, niet in de onvolmaakte mate waarin zij de antwoorden hier op aarde slechts kan bevatten... Hier treedt de deugd van de hoop in werking, die eigenlijk het stevigste fundament voor de innerlijke Vrede vormt. De ware hoop heeft ook heel veel te maken met een blind vertrouwen op Gods Liefde, die hierin tot uiting komt dat Hij met ons slechts het allerbeste voorheeft.
Het is goed, er steeds rekening mee te houden dat Gods Voorzienigheid ons vaak tot aan de grenzen duwt opdat wij zouden beseffen dat wij meer moeten loslaten, dat wij onszelf spanningen opleggen door zelf vanalles en nog wat te willen regelen. Wanneer we in situaties komen waarin we moeten zeggen „nu ben ik aan het einde van de weg, nu ligt de bal in Uw kamp“, begint in feite onze eigen spirituele genezing. Het is opmerkelijk hoe moeilijk het voor de mens is om tot God of tot Maria te zeggen: „Blinddoek mij maar en duw mij in welke richting dan ook, ik weet dat ik in Uw handen ben“. Nochtans zullen mensen en situaties ons veel vlugger ontgoochelen, in de steek laten of zich tegen ons keren, dan de Hemel. Ja, het is een geweldige zelfoverwinning om zich over te geven aan datgene wat men niet kan zien! Ik kan echter met heel mijn leven en heel mijn wezen getuigen dat de Koningin van Hemel en aarde een veel grotere realiteit is dan oneindig vele dingen van „hier beneden“. Geloof erin, lieve zus, Maria kan Uw leven heel grondig veranderen. Dat is wat Zij reeds doorheen dit Apostolaat tracht te doen.
Tot mijn vreugde las ik in Uw brief hoe U aansluiting hebt gevonden met een religieuze gemeenschap. Wanneer de ziel zich op een spiritueel leven oriënteert, is het alsof zij thuis komt. De ontdekking van het eigen diepe wezen is automatisch ook een begin van ontdekking van het Wezen van God, want in onze ziel heeft Hij trekken van Zijn handtekening verborgen, van Zijn eigen aard, Zijn voorliefden, Zijn verlangens. Hij heeft in onze ziel het zaad van de ontdekking van Zijn Plannen uitgestrooid, opdat wij enigszins zouden begrijpen waarnaar Hij streeft – de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede op aarde. Opdat dit zaad daadwerkelijk zou rijpen en bloeien, moet de ziel een zo groot mogelijke zuiverheid betrachten. Zuiverheid is de eigenschap waardoor de ziel tot een spiegel van Gods Hart wordt. Naarmate de ziel zich zuivert, zal haar inzicht in Gods verlangens, in Zijn Wet en in Zijn bedoelingen groeien.
In het spirituele leven ontdekt de ziel de ware zin van het leven: deze ligt niet in het wereldse, want dat is slechts de vergankelijke bedding waarop de ontwikkeling van het zielsleven zich moet voltrekken, dat slechts één uiteindelijke doelstelling heeft: de ziel klaar te maken voor de ontmoeting met God en het ware Leven in Zijn Tegenwoordigheid. Dit ware Leven in de Eeuwige Gelukzaligheid kan de ziel slechts aan zodra zij in de juiste gesteldheid verkeert: een volkomen gelouterde Liefde, onvoorwaardelijk en van elke wereldse bijmenging ontdaan. In deze gesteldheid ervaart de ziel de ware Vrede van Christus, het vrij-zijn van alle innerlijke spanning die haar oorsprong vindt in een onvolkomen beleving van de Liefde. De vereniging tussen de ziel en Gods Hart is dan te onvolkomen om de rust van het volledige vertrouwen in Zijn Liefde te ervaren.
Naarmate de spirituele beleving van de ziel zich verdiept, leert zij zichzelf dieper kennen: haar zwakheden, haar gesteldheden in noodsituaties, haar gedrags- en reactiepatronen, haar kwetsbaarheden en verleidbaarheden, haar verborgen verlangens, haar verborgen angsten of onzekerheden, alles wat haar van de eenwording met Gods Hart kan verwijderen. Precies deze ontdekkingen zijn dan de muren waar zij overheen moet zien te komen. Soms wordt de ziel bij de aanblik van onvermoede nevelen in haar diepste wezen ontmoedigd, komt zij tot een afkeer van zichzelf of tot een ongeloof in haar vermogen om zich naar hogere trappen te verheffen.
De ontdekkingsreis doorheen de eigen diepe gesteldheden kan zich ofwel negatief ofwel positief uitwerken. Dat geldt eveneens voor de ontmoeting met de Hemelse Koningin zoals Zij werkelijk is: Ofwel klapt de ziel in elkaar onder de overweldiging vanwege die volmaaktheid, die verhevenheid, die bovennatuurlijke schoonheid van die vlekkeloze uitstraling, ofwel slaat dit alles in de ziel als een bliksem die haar als door een explosie vooruit brandt in het verlangen om dat zo verheven Wezen zo dicht mogelijk te benaderen, omdat de ziel dat contact niet meer kan missen.
Het is mij meermaals vergund geweest, te zien welk effect de Tegenwoordigheid van de Hemelse Koningin op demonen heeft: Zij worden vreselijk gekweld door Haar buitengewone uitstraling, die zij ervaren als een verschroeiende macht. Het geheim van deze macht is Maria’s Liefde, die een smetteloze spiegel is van Gods Hart en die automatisch als een zonnegloed uit Haar straalt. De Meesteres van alle zielen vertegenwoordigt naar de demonen toe de volmaaktheid van het Goddelijk Leven, het absolute tegendeel van hun eigen innerlijke dood. De mensenziel kan enigszins gelijkaardige conflicten ervaren tijdens haar spirituele groei: Hoe zwakker het Goddelijk Leven in de ziel bloeit, des te meer barrières heeft zij te overwinnen om zich naar steeds hogere niveaus van heiliging te verheffen.
Het verheugt mij zeer, dat U vastberaden bent, deze ontdekkingsreis in innige eenheid met de Meesteres van alle zielen te beleven. Zij is ons geschonken als de volmaakte Gids in de Wetenschap van het Goddelijk Leven. God heeft de mensenziel voorzien als Zijn vertegenwoordigster jegens de schepping. Maria is de absolute Kroon onder de mensenzielen en derhalve de absolute Vertegenwoordigster van Gods Werken jegens de schepping. Laat Haar het wonder in U voltrekken, en bedenk steeds: Maria bezit de macht om elk zaad in een bloem te veranderen, maar daartoe moet het zaad bereid zijn, zich in Haar handen over te leveren. De ziel doet dit door in alle details van het leven actief met haar Hemelse Meesteres mee te werken. De totale toewijding aan de Hemelse Koningin is een verbond waarin de overgave en dienstbaarheid van de ziel geleidelijk door de Meesteres van alle zielen wordt omgezet in heiliging.
Lieve zus, ik hoop U een klein straaltje van ondersteuning te hebben kunnen meegeven, al was het slechts door mijn hart even op het ritme van het Uwe te laten kloppen in de strijd tegen de wolken boven onze levensweg. Het is heel belangrijk dat wij elkaars hand niet meer loslaten, want om ons heen woeden de stormen die ons van het Eeuwige Licht trachten los te rukken. Ik neem U met vreugde mee naar de voeten van de Meesteres van alle zielen. Zij is ons gegeven als het Grote Teken van Gods definitieve overwinning over alle duisternis. Heel graag ondersteun ik U in gebed en wens ik U de verrukking van de ervaring van Maria’s ware heerschappij in Uw ziel.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 490
Eén en ander over de achtergronden van mystiek lijden
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zielen in Jezus en Maria,
Van harte dank ik U allen voor deze zo lieve brief. Het is prachtig dat U mij in het lichamelijke lijden wil helpen. Het door U aanbevolen middel is mij bekend, en ik geloof absoluut in de genezende werking ervan. Het verheugt mij ook dat de Moeder Gods mij ertoe uitnodigt, U onmiddellijk te antwoorden. Zij staat mij toe, U het volgende ter verduidelijking te schrijven:
De ziel, die U over mijn lichamelijke wederwaardigheden heeft gesproken, is wellicht vergeten, de belangrijkste factor van dit lijden te vermelden: Het gaat hier om mystiek lijden. Duidelijk gesteld, betekent dit dat er “geen kruid tegen gewassen is”. Reeds gedurende het grootste gedeelte van mijn leven gebruik ik geen andere genezende of ondersteunende middelen dan zuiver natuurlijke, omdat:
-
Ik rotsvast overtuigd ben van de superioriteit van de kracht en de waarde van Gods Intelligentie boven de menselijke. Ik heb daarvoor overigens ontelbare bewijzen gekregen;
-
Ik er alles aan doe om op elk vlak van mijn leven uitsluitend Gods Wetten te volgen, dus ook deze, welke bedoeld zijn om het evenwicht in de natuur in stand te houden;
-
Ik slechts datgene inneem wat de Koningin des Hemels toestaat. Ik weet derhalve uit jarenlange eigen ervaring dat de Hemel de voorkeur geeft aan natuurlijke geneesmiddelen. Maria laat Zich niet in de absolute zin uit ten nadele van de klassieke geneeskunde, maar benadrukt telkens weer de immense betekenis van een leven in de meest strikte navolging van Gods Wetten, die immers uitsluitend door de Goddelijke Intelligentie worden bezield en geleid. Concreet betekent dit, zoals Maria het jegens mij onverbloemd uitdrukt: “Natuurlijke geneesmiddelen waar en wanneer ook maar enigszins mogelijk”. Zij maakt er geen geheim van, waar de voorkeuren van de Hemel liggen.
Wat betekent dit dan: “Het lijden is van mystieke aard”? Dit betekent dat deze door God in het kader van Zijn Heilsplan en met het oog op de bespoediging van de voltooiing ervan, worden veroorzaakt, respectievelijk worden toegelaten. De Moeder Gods heeft mij, toen Zij mij tot Haar dienst riep, om mijn akkoord gevraagd om lijden op mij te nemen, dat door Haar wordt “geleid” of beheerst: Het tijdstip, de duur, de vorm, de omvang, de intensiteit en het ritme respectievelijk de frequentie van dergelijk lijden worden door Haar alleen bepaald. De Meesteres heeft mij evenwel de vrijheid gelaten, Haar erom te vragen, lijden van mij weg te nemen, zowel in welbepaalde gevallen als heel in het algemeen, maar... het maakt deel uit van mijn vorming in Haar dienst, dit lijden precies in overeenstemming met Haar Wil in mij te laten uitwerken, aangezien de Wil van de Meesteres van alle zielen identiek is aan de Wil van God, en ik er derhalve met zekerheid moet van uitgaan dat alles wat de Koningin des Hemels op dit gebied, zoals trouwens op alle gebieden, van mij vraagt, precies op dat tijdstip binnen Gods Werken en Plannen past of juist dan gewenst is.
De Meesteres onderricht immers op niet mis te verstane wijze dat de aanvaarding en toewijding van alle lijden een kwestie van Liefde is. Een mystieke roeping baseert precies op een vervolmaking in de Liefde, om het even welke tegenwinden zich ook laten voelen. Het gaat uiteindelijk altijd om zelfverloochening. De reden laat zich gemakkelijk raden: Precies in de zelfverloochening stijgt de ziel het meest boven zichzelf uit, en een mystieke roeping heeft slechts deze ene bedoeling: door een restloze zelfverloochening van geroepen zielen, Gods Waarheid op de meest genadevolle wijze naar de zielen te brengen, en voor de totale ontsluiting van deze laatstgenoemden de toewijdingen en offers aan te bieden, welke de genadewerking met het oog op de vestiging van Gods Rijk op aarde kunnen vergroten, dit alles onder de meest strikte Hemelse leiding.
Dit hele proces wordt slechts door de navolgende factoren geleid en gestuurd, respectievelijk beïnvloed:
-
door de noden van Gods Heilsplan op elk tijdstip;
-
door de Wil van God, die vanzelfsprekend volledig met de eerste factor in verbinding staat;
-
door de vrije wil van de op mystieke weg geroepen ziel. Zoals gezegd, wordt de mysticus of de mystica tot niets gedwongen, hij/zij wordt slechts uitgenodigd. Het is echter nauwelijks mogelijk, ook maar het geringste verlangen van de Koningin des Hemels niet te vervullen nadat men intens met Haar in aanraking is geweest en Haar openbare en private onderrichtingen heeft ontvangen of nog steeds ontvangt. De kennis van de bovennatuurlijke Waarheid wekt niet alleen verplichtingen op, zij wekt eveneens de intensieve wil op, volop aan de vervulling van de Hemelse Plannen en Werken mee te werken. De meest doelmatige weg via dewelke dit mogelijk wordt, is deze van de verloochening van de eigen belangen en het eigen welzijn, lichamelijk of anderszins, precies zoals het nodig blijkt.
Staat de Moeder Gods bij mystiek lijden het gebruik van geneesmiddelen toe? Ja, maar niet onvoorwaardelijk. Mij is dit bij uitzondering toegestaan, wanneer Zij het gepast vindt. Doorgaans betreft het dan louter natuurlijke ondersteunende middelen, waarvan de Koningin des Hemels eigenmachtig van geval tot geval de werkzaamheid bepaalt, want Zij heeft daarover alle macht. Het feit dat Maria op een bepaald tijdstip het gebruik van een geneesmiddel toestaat, betekent niet noodzakelijk dat dit de klachten volledig zal wegnemen. Vaak gebeurt dit helemaal niet, maar helpt het wel enigszins om de lasten te kunnen dragen opdat zij de andere opdrachten in het Apostolaat niet helemaal zouden verlammen. Soms helpt het gedeeltelijk. Het feit dat de uitwerking van een middel bij het mystiek lijden onvoorspelbaar is, bepaalt precies een deel van de waarde van het lijden: Elke “onzekerheid” vergroot voor de ziel immers de noodzaak, de sprong in het duister steeds weer met volle inzet en zonder bedenkingen te wagen. Ik stel mij daarbij geen vragen, doch zeg in elk geval, zoals het de Meesteres het meest behaagt: “De Meesteres heeft het zo gewild”. Lijden dat niet zonder morren voor de Hemel wordt gedragen en toegewijd, verliest alle vruchtbaarheid voor de ziel en zijn werkzaamheid voor Gods Heilsplan. Dergelijk lijden is nutteloos.
Is mystiek lijden gemakkelijker te dragen omdat dit door de Moeder Gods wordt geleid? Dat hangt ervan af. De intensiteit kan zeer verschillend zijn, wordt vaak in weinige ogenblikken tijds heel sterk opgedreven of weer gemilderd. Hoe intensiever het Vuur van de Liefde in het hart oplaait, des te draaglijker wordt het lijden. Hoe meer de dankbaarheid diep in het hart bloeit, des te weelderiger bloeit ook de innerlijke Vrede in en met dit lijden. Mocht dit lijden gemakkelijk te dragen zijn, dan zou het nooit de waarde hebben om datgene te verwezenlijken waartoe het nu eenmaal is bedoeld. Precies om deze reden is het een ware ketterij wanneer soms door zielen wordt beweerd dat Jezus eigenlijk niet zo veel heeft geleden, omdat Hij Zich “daar als God-Mens overheen kon zetten”. Ja, dat kon Hij zeker doen, maar dat heeft Hij nooit gewild. Had Hij Zijn macht om het Lijden uit te schakelen, in de praktijk omgezet, dan zouden wij vandaag geen verlost Godsvolk zijn. Dan zou het Verlossingsplan helemaal geen zin hebben gehad. Wie zijn wij, dat wij ons steeds onmiddellijk van het lijden willen bevrijden?
Wanneer treedt mystiek lijden op? In principe kan ik zonder meer antwoorden: Het is eigenlijk nooit volledig weg. Ik vergelijk het soms met een Vuur dat brandend wordt gehouden, doch telkens weer (gedeeltelijk onverwacht) door de adem van de Heilige Geest wordt aangewakkerd. Wanneer dit oplaaiende Vuur met het Vuur van Maria’s Liefde versmelt, wakkert het pas goed intensief op. Tijdens deze gesteldheden begrijpt men gemakkelijk dat Liefde en lijden, verrukking en pijn de beide zijden van één en dezelfde medaille zijn. Naargelang van de behoeften van Gods Heilsplan ligt nu eens de ene zijde naar boven, dan weer de andere, maar wanneer het contact met de Meesteres werkelijk intens voelbaar is, lijkt de medaille eenvoudig in vuur op te gaan, zodat er geen “zijden” meer zijn: de beide uitersten versmelten dan volledig met elkaar.
Voorspelbaar is mystiek lijden, wat het tijdstip van het “optreden” betreft, ten dele wel, ten dele niet. Voorspelbare dagen zijn in mijn geval elke zaterdag, elke Mariafeestdag, de Vastentijd – met bijzondere dimensies in de Goede Week – en enkele perioden doorheen het jaar, die vaste tijden van intensieve mystieke contacten zijn gebleken. De Moeder Gods verduidelijkte mij reeds tegen het einde van de jaren negentig, dat in dit “model”, inzoverre er één is, Haar doelstellingen evenals Haar handtekening verborgen zijn: In het lijden op zaterdagen en Mariafeestdagen, bijvoorbeeld, stelt Zij een teken voor mijn roeping in Haar dienst. Zij toont daardoor meteen aan, dat het ware feest in de Hemel niet uit het stoffelijke genot, doch uit Liefde bestaat. Op feestdagen te lijden, betekent voor de Hemel, zich aan de Liefde tot God, tot Zijn Werken en tot de medeschepselen over te geven. Het trefwoord is dus steeds weer: “zelfverloochening”, toestemming in de navolging van Jezus en Maria.
Betreffende Uw vraag of zielen mij bij het mystieke lijden of ziekten van mystieke oorsprong eigenlijk kunnen helpen? Ja, en wel door gebed. Het behoort hier geen “gebed voor genezing” te zijn, want dergelijke gebeden zullen niet verhoord worden (ik herinner aan de drie bovengenoemde factoren die dit lijden besturen). Nuttig en zinvol zijn uitsluitend:
-
Gebeden ter ondersteuning, met andere woorden: gebeden voor draagkracht, opdat ik op het lichamelijke en het spirituele vlak onder deze steeds wisselende druk moge kunnen standhouden;
-
Gebeden om begrip vanwege de zielen, die op de beantwoording van een brief wachten, en soms niet opgewassen zijn tegen de bekoring, over Myriam enigszins geïrriteerd te zijn wanneer het antwoord langer uitblijft dan zij hadden gedacht. Deze vertragingen hebben diverse redenen. Ik heb daar reeds eerder moeten op wijzen. Ik hoop vurig dat deze zielen er begrip voor hebben dat gedurende deze wachttijd voor hen genaden worden verzameld, en wel via verschillende wegen;
-
Gebeden om Licht voor zielen, die dit lijden noodzakelijk maken.
Een kleine verduidelijking bij dit laatste punt: Er zijn bij mystiek lijden inderdaad, ten minste in mijn geval, twee categorieën van “veroorzakers”:
-
de noden van Gods Heilsplan in het algemeen;
-
alles wat in zielen die dit Apostolaat volgen, onvruchtbaar is. Het is nauwelijks bekend dat de Koningin des Hemels voor elke ziel die Haar teksten leert kennen, doch deze nauwelijks in het eigen leven in de praktijk omzet, om een “betaling” vraagt, opdat Zij in deze zielen de genadewerking moge kunnen ontplooien en deze zielen de Liefde in zich mogen kunnen opbrengen, om slechts te kiezen voor de navolging van de volheid van het Licht.
Dit hoort tot de redenen waarom mystiek lijden nooit kan worden stopgezet, tenzij het mystieke werktuig de Moeder Gods erom vraagt, voortaan van dit lijden te worden bevrijd. Ik heb echter niet de intentie – zo moge God mij bijstaan – dit verzoek ooit aan de Meesteres voor te leggen, want dan zou het verbond tussen de Meesteres van alle zielen en Haar Myriam, op hetwelk dit Apostolaat is gegrondvest, volkomen zinloos, doelloos en inhoudsloos zijn.
Lieve zielen, het heeft mij verheugd, van de Koningin des Hemels de toestemming te krijgen, U deze verduidelijkingen te mogen aanbieden. In het leven van een mystieke ziel gebeurt heel veel dat nooit openbaar kan of mag worden gemaakt. Soms staat de Meesteres een kleine verduidelijking zoals deze toe, die dan voor alle zielen het effect van een iets beter begrijpen van Gods Werken kan opwekken. Ik dank U nu reeds van harte voor het gebedje ter ondersteuning dat U af en toe aan Maria zult willen aanbieden. Dat zal mij méér helpen dan om het even welk geneesmiddel.
Van harte in de Liefde en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 491
De zielentempel, beproevingen, en de ware Vrede van Christus
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte dank ik U voor de lieve, bemoedigende woorden uit Uw hart.
Het verheugt mij zeer, te merken dat in U een mooie Vrede wortel schiet. Dat is een Hemels geschenk, wellicht het mooiste dat men hier op aarde kan krijgen, want op aarde wordt in wezen van elke ziel verwacht dat zij in de praktijk van haar dagelijkse leven op een vruchtbare wijze gestalte weet te geven aan het Nieuw Verbond, dit wonderbaar contract van Verlossing, dat God met ons heeft gesloten en waarin ons eigen aandeel de ware navolging van Christus is. U weet dat dit betekent, dat de kruisen meteen midden in onze zielentempel worden geplant.
Wij zouden ons de tempel van onze ziel inderdaad in wezen kunnen voorstellen als de berg Golgotha, waar wij onze dagelijkse kruisen naar boven dragen om ze daar op het altaar van ons hart aan God op te offeren in een offerande die uiteindelijk onze Verlossing moet voltooien. Daarom is het zo belangrijk dat de ziel door totale toewijding Maria tot Meesteres van haar tempel maakt. De Koningin van Hemel en aarde is immers de Medeverlosseres met de Christus, en in die hoedanigheid, samen met Haar hoedanigheid als Middelares van alle genaden, is Zij gelijktijdig Offeraltaar, Tabernakel van de Allerheiligste Drievuldigheid, en Poort van Gods genade. Zodra de ziel Maria volkomen bezit van zich laat nemen, worden de kruisen van elke dag niet langer vanop het eigen altaar doch vanuit het Hart van Maria aan God opgedragen. Daar worden zij van pasmunt tot goudschat als bijdrage tot de invulling van het Nieuw Verbond.
Beproevingen horen bij het leven, “jammer genoeg” indien men het leven vanuit een werelds hart beschouwt, “gelukkig maar” indien men het beschouwt vanuit een hart dat weet dat de beproevingen onze enige gouden weg naar “Boven” vormen: zij zijn krachtens het Nieuw Verbond inderdaad de verwezenlijking van onze navolging van Christus, mits zij in deugdzaamheid, aanvaarding en Liefde worden gedragen. De beproevingen zijn de onzichtbare zaadjes die in ons tuintje na dit leven de bloemen doen bloeien die in eeuwigheid niet verwelken.
Zalig de ziel die dit alles heeft begrepen en aanvaard, want zij erft de ware Vrede van Christus, die haar tot borrelende Bron van draagkracht wordt in alle beproevingen van het leven. Ja, de aarde is een tranendal, maar de tranen worden druppels van goud voor de ziel die heeft begrepen dat de pijnen niet het einde zijn, doch de sleutels op een deur naar een Leven van Eeuwige Gelukzaligheid... indien de ziel dit alles draagt in ware toewijding en in het besef dat dit leven niets méér is dan het toegangspaadje tot het Eeuwig Paradijs. Het is een verraderlijk paadje dat vaak met scherpe stenen is bezaaid, maar in vergelijking met de eeuwigheid die erop volgt, is het inderdaad een paadje.
Ik omhels U van hart tot hart, van ziel tot ziel, in de schaduw van het Heil brengende Kruis en in de verrukking brengende geur van Maria’s Tegenwoordigheid, en wens U een zalig, genaderijk Kerstfeest. Moge de Vorst van de Vrede, de Maker van het Heil, in U geboren worden en er opgroeien onder de zon van een Liefde die Hem de kruisen laat vergeten, die Hem in zovele zielen nog dagelijks op de Schouder worden gelegd.
Moge het Jezuskind U voor Uw levensweg een diepe Vrede in het hart zaaien!
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen, de Dageraad van de Eeuwigdurende Hoop,
Haar Myriam
Brief 492
Kerstmis als teken van Gods volmaakte Liefde
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Hartelijk dank voor Uw Kerstwensen. Ik wens U op mijn beurt de ware Vrede van Christus. Het Jezuskindje wordt immers niet alleen in de herinnering aan het verre en toenmalige Bethlehem geboren, doch heel concreet in de eigen ziel.
Een kind dat geboren wordt, moet ook kunnen opgroeien, want daartoe is het immers in de wereld gekomen. Het heeft nood aan moedermelk en later aan het voedsel dat aan het bloed de draagkracht verleent om het hele wezen te versterken en het uit te rusten voor zijn leven en zijn werken op aarde. Dit alles kan de ziel in onuitputtelijke mate scheppen uit deze prachtige Hemelse vijver die God doorheen alle eeuwen ononderbroken met het water van Goddelijk Leven vult: Maria. Zij is het ook, die de Christus in de ziel baart opdat Hij deze in Zijn eigen “groei” moge kunnen meetrekken. Bij de geboorte van Christus in de ziel uit Maria toont Gods Zoon Zich helemaal als Broeder van de ziel: Hij laat Zich in de ziel inplanten om als het ware in haar haar levensweg te voltooien en de Zijne te herhalen, terwijl Hij haar voortdurend van binnen uit tracht aan te sporen om Zijn Weg in alles te benaderen. Op deze wijze lijdt Hij in de ziel en met haar, en verheugt Hij Zich in de ziel en met haar, terwijl Hij voor haar een geschenk bereidt dat zij in het overgrote gedeelte van de gevallen nooit of nooit zal herkennen: het aanbod om in eenheid van hart met God te leven.
Eigenlijk is dit de diepe betekenis van Kerstmis: de geboorte van Christus in de ziel opdat Hij in haar groot kan worden en in haar Zijn hele Leven kan herhalen, met al Zijn Wonderen, maar ook met het Kruis. In dit alles werkt slechts deze ene kracht, uit dewelke het Wezen van God bestaat: de Ware Liefde, die slechts naar de voltooiing van onze Verlossing en heiliging tracht.
Zo is God ten volle een God van Leven, Liefde, Licht en Hoop. Zijn tegenstrever tracht ons het tegenovergestelde te brengen, en vooral ons te laten geloven dat deze tegengestelden de ware norm van ons leven op aarde moeten zijn: dood, haat respectievelijk zonde, duisternis en ontmoediging. Dit alles sterft naarmate de ziel kiest voor God en Zijn Werken in het eigen dagelijkse leven. Daar ligt de reden waarom ons aardse leven het voorwerp van een voortdurende strijd tussen Licht en duisternis heet te zijn: De beide pas beschreven krachten trachten heel ons leven lang, de heerschappij in de ziel naar zich toe te trekken. De inzet is het Eeuwig Leven, de ware Verlossing, de heiliging van de ziel.
Hier ligt meteen één van de hoofdredenen waarom de ziel de Tegenwoordigheid, de heerschappij en de leiding van de Koningin des Hemels in haar leven zo zeer nodig heeft. Geen Wezen is beter vertrouwd met Gods Mysteries, de Geheimen van Zijn Werken in de ziel, en geen Wezen beschikt zoals Zij over de macht en het vermogen om Gods Werken in de ziel tot de hoogste vruchtbaarheid te brengen. Daarom wordt Maria de Brug tussen Hemel en aarde, tussen God en de zielen genoemd: Zij draagt de vruchten uit de Goddelijke Boomgaard in de ziel binnen, en leidt de vertering die noodzakelijk is opdat deze Goddelijke vruchten de ziel goed zouden bekomen en haar niet zouden schaden, doch voeden. Onvergankelijke vruchten voeden immers voor het onvergankelijke Leven. Zij bederven slechts wanneer zij worden bewaard waar de zuurstof van de Heilige Geest het moet afleggen tegen de gisting van de zonde omdat de ziel haar bodem met de onverteerbare vruchten van de wereld heeft gevoed.
God is Liefde. Mocht Hij ook maar voor één enkel procent iets anders zijn, dan zouden wij onder Zijn Werken allemaal onmiddellijk sterven, want de ziel is zodanig geschapen dat zij slechts datgene verdraagt, wat voor honderd procent uit Liefde bestaat. De kracht van Gods Tegenwoordigheid zou ons verschroeien indien ook maar één enkel procent in Hem niet Liefde zou zijn, want de stralen van de Liefde bouwen op, en verbranden de duisternis in ons. Aangezien elk gebrek aan Liefde echter reeds het zaad van de zonde in zich draagt, werkt dit vuur op de ziel in zoals een vuur van bekoring, die ziek maakt en doodt. Mocht in God ook maar één enkel zaadje van zonde zijn, dan zou Hij reeds niet meer het Ware Leven schenken, en zou Hij alles wat uit de Bron van Zijn Hart voortkomt, meteen bederven met een kracht, waardoor het zichzelf doodt. Er zou dan kunnen worden gezegd dat God Zijn eigen Werken in Zijn schepping Zelf vermoordt. Daardoor zou onmiddellijk alle Verlossing en heiliging van elke ziel volkomen uitgesloten zijn, zou het Nieuw Verbond volkomen zinloos zijn, en zou Jezus volledig vergeefs op aarde hebben geleefd en geleden.
Wanneer wij ons dit alles voor ogen houden, lieve zus, kan ons hart nauwelijks anders dan juichen, want dan dient zich bij ons vanzelf het inzicht aan, dat God Zijn schepping absoluut niet zou kunnen schaden. Zou God Zijn Zoon jaar na jaar in alle zielen van goede wil opnieuw geboren laten worden indien Hij niet het absoluut volle Leven zou brengen? Zou Kerstmis zin hebben wanneer God het effect van de Geboorte van Zijn Zoon in de zielen Zelf negatief zou beïnvloeden door naar Zijn schepping ook maar één seconde lang iets anders dan volmaakte Liefde en volmaakt Leven te laten vloeien?
Misschien brengen deze overwegingen U meteen even tot nadenken over de diepere zin van het Kerstfeest, en over wat het betekent, dat God Liefde is. Zij laten ons ook inzien hoe waar het is wanneer de Meesteres van alle zielen ons in deze tijd waarschuwt voor alles wat zich niet met Gods ware bedoelingen laat verenigen. Wat niet onverdeeld Liefde is, komt niet onverdeeld van God. God gaat nooit een huwelijk aan met één of andere kracht die Hem met de duisternis bedriegt, om het even of zij dit open of in het verborgene doet. De Meesteres van alle zielen wordt juist tot ons gestuurd om ons in alle omstandigheden het Licht van de duisternis te leren onderscheiden. Op deze wijze baart Zij de Christus in de zielen in een ononderbroken Kerstmis.
Een genaderijke Kerstmis !
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 496
Over de Myriam-geschriften en antwoordbrieven – Over de bedoelingen en strategieën van de satan
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Eindelijk wordt mij de gelegenheid geboden, U te antwoorden. In de Duitse vertalingen van de Myriam-geschriften worden de jongste tijd massa’s interpretatiefouten vastgesteld. Sedert enkele maanden zijn een paar zielen aan het werk om deze woord voor woord uit te zuiveren, wat een enorme massa werk met zich mee brengt. Het goede daarvan is, dat dit alles de gelegenheid biedt, God en de Koningin des Hemels extra te verheerlijken, doordat nu alles wat dit unieke Werk kan schaden, systematisch wordt ontkracht. De schaduwzijde is echter dat het “normale” apostolaatswerk telkens weer zeer sterk wordt afgeremd, aangezien ik er niet omheen kan, dit correctiewerk zelf te “leiden”, want het kan niet worden uitgevoerd door zielen die de respectieve (Nederlandstalige) originelen niet of niet voldoende begrijpen, en bovendien moet de diepe betekenis van de in alle geschriften vervatte mystieke elementen uiterst precies worden gerespecteerd.
Elk woord van elk Myriam-geschrift heeft zijn door God gewilde betekenis, en bij vertalingen kan deze betekenis zoals God ze heeft bedoeld, slechts worden weergegeven in de mate waarin de vertalende ziel zich exact in het origineel kan inleven, wat in dit kader niet altijd gemakkelijk is. Het is in deze geschriften absoluut niet om het even, welk woord of welke uitdrukking wordt gebruikt, en waar. De Meesteres van alle zielen spreekt weloverwogen woorden die precies datgene moeten overbrengen, wat God in deze tijden met het oog op de voltooiing van Zijn Heilsplan wil laten verkondigen. Op ons rust de plicht, deze woorden, respectievelijk betekenissen, zo nauwkeurig mogelijk over te brengen, respectievelijk deze precies zoals zij door God zijn bedoeld, in onze zielen op te nemen. Derhalve is dit monnikenwerk van een definitieve correctie van elk geschrift in de Duitse taal allesbehalve tijdverlies, doch een inspanning die Gods bedoelingen in het ware Licht moeten stellen, en een offerande die de verwezenlijking van de unieke opdracht van de Meesteres van alle zielen in deze Laatste Tijden moet helpen bevorderen. Het is U immers bekend dat alle Werken van God op aarde in vereniging met de vrijwillige inzet van zielen in intensieve toewijding aan Hem, bij voorkeur door Maria, moeten worden voltooid. Zo heeft God Zelf het gewild.
Ook dit alles hoort derhalve bij de voltooiing van de opdracht, die de Hemel Zich blijkbaar vanwege Zijn kleine werktuig heeft gewenst (*). Opdat dit alles de vruchtbaarheid van dit Werk inderdaad zou mogen helpen bevorderen, moet ik U en de vele zielen die nu nog op een antwoord op hun brief wachten, om begrip en gebed vragen. Mag ik mijn lieve zussen en broeders ertoe uitnodigen, hun wachttijd – die, U kunt mij vrij geloven, niet aan een beslissing mijnerzijds is gelegen – aan de Meesteres van alle zielen op te offeren met de intentie dat Zij (Maria), en door Haar, God en Zijn Werken weldra in de allerhoogste mate mogen worden gediend, zoals Zij dit verdienen. Dit Apostolaat is een Werk van unieke verkondiging. Deze verkondiging kan slechts het doel bereiken, dat God voor dit Apostolaat heeft gesteld, in de mate waarin de door de Meesteres aangeboden Leerstellingen precies en volledig correct worden aangeboden. Ondanks de enorme massa werk die hiervoor nodig is, gaan de gebruikelijke taken van Myriam op het gebied van gebed en beschouwing verder. Zonder deze zou in het Apostolaat helemaal niets functioneren, want een Apostolaat dat in het leven is geroepen om volledig op basis van de mystiek te functioneren, leeft uitsluitend van het contact “met Boven”. Het is derhalve belangrijk dat ik de kans krijg om het kanaal volkomen zuiver te houden, in het belang van al mijn zussen en broeders alsook in het belang van Gods Werken. Dit kan ik slechts door volhardend gebed en beschouwing bekomen, want alleen via deze wegen betreedt de Koningin des Hemels dit domein van mijn ziel, waar het zaad der verkondiging wordt uitgestrooid en in innigste eenheid met de Meesteres dagelijks moet worden besproeid.
U hebt het juist gezien: De beangstigende dromen, slaapstoornissen en depressies worden inderdaad door de satan geïnspireerd, die daadwerkelijk het onbewuste niveau van het geestesleven kan beïnvloeden, en dit ook telkens weer doet. Gelukkig staat de zielen een werkzaam tegengif ter beschikking: Wijdt U dit geestelijk lijden, dat U immers reeds zo lang in zich draagt, toe aan de Meesteres van alle zielen met de vraag dat Zij deze als grondstof voor het bereiden van de genade van Uw geestelijke bevrijding zou gebruiken. Zo werkt onze machtige Middelares van alle genaden nu eenmaal: Zij verzamelt de toegewijde offers en lijden van de zielen, bekleedt deze met de mantel van Haar volmaakte Liefde, en vormt deze dan om tot een sleutel, met dewelke Zij de schatkamers van de Goddelijke Genaden opent. Haar is immers de macht over het verdelen van de genaden verleend. Het volhardend toewijden van dit geestelijk leed kan U niet slechts van gelijkaardig leed bevrijden, het maakt dit vooral doelmatig, want de toewijding van onze gewaarwordingen, ervaringen en wederwaardigheden dient heel rechtstreeks de voltooiing van onze persoonlijke opdracht in het kader van Gods Heilsplan.
Telkens wanneer U in een levendige droom ervaart hoe de satan U in de uitzichtloosheid wil drijven, gaat het om een duivelse poging om in U het geloof, de hoop en het vertrouwen te verzwakken. U ervaart ons Apostolaat als een “thuiskomen”. De Meesteres van alle zielen werkt doorheen dit Apostolaat hoofdzakelijk door de zielen de vier componenten te brengen waaraan deze vooral in deze tijd behoefte hebben: hoop, moed, Liefde, en de volheid van de Waarheid. Zij betitelt Haar Apostolaat derhalve Zelf als “Mijn Apostolaat van de ware Hoop, de bemoediging, de Ware Liefde en de volheid van de Waarheid”. Elke ziel die de geschriften van de Meesteres van alle zielen met een oprecht hart op zich laat inwerken, kan weldra diep in zichzelf vaststellen, hoe gerechtvaardigd deze betiteling wel is. Om deze reden hoeft het U niet te verbazen dat de grote vijand van de zielen precies deze verworvenheden in U tracht te bestrijden. Dat doet hij op hardnekkige wijze in elke ziel die ons Apostolaat een warm hart toedraagt, omdat hij in deze zielen het gevaar vreest, dat zij hem iets zouden kunnen kosten.
Inderdaad, precies om deze reden vormt ons Apostolaat, ondanks – neen, precies vanwege – het feit dat het voor honderd procent door de Koningin des Hemels is opgericht en wordt geleid (ikzelf heb zelfs mijn menselijke wil aan Haar afgestaan), een favoriete schietschijf van de satan. Het verkondigt immers niet voor niets de definitieve nederlaag van de satan aan de voeten van de Vrouw, die door God nu als Meesteres van alle zielen bekend wordt gemaakt, evenals de doelmatigste en vruchtbaarste weg naar de volmaakte heiliging van de zielen als het leger van het Licht tegen de duisternis. Een dergelijke roeping wekt immers de slang, en deze voedt zich met zielen, nadat zij hen heeft vergiftigd. Haar gif bestaat uit de volgende bestanddelen:
- onzeker maken
- ontmoediging
- leugens
- vervorming van het beeld dat de ziel heeft over de Waarheid, of anders uitgedrukt: misleiding, waarbij de leerstellingen “van Boven” door dwaalgedachten “van beneden” worden vervangen, en de eerstgenoemden zodanig worden voorgesteld alsof zij de leugens zijn. Telkens weer vindt de helse slang zielen, die zich ertoe bereid tonen, deze dwaling zelf vorm te helpen geven door de woorden van de Meesteres van alle zielen aan te vallen, en te trachten hen als leugenachtig af te schilderen. De slang kronkelt als “bezeten”... van machteloosheid bij de aanblik van de voeten die haar zullen vernederen, die daarmee zelfs volop bezig zijn, en wel hoofdzakelijk door onze liefdevol gedragen en aan de Meesteres toegewijde lasten.
Lieve broeder, ik weet maar al te goed hoe gemakkelijk zielen, ook “jammer genoeg” (hoewel ook dit in Gods Plan past!) deze, wier woorden een zeker gezag inboezemen, ertoe worden verleid, authentieke Hemelse Werken te belasteren en als twijfelachtig af te schilderen. De Meesteres troost mij in dit verband terecht met de woorden dat het hierbij steeds gaat om zielen, die tot één van de beide navolgende categorieën horen:
-
zielen, die onze geschriften nauwelijks of helemaal niet hebben gelezen. Deze zielen vallen ten prooi aan de bekoring, de geschriften onmiddellijk terzijde te schuiven nadat zij een woord, een begrip, een beeld, enzovoort, hebben opgemerkt dat niet past in hun persoonlijke voorstelling over Maria, over Gods Werken enzovoort, en zij motiveren dan hun onwil doorgaans met de stelling dat het zogenaamd geschriften betreft, die niet in elk detail met de huidige kerkleer zouden overeenstemmen. Dit oordeel is ongegrond. Ik heb in vroegere geschriften en brieven reeds uitvoerig uiteengezet, waarom.
-
Zielen, die onze geschriften nauwelijks of helemaal niet hebben begrepen. Slechts de zielen die de Myriam-geschriften vanuit het hart benaderen, zullen deze begrijpen zoals zij werkelijk door de Hemel zijn bedoeld. Met het verstand kan de ziel vele zaken op het domein van de mystiek nooit begrijpen, want de Heilige Geest werkt niet door het verstand, doch via het hart. Het is niet Gods bedoeling dat de ziel Hem, Zijn Werken, Zijn Plannen en Zijn motieven met de geest zou kunnen doorgronden en begrijpen, maar dat de ziel de Waarheid en de ware essentie van Zijn Wezen en Zijn Werken in het hart leert ervaren. Precies volgens deze regels onderricht de Meesteres van alle zielen. Zij werkt immers precies langsheen de wegen, die God voor de voltooiing van Zijn Heilsplan heeft voorzien. Zalig de zielen die dit hebben begrepen.
Lieve broeder, wees niet verontrust, alles heeft immers een diepe zin. Het antwoord op vele vragen en een verklaring voor vele elementen van leed krijgt de ziel vaak pas na jaren, omdat het zo moet zijn. Alles past ergens binnen Gods Werken. In de mate waarin de ziel zich aan deze waarheid overgeeft, en zij vrijwillig aan de voltooiing ervan meewerkt, zal zij de ware vrijheid erven. Op mijn gebed kunt U rekenen.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
(*) Noot van Myriam: Ook voor de Nederlandse geschriften moet worden gemeld dat uitsluitend de op deze site en de door het Myriam-Apostolaat verspreide geschriften geen interpretatiefouten bevatten.
Brief 498
De Meesteres van alle zielen over de heiligheid van het christelijk huwelijk
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Veel dank voor Uw brief. Ik kan Uw pijn aanvoelen: Wanneer de beide zijden van een verhouding tussen een man en een vrouw uit een christelijk milieu voortkomen, zou een huwelijk vanzelfsprekend eveneens op een christelijk fundament moeten worden opgebouwd. Het hoofdprincipe van een christelijk samenleven is de bestreving, de oorspronkelijke christelijke traditie samen voort te zetten en deze aan verdere generaties door te geven, in woorden en vooral doorheen het hele gedrag. Daarbij zouden alle deugden in de dagelijkse praktijk moeten worden beleefd, als betroffen het de Paragrafen van de Grondwet van het Gezin. Opdat dit op termijn zou kunnen worden verwezenlijkt, moeten de partners op zoveel mogelijk vlakken vreedzaam over alles kunnen spreken, en moeten zij vooral tegen de achtergrond van gelijkaardige gevoelens, bestrevingen en opvattingen hun denken en handelen vorm kunnen geven.
Meningsverschillen zijn niet noodzakelijk slecht: Zij kunnen de partners ertoe aanzetten, innerlijk te groeien en zich in vele deugden te oefenen (verdraagzaamheid, geduld, wederzijds begrip, vergevingsgezindheid, enzovoort). Het wordt echter moeilijk wanneer reeds vόόr het huwelijk zou blijken dat het bijna onmogelijk wordt, binnen het kader van een waar christen-zijn een vruchtbaar spiritueel leven te vormen. Om deze reden zou de verlovingstijd een periode moeten zijn tijdens dewelke elk van beide partners de wijze leert kennen waarop de andere met alles omgaat, over alles spreekt, over alles denkt en voelt, en wat deze van het leven verwacht. Treden daar nog ergens gebreken aan christelijke invulling te voorschijn, dan moeten de betreffende gedrags- of denkwijzen gemeenschappelijk nieuw gevormd worden, want uiteindelijk heeft het aardse leven slechts één enkel doel, dat in twee onderdelen kan worden opgesplitst:
-
dat de ziel voor zichzelf de heiligheid verwerft, door haar eigen inzet op het niveau van de christelijke deugd, door liefdevol beleefde en toegewijde beproevingen, door volhardend gebruik van de vrije wil volgens Gods opvattingen, en door een volhardend nastreven van Gods nabijheid (het hele leven kan tot één doorlopend gebed omgevormd worden, wanneer men zo leeft, als zou Maria in alle levenssituaties aanwezig zijn. Dat is Zij immers werkelijk, maar de ziel voelt de uitwerkingen hiervan slechts in de mate waarin zij deze Tegenwoordigheid ook werkelijk als realiteit ervaart. De ziel kan dit leren in het proces dat wij kennen als vergeestelijking).
-
dat de ziel de hoogst mogelijke bijdrage tot de voltooiing van Gods Heilsplan voor alle zielen levert. Dit kan zij slechts doen in de mate waarin haar leven spiritueel vruchtbaar is. De vorm die deze persoonlijke bijdrage aanneemt, wordt in hoge mate door de individuele roeping bepaald, evenals door de talenten, gaven, zwakheden, en de werkingen van Gods Voorzienigheid op de levensweg. Het komt er derhalve steeds weer op aan, heel aandachtig te luisteren naar de Stem van de Heilige Geest in alle situaties van het leven, zelfs in de schijnbaar “minder belangrijke”. Deze Stem is slechts waarneembaar in de stilte van een ingetogen hart dat oprecht op Gods Werken en op de heiliging als einddoel is gericht.
Wanneer de ziel dit alles in zich opneemt als wegwijzers naar de juiste christelijke ingesteldheid, kan zij zelf voelen, waar, wanneer en onder welke omstandigheden zij al dan niet een geschikte levenspartner kan vinden. De partnerkeuze op zich is reeds een beslissing, die slechts op Hemelse Inspiratie en leiding moet zijn gebaseerd.
Het huwelijk is een heilig verbond, waarvan God Zich volledig moet kunnen bedienen. Zoals onder andere uit de nieuwste onderrichting van de Meesteres van alle zielen in De Beekjes van het Heil blijkt, roept Gods Voorzienigheid op deze wereld dagelijks ontelbare verbonden in het leven, of preciezer uitgedrukt: “bereidt Gods Voorzienigheid het tot stand komen van dergelijke verbonden voor”, want of het zaad al dan niet kan of mag opbloeien, hangt telkens weer af van de vrije keuze van de betrokken zielen. Bepaalde van deze verbonden zijn van korte duur (krijgen soms slechts in het kader van een kort contact hun vorm), andere zijn voor langere tijd bedoeld, nog andere voor het hele leven. Eén van de belangrijkste verbonden die Gods Voorzienigheid tot stand laat komen, is datgene dat eruit bestaat dat een man en een vrouw elkaar ontmoeten, en op zekere dag beslissen, hun hele leven samen door te brengen onder een Goddelijk Zegel: het christelijk sacramenteel huwelijk.
Het christelijk sacramenteel huwelijk is een verbond tussen een man en een vrouw, dat door de Kerk van Christus wordt bezegeld, en op kracht van hetwelk deze beide zielen zich in alles aan elkaar geven met de bedoeling, de doelstellingen van het leven samen en onafscheidelijk te verwezenlijken. De hoogste doelstellingen, deze welke ik zo-even nog heb opgesomd (de eigen heiliging en de individuele bijdrage tot de voltooiing van Gods Heilsplan) behoren ten volle tot de opdracht van de gehuwden. Dit betekent dat God het huwelijk beschouwt als iets veel hogers dan slechts een gemeenschap in het wereldse leven.
De toekomstige huwelijkspartners zouden hiermee absoluut rekening moeten houden, en het zou voor hen duidelijk moeten zijn dat zij zich met elkaar verbinden voor een leven, tijdens hetwelk zij zich in alle aspecten tot wederzijdse hulp en steun – ook op het spirituele niveau! – verbinden. Dit maakt het verbond van het huwelijk tot één van de meest omvattende verbonden en tot één van de krachtigste tekenen van eenheid, die God heeft voorzien. Het is van essentieel belang, dit verbond aan de Koningin des Hemels toe te wijden, opdat Zij de beide partners precies zo kan leiden, dat zij aan deze bijzondere opdracht kunnen voldoen, en wel precies volgens Gods verwachtingen. God heeft het heilig verbond van het huwelijk precies in het leven geroepen, omdat dit verbond een sterk fundament kan vormen voor de vestiging en verspreiding van de christelijke instellingen in de hele maatschappij.
Precies daarom is het in Gods ogen een gruwel wanneer een ziel die buiten het huwelijk staat, zich tussen huwelijkspartners dringt of op om het even welke wijze de door God bezegelde huwelijksgemeenschap niet respecteert, of deze op om het even welke wijze negatief beïnvloedt. In contact met een gezin moet een ziel elk van de beide huwelijkspartners in hun hoedanigheid als deel van het huwelijksverbond aanvaarden. Elk gedrag en elk woord, dat in de beide gehuwden of in één van de beiden op één of andere wijze het aanvoelen van het “deel-uitmaken-van-een-verbond“ kan (laten) verzwakken, is zonder meer uit den boze. Men mag niet in een Goddelijk Plan of in een Goddelijk Werk binnendringen. Doet men dit wel, dan kan God dit gedrag beschouwen als inbreuk op de door Hem gewilde eenheid. Een dergelijk gedrag komt neer op een werk van verwoesting.
Elke ziel is één en ondeelbaar. Wanneer een ziel krachtens een Goddelijk zegel deel van een huwelijkspaar geworden is, wordt deze hoedanigheid tot een vast bestanddeel van haar wezen. Concreet betekent dit dat elke ziel buiten dit huwelijk de betreffende man en de betreffende vrouw individueel in de hoedanigheid van echtgenoot, respectievelijk echtgenote, moet aanvaarden. Ongeacht datgene wat de gehuwde man, respectievelijk de gehuwde vrouw, in het leven is of doet, hij is altijd eveneens echtgenoot, en zij is ook altijd echtgenote.
Lieve broeder, deze uiteenzetting schenkt de Koningin des Hemels U opdat benadrukt zou mogen worden hoe belangrijk in Gods ogen het verbond van het sacramenteel huwelijk is, met alle ermee gepaard gaande en daaruit voortvloeiende elementen. Mogen deze inzichten U op één of andere wijze behulpzaam zijn bij de beslissing met betrekking tot een toekomstig huwelijk. Ik bid voor U, opdat U de juiste weg moge vinden en U deze vervolgens volkomen in overeenstemming met Gods opvattingen vorm moge kunnen geven.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 499
Wordt het Myriam-Apostolaat werkelijk voor honderd procent door de Koningin des Hemels geïnspireerd?
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Uw vraag is voor dit hele Werk zo fundamenteel dat ik haar absoluut letterlijk moet citeren. U bent niet de eerste die met deze vraag zit. Heel graag beantwoordt de Meesteres van alle zielen haar voor U:
Wordt het Myriam-Apostolaat [of zijn de Myriam-geschriften] werkelijk voor 100% door de Koningin des Hemels geïnspireerd, of is alles of een deel van wat op de website staat slechts fantasie, of ontstaan uit de menselijke geest?
Lieve broeder, in de eerste plaats zou ik er graag op wijzen dat ik voor de echtheid, met andere woorden de Hemelse oorsprong, van elk woord op de Myriam-website, met mijn leven borg sta. Ik bedoel daarmee: Toen de Koningin des Hemels mij vόόr bijna vijftien jaar tot Haar dienst riep, liet Zij mij volkomen vrij, voor deze roeping te kiezen of niet. In de eerste visioenen en ontmoetingen opende Zij in een overweldigend ritme in mij de kanalen door dewelke de stromen van mystieke overdrachten en de innerlijke spirituele vorming op dit niveau zich zouden voltrekken, strooide Zij in mij massa’s zaad uit van een kennis, van wier bestaan ik voordien geen enkel vermoeden had, en lichtte Zij mij grondig voor over datgene, wat ik van een leven als mystica in Haar dienst mocht verwachten. Dit alles haalde mij nu zo onderste boven als ware alles wat ik was en had in één ogenblik volledig, voor honderd procent, platgebombardeerd en tezelfdertijd volledig nieuw opgebouwd. Ik herkende mijzelf na luttele dagen nog nauwelijks, en verbaasde mij in onbeschrijflijke mate over alle kennis over “Goddelijke dingen”, over dewelke ik van de ene dag op de andere bleek te beschikken, en waarover ik nooit in mijn leven ook maar één enkele bladzijde had gelezen.
In één klap veranderde alles in mijn leven. Alles werd oneindig verdiept. De wijze waarop ik alles om mij heen beschouwde, kreeg een volledig nieuwe – “bovenaardse” – extra dimensie. Lieve broeder, nadat de ziel ooit één maal in de diepste en waarste zin van het woord door de Koningin des Hemels is aangeraakt, is zij nooit meer dezelfde als voordien. De “aanrakingen” herhaalden zich gedurende zeer lange tijd zo goed als dagelijks, met een onbeschrijflijke diepgang. De Moeder Gods heeft mij zeer grondig opgeleid, en vroeg mij telkens weer om de herhaling van mijn ja-woord, opdat Zij zou weten dat ik nog steeds bereid was, met Haar verder te gaan (omdat elk bijkomend element in deze mystieke opleiding nieuwe, bijkomende verantwoordelijkheden en steeds méér tegenwind met zich mee zou brengen – daarvoor waarschuwde Maria mij dagelijks).
Zo ging het steeds verder, terwijl de unieke verrukkingen van de eerste maanden al snel door de keerzijde – de beproevingen – werden aangevuld. Op zekere dag begon de Koningin des Hemels dan zielen op mijn weg te leiden, ten gunste van dewelke ik datgene in toepassing moest brengen, wat Zij mij leerde.
Zo ontwikkelde zich geleidelijk het Apostolaat. In de herfst van 2005 maakte Maria Zich dan als “Meesteres van alle zielen” bekend, en begon Zij met Haar onderrichtingen betreffende de motivering van deze hoedanigheid.
Lieve broeder, mocht in dit Werk ook maar één enkel woord fantasie voorkomen, dan zou het volledig zinloos zijn. Ik kan U verzekeren:
-
de Hemel vormt niet een ziel jarenlang in de diepten van de mystiek, brengt niet het leven van die ziel voor honderd procent onderste boven, en inspireert haar niet tot duizenden bladzijden bovennatuurlijke kennis (en dan mag ik nog niet eens alles wat Maria mij door de jaren heen heeft geleerd, op schrift stellen, verre van...) en leidt haar niet op de weg van een internationaal Apostolaat, om daarna dit Werk door fantasieën of door werelds berekenend denkwerk voor de kar van de satan te laten spannen;
-
mocht ik mij veroorloven, ook maar één enkel woord te verkondigen dat niet van de Meesteres van alle zielen afkomstig is, dan zou ik mijn eigen ziel welbewust verdoemen. Indien U wist welke verantwoordelijkheid de mystieke ziel draagt voor alles wat zij doet, zegt en schrijft, zouden onmiddellijk alle twijfels aan de echtheid van alle Myriam-teksten tot in de kleinste details, van U weggenomen worden. Van Myriam zelf worden op de Myriam-website of elders geen woorden geopenbaard die niet door Maria geïnspireerd zouden zijn, of waarvoor Zij geen opdracht zou hebben gegeven. Myriam is een werktuig van Maria, geen werktuig van wereldse belangen.
-
Dat is het, wat ik voorheen bedoelde wanneer ik schreef dat ik voor de echtheid, met andere woorden de Hemelse oorsprong van elk woord op de Myriam-website met mijn leven borg sta.
Er is een hemelsbreed verschil tussen fantasie en mystiek:
-
De mystiek is de weg van de rechtstreekse aanraking tussen de Hemel en een ziel, met als doel: een bijzondere vorming van de betreffende ziel in de onderrichting met betrekking tot de Waarheid, de begeleiding van andere zielen en de doelmatige vormgeving van andere bijzondere opdrachten ten gunste van Gods Heilsplan. De fantasie daarentegen is de weg van de misleiding van zichzelf en anderen, die door de satan wordt gebruikt als middel om de fantaserende ziel ertoe te brengen, Gods Werken krachtig af te remmen, als ongeloofwaardig af te doen en, indien mogelijk, volledig te vernietigen, en zo veel mogelijk zielen op dwaalwegen te leiden – met andere woorden: ver weg van God en Zijn Waarheid;
-
De mystiek werkt zich in de ziel, en door haar, voor honderd procent in het hart uit, terwijl de fantasie daarentegen een product van de geest is. Eén van de eerste oefeningen, waarbij de mystieke ziel “gedrild wordt” (neemt U mij dit militair begrip niet kwalijk), is deze, waarin zij leert, bij elke aanraking met “boven” en in de uitvoering van haar opdrachten naar de zielen toe, het denken, het verstand, in een oogwenk volledig uit te schakelen en uitsluitend vanuit het hart te leven en te werken. Wanneer de mystieke ziel tijdens een inspiratie vanwege de Koningin des Hemels ook maar één enkel ogenblik deze toestand van het “opgenomen-zijn-in-bovennatuurlijke-sferen” verlaat, wordt de inspiratie onmiddellijk opgeschort, omdat de Hemel er alles aan doet opdat geen menselijke gedachten de geboorte van deze waardevolle Hemelse “parel” zou kunnen verontreinigen. Glijd ik desondanks eens voor korte tijd uit deze toestand weg, dan schort de Meesteres Haar aanraking op, maakt mij van mijn veranderde gewaarwordingstoestand bewust, en wacht geduldig tot ik opnieuw volledig op Haar gericht ben. Zij staat geen enkele wereldse gedachte, geen enkel werelds beeld in mijn geest toe. Pas zodra mijn innerlijke wereld opnieuw uit Haar alleen bestaat, spreekt Zij verder, respectievelijk laat Zij de visuele Onderrichtingen verder gaan;
-
Uit geen enkele fantasie zou de Hemelse realiteit ooit, zelfs nog maar bij benadering, zo kunnen worden beschreven, dat daaruit een volmaakt steekhoudend systeem ontstaat, zoals dit in de Wetenschap van het Goddelijk Leven het geval is. Bovendien zou geen enkele ziel dit Werk jarenlang volhouden wanneer het (zelfs maar gedeeltelijk) op fantasie gebaseerd zou zijn. Een hart, dat waarlijk met Maria in aanraking is geweest, kan geen spoor van fantasie meer verdragen;
-
De mystiek is gebaseerd op Liefde, terwijl de fantasie op dweperij is gebaseerd. De dweperij kenmerkt zich vooreerst daardoor, dat zij met Liefde voor God dweept, doch deze niet tot elke prijs in de praktijk kan omzetten: de dweperij capituleert heel vlug bij beproevingen. De mystiek gaat echter precies met zeer harde beproevingen samen, omdat het contact met de Hemel nu eenmaal dag na dag moet worden afgekocht, en van nature uit met bijzondere opdrachten verbonden is.
-
De fantasie ontspringt uit de eigen geest, en kan derhalve ook door de ziel zelf worden opgewekt; de mystiek daarentegen kan door de ziel zelf niet worden opgewekt. Qua optreden, inhoud en vorm wordt de mystiek volledig beheerst door het Hemelse Wezen dat de mystieke contacten toestaat. In mijn geval is dit meestal de Koningin des Hemels. Zij heeft deze ontmoetingen, respectievelijk gewaarwordingen, volkomen in Haar macht. De menselijke geest kan deze niet naar believen opwekken.
Lieve broeder, dit Apostolaat is voor honderd procent op de mystiek gebaseerd. Daar gaat niets “vanzelf”: Zelfs na vijftien jaar brengen mij deze contacten met de Koningin des Hemels niet louter verrukkingen, maar kosten deze mij ook dag na dag één en ander, en wel zelfs in steeds toenemende mate, om redenen, waarvan mij niet is toegestaan, deze uiteen te zetten.
U formuleert het in woorden die hierop neerkomen, dat in de Myriam-geschriften alles zo prachtig is dat men bijna niet kan geloven dat het hier inderdaad om Hemelse Waarheid gaat. Lieve broeder, dit komt niet doordat deze geschriften niet van de Hemel zouden komen, doch omdat zij juist wel voor honderd procent van de Hemel komen. In dit Werk wil God eens en voor altijd aantonen:
-
dat de Liefde de enige kracht is, die aan de schepping het Ware Leven brengt;
-
dat Hij Zijn Hemelse Werkelijkheid naar de zielen wil brengen in de volheid van haar schoonheid, zoals de allereerste zielen deze Werkelijkheid hebben gekend vόόr zij de erfzonde bedreven, en hen daardoor het vermogen tot een ononderbroken en spontane aanraking met Gods Hart moest worden ontnomen. In de mystiek wordt aan de mystieke ziel de gewaarwording van deze aanraking in golven vergund, met de bedoeling dat deze ziel jegens haar medezielen uit eigen ervaring en derhalve op overtuigende wijze over de realiteit van deze bovenaardse schoonheid zou kunnen getuigen;
-
dat de kennis van, en het inzicht in, Zijn Werkelijkheid de bronnen van ware hoop en bemoediging zijn, omdat de zielen op grond van deze kennis en dit inzicht pas echt in het hart kunnen voelen dat de donkere werkelijkheid hier op aarde slechts een overgangsfase is, een oefenterrein waarop de zielen door het overwinnen van de eigen zwakheden de wedergeboorte in het Hemels Paradijs evenals de wedergeboorte van het Paradijs op aarde moeten helpen ontstaan;
-
dat Hij de wegen naar dit Goddelijk Ideaal in volmaakte Wijsheid heeft vastgelegd, en wel heel lang geleden, en dat Hij deze wegen nu in de praktijk wil omzetten omdat de volheid van de tijd daartoe nu is gekomen. Op deze Wijsheid is de hele bovenaardse logica van de huidige verkondiging van de Meesteres van alle zielen gebaseerd. Deze logica wordt dwars doorheen alle Myriam-geschriften op de meest steekhoudende wijze uiteengezet. Elke ziel die zich de moeite getroost, de geschriften met het hart in zich op te nemen, zal ooit de waarheid ervan inzien.
Lieve broeder, de Meesteres van alle zielen vergeleek de Myriam-geschriften ooit met zaad dat Zij in massa’s in Haar Myriam heeft uitgestrooid, en die Myriam op grond van een leven in de diepste overgave en toewijding aan de Meesteres, en op grond van vele verborgen opdrachten, zaadje na zaadje tot bloei moet brengen (= in de vorm van geschriften aan de zielen aanbieden). Wanneer dit zaad tot bloei komt, vormt het Hemelse bloemen. U merkt het reeds aan de stijl, aan de woordkeuze, enzovoort: Maria spreekt een zeer bloemrijke taal, en verpakt al haar inspiraties in bovenaardse beelden. Tijdens het schrijven van elk afzonderlijk geschrift, elke afzonderlijke brief, elk afzonderlijk gebed, klopt in Haar Myriam het Hart van de Koningin des Hemels, deze vlammenzee die van Liefde brandt en waarin de bovenaardse werkelijkheid voelbaar heerst. In elke formulering wordt datgene “vertaald” wat de Meesteres mij ofwel op dat ogenblik zelf toont, ofwel wat Zij mij korte tijd (soms langer) voordien heeft getoond. Het resultaat is een geheel van bloemrijke geschriften die qua inhoud en vorm getuigen van hun oorsprong in de Bron van de Eeuwige Wijsheid.
Lieve broeder, bewijzen, zou men de mystiek slechts kunnen wanneer deze geen mystiek meer zou zijn, want mystiek is Hemels, en gaat derhalve het menselijk verstand te boven. Laten wij daarvoor dankbaar zijn. Zalig de ziel die het waarachtig Hemelse aanvaardt zoals het is, en zoals het in volmaakte Liefde rechtstreeks van God naar haar toevloeit.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 500
Hoe kan men het vagevuur ontlopen? – Over het ontvangen van de Heilige Communie na roken, snoepen en andere – Een bedenking van de Meesteres van alle zielen bij scheiding tussen huwelijkspartners
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Met betrekking tot Uw vraag: Zijn er Richtlijnen van de Moeder Gods waarmee men rekening moet houden om een zo zuiver mogelijke zielstoestand te bereiken, zodat het vagevuur nauwelijks nog nodig is? Het antwoord van de Meesteres van alle zielen is desbetreffend ontwapenend eenvoudig:
“Volg liefdevol, met een rotsvast geloof, vervuld van ware hoop en met volharding alle Richtlijnen en Onderrichtingen, die Ik doorheen alle geschriften in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven aan de zielen schenk. Elk van deze geschriften is een verzameling van heilig zaad. Strooit men deze zaadjes samen in de bodem van de ziel en voedt men ze met oprechte Liefde en goede wil, dan zal de ziel openbloeien als een bloementuin. Elk zaadje, dat aan een ziel wordt geschonken, doch door haar niet wordt aanvaard, respectievelijk wordt versmaad, moet in het vagevuur tot rijping worden gebracht”.
Met Jezus’ woorden zou men hier kunnen zeggen: “Wie oren heeft, hij luistere”. De Wetenschap van het Goddelijk Leven, eenvoudig uitgedrukt: het geheel van de Myriam-geschriften, is precies als weg van de vervolmaking bedoeld, als weg om in heiligheid te leven en te sterven.
De bedoeling van het vagevuur is uiteindelijk slechts de vervolmaking van de ziel in de ware Liefde, via het inzicht dat zij bij het oordeel over haar voorbije aardse leven heeft gekregen met betrekking tot de ware Liefde en over elke detail van het leven waarbij zij deze Liefde niet heeft kunnen opbrengen. Dit inzicht, gebaseerd op het feit dat de ziel bij haar levensoordeel het voorbije leven door Gods ogen mag, respectievelijk moet zien, wekt in haar een diepe pijn over elk gebrek aan Liefde in haar voorbije leven. Deze pijn vormt de loutering. Het betreft Liefdespijn, door het inzicht dat de ziel zich door haar zonden en ondeugden van God heeft losgerukt en om deze reden nu nog niet naar Hem terug kan gaan.
Graag in verband met Uw volgende vraag: Is het een zware zonde, wanneer men vόόr de Heilige Communie sigaretten of sigaren rookt?
De Meesteres van alle zielen heeft mij er ooit in Lentebloesems aan de Levensboom (over de deugden en de weg naar de heiligheid) laten op wijzen, dat, en om welke redenen, roken een ondeugd is. Het is U terdege bekend dat wordt afgeraden, tijdens een bepaalde tijd vόόr het ontvangen van de Heilige Communie te eten. De Meesteres van alle zielen koppelt aan deze regel een zuiver spirituele reden: Doordat de ziel een tijd lang vόόr het ontvangen van de Heilige Communie niets eet, getuigt zij tegenover God: “Ik zou graag van U alleen leven”. Hoewel deze bekentenis gewoonlijk niet in de absolute betekenis van het woord kan worden omgezet zolang de ziel in een stoffelijk lichaam leeft, geldt zij, wanneer zij bewust in oprechte Liefde wordt beleefd, voor God als een werkelijkheid.
Wat het roken betreft, hier ligt de zaak enigszins anders, omdat roken, hoe men het ook moge beschouwen, het lichaam niet voedt, noch het iets toelevert dat bevorderlijk is voor de door God voor het lichaam voorziene functies. Wij moeten er ons steeds van bewust zijn, wat wij met ons lichaam doen. Het lichaam mag weliswaar niet tot uiteindelijk doel noch tot reden van onze handelingen worden, maar God heeft het ons geschonken opdat onze ziel haar aardse leven zou kunnen leiden. Om deze reden rust op ons de verplichting, ons lichaam een zekere basisverzorging te verlenen. Zelfs de wetenschap toont in deze tijd vanuit de meest uiteenlopende hoeken aan, hoe schadelijk het roken is voor de gezondheid. Om deze reden kan geen enkele ziel nog onwetendheid voorwenden. Wij mogen daarbij niet vergeten dat lichaam en ziel elkaar wederzijds beïnvloeden. Om deze reden kan met zekerheid worden gezegd dat roken ook het spirituele leven kan schaden. Laten wij eens het volgende beschouwen:
De Meesteres van alle zielen stelt steeds weer met klem dat niet alleen handelingen en woorden op zich deugdzaam of niet deugdzaam zijn, maar in nog veel hogere mate de gedachten en gevoelens, welke achter handelingen en woorden schuilgaan. In de breedste zin van het woord betekent dit dat de heiligheid en de vruchtbaarheid van een ziel in de eerste plaats wordt bepaald door datgene wat zich in het verborgene, en derhalve onzichtbaar, in haar afspeelt. Wanneer wij nog een stap verder gaan, hoeft het ons niet te verbazen wanneer de Koningin des Hemels erop wijst dat met het roken een symboliek gepaard gaat, die nauwelijks nog met een aanraking met God verenigbaar is:
Bij het ontvangen van de Heilige Communie betreedt God het lichaam (de tong, en vervolgens elke lichaamscel), maar ook langs de niet-stoffelijke weg de ziel. Wanneer nu het ontvangen van de Heilige Communie plaats heeft in een mond, die binnen de laatste uren vóór de Communie uit vrije wil met de rook uit sigaretten of sigaren in aanraking is geweest, komt dit voor God neer op een situatie, in dewelke God bij Zijn Intrede in rook wordt gehuld. Rook staat symbool voor zuurstofarme lucht, dwaling, verblinding en misleiding. Mijn rokende medemensen gelieven mij te willen verontschuldigen, ik breng niets méér of minder naar voor dan datgene wat de Meesteres van alle zielen mij desbetreffend als antwoord op de door U voorgelegde vraag aanschouwelijk toont.
Betreft het hier een zware zonde? Volgens de uitspraak van de Meesteres van alle zielen kan deze vraag slechts (door God) worden beantwoord met inachtneming van de diepe instellingen, gesteldheden en gezindheden vanuit dewelke elke individuele ziel die rookt, de Heilige Communie ontvangt. Over het algemeen genomen, kan worden gesteld dat het in elk geval gaat om een gebrek aan respect en Liefde tegenover God wanneer de ziel een bepaalde tijd vόόr en na het ontvangen van de Heilige Communie rookt.
Terloops laat de Moeder Gods mij erop wijzen, dat ook het nuttigen van zoetigheden, snoepgoed en dergelijke vόόr en na het ontvangen van de Heilige Communie moet worden vermeden, temeer ook in dat geval iets tot zich wordt genomen dat niet levensnoodzakelijk is. Tegen de achtergrond van deze laatste opmerking moet ik hieraan toevoegen dat suikerzieken of mensen die aan bepaalde lichamelijke storingen lijden – vooral op het gebied van de stofwisseling – in Gods ogen niet aan de regel van de voedselonthouding rond het ontvangen van de Heilige Communie gebonden zijn. Alles hangt af van de innerlijke gesteldheid, in het bijzonder van de oprechtheid van de Liefdesrelatie van de ziel uit naar God toe.
Aan Uw vader die zijn echtgenote (Uw moeder) heeft verlaten, laat de Moeder Gods mij verkondigen dat hij zich de dagen in herinnering moge brengen, tijdens dewelke hij op haar verliefd werd, omdat in die dagen Gods Geest in zijn hart heeft gesproken. Maria beklemtoont dat elk oprecht voornemen om het verbond van het huwelijk aan te gaan, uiteindelijk ontspruit aan een inspiratie van Gods Geest, die de beide betrokken zielen tot een gemeenschappelijk leven tracht te leiden, omdat zij elkaar op het spirituele vlak iets te leren hebben of door een gemeenschappelijke levensweg de gedragspatronen en instellingen kunnen ontwikkelen, die zij precies nodig hebben om het ware doel van hun leven op vruchtbare wijze vorm te geven en te voltooien. Wanneer de huwelijkspartners elkaar ooit verlaten, vooral wanneer geen gegronde redenen bestaan (in de zin van deze, welke door de Heilige Kerk als reden voor een scheiding kunnen worden erkend), zo kan het verbond niet verder worden gerealiseerd en verzuimt de ziel een essentieel gedeelte van de verwezenlijkingen, voor dewelke zij door God is uitgerust.
Een scheiding kan slechts over de brug van de ware Liefde overwonnen worden. De ware Liefde te verwezenlijken en deze tot een onverwoestbare basis van het spirituele leven te maken, is het ware doel van het leven. De ziel verwezenlijkt deze in de mate waarin zij ertoe in staat is, alle eigenbelang terzijde te schuiven ten bate van deze van haar medeschepselen. Doordat de ziel zich van haar huwelijkspartner scheidt en vervolgens deze scheiding vrijwillig in stand houdt, verhindert zij voor zichzelf en voor de ziel van de huwelijkspartner de verwezenlijking van het individuele levensdoel. Om deze reden is het een grote daad van naastenliefde, het “nieuwe leven” met een andere partner op te geven en het oorspronkelijk verbond opnieuw te herstellen.
Lieve broeder, ik hoop vurig dat deze Vastentijd voor U rijpe vruchten mag opleveren. De Vasten is bedoeld als lente voor de ziel. Lente betekent hoop, wedergeboorte, nieuwe vruchtbaarheid, betoverende geuren in de ziel, de belofte van de zomer, waarbij de zomer als symbool voor de warmte en het Licht van de ware Liefde kan gelden. Ik draag U van harte graag in mijn kleine hart verder.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 501
Over de biecht en het leven na de biecht
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Mag ik U eerst en vooral van harte danken voor Uw brief, die ook de Moeder Gods heel erg bevalt, omdat de door U aangehaalde thema’s zijn voortgekomen uit de oprechte bestreving, tot een dieper inzicht in Gods visies en bedoelingen te komen. Laten wij deze thema’s dus eens stap voor stap beschouwen.
Terecht merkt U op dat een ziel de biecht en een deugdzaam leven op elkaar moet afstemmen. Heel graag leg ik U de desbetreffende visie van de Koningin des Hemels voor:
De biecht is het geschenk van Gods Barmhartigheid, door hetwelk de ziel van God vergeving voor haar zonden kan verkrijgen. Elke zonde is een schending van Gods Wet van de Liefde. De Liefde is de essentie van alle leven, niets minder dan het voedsel voor de ontwikkeling en ontplooiing van de ziel. Wanneer de ziel toelaat dat de beleving en de toepassing van de Liefde in zich en van zich uit naar God en Zijn Werken toe, met inbegrip van haar medeschepselen (die immers niets anders dan Werken van God zijn) verzwakt worden, raakt de basis van het spirituele leven al gauw ondervoed, en bezwijkt de ziel steeds vlugger voor de zonde: Zij is steeds minder in staat, weerstand te bieden tegen de ontelbare bekoringen. Wij moeten er ons steeds van bewust zijn dat de Liefde door alle deugden samen wordt gevormd, en dat alle deugden op hun beurt door de Liefde moeten worden gevoed. Wanneer wij ons het spirituele leven als een boom voorstellen, dan is de Liefde de stam en zijn alle deugden de takken. Elke tak die niet door de Liefde wordt gevoed, respectievelijk die slechts minderwaardige voeding uit haar opneemt (omdat de Liefde gebrekkig is), brengt geen frisse bladeren, bloesems en vruchten meer voort.
Het is derhalve gemakkelijk te begrijpen dat God er alles aan gelegen is, dat de ziel Zijn Liefde werkelijk in zich opneemt, deze in zich inbouwt, en haar ten volle benut om zich spiritueel volledig te ontplooien en haar aan haar medeschepselen door te geven, opdat het Licht als een ketting van waar Leven de hele schepping zou kunnen omspannen. Gods Barmhartigheid is immers volledig gebaseerd op Gods verlangen dat elke ziel onuitputtelijke kansen zou krijgen om zich helemaal op Zijn Hart te richten en werkelijk naar de Goddelijke Werken in zich, in haar eigen omgeving en de hele schepping te verlangen, met andere woorden: Er is God alles aan gelegen dat de ziel ertoe bereid zou zijn, haar eigen wil volkomen op Gods Wil te richten, precies omdat Hij weet dat daarin het geheim van de hoogste vruchtbaarheid van een mensenleven (de heiliging) ligt. Volledige overeenstemming tussen de vrije menselijke wil en Gods Wil betekent heiligheid, het vermogen om Heil te ontwikkelen, dit wil zeggen: de hoogst mogelijke bijdrage tot de voltooiing van Gods Heilsplan te leveren.
Om deze redenen schenkt God de zielen de gelegenheid van de biecht, opdat zij zich met Hem kunnen verzoenen in verband met hun overtredingen tegen Zijn Liefde. Hoe moet men zich deze verzoening voorstellen? Volgens Gods Wet kan de ziel verdiensten verwerven in de mate waarin zij haar vrije wil méér op Gods Wil richt. Gods Wil is de bron van alle schepping, Verlossing, heiliging en herschepping, dus bron van elke beweging in de heilsontwikkeling van de mensheid als geheel. Niettemin heeft Gods Wet eveneens voorzien, dat Gods Wil, die in essentie de sleutel tot alles is, ook een passend slot moet vinden. Dit slot is de menselijke vrije wil. Is deze precies zo gericht dat hij in Gods Wil past, dan klikt de Goddelijke sleutel in het slot, en worden deuren geopend: Er “gebeurt iets”, de heilsgeschiedenis komt in beweging. Welnu, in de biecht zegt de menselijke vrije wil tot God: “Ik wil, uit eigen initiatief en spontaan, opnieuw één met U worden, zoals ik het vόόr mijn zonde in hogere mate was dan nu”. In absolute zin is de eenheid tussen de menselijke wil en de Goddelijke Wil slechts in de staat van voltooide heiligheid volmaakt. De Moeder Gods is de enige in wie dit ooit het geval is geweest.
De biechtende ziel vraagt dus, voor haar afwijkingen van Gods Wil vergiffenis te bekomen. Op dat ogenblik begint een nieuw spiritueel leven. Dit nieuwe leven is echter jong en zwak. Het moet gevoed worden en zich volledig volgens de visie van Gods Wil ontwikkelen. Dat kan slechts doordat de ziel kiest voor een nieuwe deugdzaamheid in al haar levenssituaties. Een biecht die niet wordt gevolgd door een oprechte inspanning om een nieuwe start te nemen, die de ziel bestendiger op Gods wegen leidt, is zinloos, omdat de ziel dan niet bewijst dat zij werkelijk Gods Wet tot Bron, wegwijzer en richtlijn voor haar verdere leven heeft gekozen, en deze beslissing met heel haar hart heeft genomen. Zij kiest dan, om zo te zeggen, niet volledig voor de heiliging, maar geeft de voorkeur aan enig eigen belang dat zij als het ware belangrijker vindt dan Gods belangen. Haar verlangen naar Gods nabijheid is dan duidelijk geringer dan haar behoefte om zich aan de wereld en zijn onvolmaaktheden vast te klampen.
De biecht kan de ziel zeer doelmatig op de weg naar haar heiliging vooruit helpen, op voorwaarde dat deze is gebaseerd op oprecht berouw en er niet alleen op is gericht, vergeving te bekomen, doch eveneens een beter mens te worden. Wanneer de biechtende ziel slechts Gods vergeving wenst, beschouwt zij de biecht slechts als een ruil waarvan zij zelf beter moet worden. Heeft de ziel echter het voornemen, in de biecht en door deze, het fundament van haar eigen ziel gezond te maken en te versterken opdat zij Gods Werken voortaan beter moge kunnen dienen, dan beschouwt zij de biecht niet als een ruil waarvan zij zelf beter moet worden, doch als een geschenk aan God, omdat zij Hem liefheeft, en zij niets vuriger verlangt dan Hem bij de voltooiing van Zijn Werken behulpzaam te zijn. Het verschil tussen deze beide ingesteldheden bij de biecht is enorm groot, en de effecten ervan op de heilsontwikkelingen in de hele schepping zijn heel verschillend. Biechten, en in aansluiting daarop de lat voor de eigen deugdzaamheid in de praktijk van het dagelijks leven niet een beetje hoger leggen, komt in Gods ogen neer op een gebrek aan Liefde voor Hem en aan verlangen naar Hem.
Hoe maakt men zich bij de biecht voornemens die voor een deugdzaam leven vruchtbaar kunnen zijn? De Koningin des Hemels wijst erop dat het spirituele leven eigenlijk pas vruchtbaar kan worden wanneer de ziel zich inspanningen getroost om zichzelf beter te leren kennen:
Hoe ben ik eigenlijk? Waarom ben ik hier, met andere woorden, wat kan ik voor God en mijn medeschepselen betekenen, rekening houdend met mijn talenten en vermogens? In welke mate is mijn vermogen om onzelfzuchtig Liefde te geven en deze om mij heen te verspreiden, ontwikkeld? In welke mate zijn mijn gedrag en mijn aanwezigheid als een zonnestraal voor mijn omgeving? Op welke punten moet ik absoluut aan mijzelf werken? Hoe sterk zijn mijn goede voornemens ten gunste van mijn medeschepselen zodra ik door beproevingen en tegenslagen word getroffen?
Deze en gelijkaardige vragen kunnen de ziel erbij helpen, voor zichzelf een spiegel te bouwen in dewelke zij zichzelf kan leren zien zoals zij werkelijk is. Het aldus verworven inzicht kan zeer behulpzaam zijn bij het ontdekken van de eigen plaats binnen Gods Heilsplan, om vanuit dit inzicht de eigen koers doorheen het leven te corrigeren, zodat men doelgericht naar de haven van bestemming kan varen. In dat geval kan elke biecht dan als een zuivering worden beschouwd, een afwerpen van ballast met het oog op een doelmatiger zielenleven.
De volgende stap wordt het maken van de voornemens zelf, en volhardend gebed om vervolmaking van de Liefde (opdat men zich niet meer zo gemakkelijk van de vereniging van de eigen wil met Gods Wil zou laten afleiden). Wij mogen nooit vergeten dat het leven in al zijn aspecten een ontplooiing van de genadewerking is. Niets gaat vanzelf, precies daarom wordt ons de totale toewijding aan Maria als weg naar een doelmatige heiliging aangeboden. Het is van wezenlijk belang dat men datgene wat men zich voorneemt, werkelijk wil. Slechts de wil draagt de ziel dwars doorheen de stormen naar het doel. Wanneer de ziel niet de oprechte wil heeft om “lief te hebben, zelfs ten koste van het eigen voordeel”, dan zal zij zeker haar doel niet bereiken, want dan zijn haar voornemens ofwel uitingen van lichtzinnigheid, of van dweperij. Ware Liefde blijkt pas bij beproevingen, en zonder concrete invulling van het verbond met de Hemel zal het slot nooit bij de Goddelijke sleutel passen.
Lieve broeder, ik wens U graag een vreedzame avond in de verrukkelijke Liefde van de Koningin van alle hoop. Moge in deze tijd de ware Vrede in U wortel schieten.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 502
De Meesteres van alle zielen over Haar Apostolaat als Hemels Werk, en de diepere zin ervan
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Heel graag leg ik het Liefdesvuur uit Uw brief aan de voeten van de Koningin des Hemels neer, zoals U hebt gevraagd. Precies dat Vuur heeft Zij nodig om de duivel en al zijn werken te “verbranden”, wat immers het uiteindelijke doel is waartoe dit Apostolaat kort na Myriams roeping in 1997 door de Moeder Gods Zelf werd opgericht. Eigenlijk moeten wij ons Gods Overwinning over alle duisternis inderdaad zo voorstellen: De Liefde hult de werken van de duisternis in het Licht van de volle Waarheid en ontsteekt hen met het Vuur van de Liefde, dat op de veroorzaker van deze werken inwerkt als zuiver vergif.
Het is U bekend dat de Meesteres van alle zielen het door Haar Zelf opgerichte Myriam-Apostolaat het
“Apostolaat van de ware Liefde, de hoop, de bemoediging en de volheid van de Waarheid”noemt. Weet U via welk mooi beeld Zij mij ooit de achterliggende betekenis hiervan toonde? Verplaatst U zich eens even in de natuur, de wereld van de ongerepte groei, en houdt U zich de vier elementen van de omschrijving van dit Werk voor ogen, samen met datgene wat de Meesteres van alle zielen daarmee verbindt:
|
Samen vormen de zonnewarmte, het zonlicht, de zuurstof en de zachte regen de volheid van het Goddelijk Leven, dat met de bodem “een huwelijk moet sluiten” opdat het ware Leven, groei, bloei en vruchtbaarheid te voorschijn kunnen komen. De bodem bevat Gods groeiwet, Gods Intelligentie en Wijsheid. Inderdaad, in spirituele zin heeft God Zijn Wetten, Zijn Intelligentie en Zijn Wijsheid in de hoogst mogelijke mate in Maria tot ontplooiing gebracht. Wanneer de ziel zich aan Haar overgeeft, haalt de zielenbloem Haar voedsel uit Haar – en door Haar, uit God. Daarbij wordt de zielenbloem beschenen door de zon van Gods Liefde en Zijn Waarheid, ademt zij de lucht om zich heen en drinkt zij de regen. Laten wij de rijkdom van deze symboliek even van nabij bekijken.
Wanneer de zielenbloem inderdaad haar voeding uit de bodem van Maria’s Wezen haalt, groeit zij op in een Hemelse tuin, in een bodem die volledig vervuld is van Goddelijke eigenschappen. Boven haar staat de zon (symbool voor God – Eeuwige Vader, Jezus Christus en de Heilige Geest). De zon schenkt haar de volmaakt bij haar aangepaste warmte (de ware Liefde als essentie van het ware Goddelijk Leven) en de volheid van het Licht (Gods Waarheid, die alle duisternis aan het licht brengt, de ziel in Gods Kennis – de Wetenschap van het Goddelijk Leven! – onderwijst, en in haar de kennis van Licht en duisternis, van Gods Wetten en van de zonde, van Gods Werken en Plannen en de werken van de duisternis ontvouwt). Deze Liefde en dit Licht ontvangt de ziel zonder meer en zonder uitzondering “gratis”, maar de Koningin des Hemels heeft de macht en de opdracht ontvangen, in de ziel het vermogen te ontsluiten om deze Goddelijke gaven in zich op te nemen, hen te ontplooien en tot de hoogste vruchtbaarheid te voeren.
Ook de zuurstof in de lucht stroomt naar de zielenbloem toe. Zolang zij stevig in de bodem van de Meesteres van alle zielen geworteld blijft, groeit de zielenbloem in een Tuin, waarin ALLES uitsluitend op God en Zijn belangen is gericht. In deze Tuin is de lucht het zuiverst en het gehalte aan zuurstof hoger dan om het even waar elders. De zuurstof is de bezieling door de Heilige Geest, die de zielenbloem ononderbroken verkwikt, doet opleven en in haar alle bederf voorkomt. Een organisme dat in een zuurstofrijke atmosfeer heel diep kan doorademen, zuivert zich tot in het diepste van elke cel en benut het opgenomen voedsel op de meest doelmatige wijze. De Meesteres van alle zielen verbindt de zuurstof in de Tuin van Haar Hart met de ware hoop. Zij schenkt de zielen de ware hoop door Haar Onderrichtingen, kanalen van Goddelijke Kennis, die in de ziel de zekerheid laten ontwaken dat God tegenwoordig is en ononderbroken te haren gunste werkt.
De ware hoop is de deugd, welke in de ziel het vermogen ontsluit, in alles zo te handelen, te voelen, te denken en te kunnen verwachten, als was elke hindernis op de levensweg reeds zegenrijk overwonnen, zelfs reeds terwijl zij zich nog door alles heen worstelt. In deze ziel ontplooit zich deze prachtige werking alsof zij ononderbroken de zuiverste zuurstof bijtankt, waardoor zij nooit verstikt. De ziel in de gesteldheid van ware hoop voelt zich bij de beproevingen en kruisen van het leven niet zodanig in het nauw gebracht dat deze haar lang zouden kunnen verlammen.
Ook de regen vloeit naar de ziel toe. Zonder de zachte regen zou zij niet langdurig in staat zijn, de zonnewarmte, het zonlicht, de zuurstof van de zuivere lucht en de natuurlijke bodemschatten op de juiste wijze te benutten, zodat zij ondanks alle voedsel, alle licht, alle warmte en de beste lucht zou moeten sterven. Om deze reden stelt de Koningin des Hemels door de regen de genadenstroom voor, en verbindt Zij deze met de bemoediging, die elke ziel ten deel valt, die naar Haar luistert, omdat Haar woorden injecties van Goddelijke genade zijn. De Meesteres van onze zielen bewerkt voor de zielenbloem de zachte regen van de genade door Haar rechtstreekse tussenkomst, Haar voorspraak, de verdiensten van Haar Tranen (water!) en de verbinding ervan met de inzet van de ziel zelf in de toewijding van al haar eigen beproevingen (die eveneens door – geweende en niet geweende – tranen kunnen worden gesymboliseerd).
Ziet U de prachtige parallel in dit beeld? De Meesteres van alle zielen plant de zielen die zich helemaal aan Haar overgeven, in de bodem van Haar volmaakte Wezen, en – zoals Zij het jaren geleden reeds aan Haar Myriam toevertrouwde – Zijzelf heeft dit Apostolaat in het leven geroepen als kanaal van verspreiding van de ware Liefde, de ware hoop, de bemoediging en de volheid van de Waarheid. De diepe betekenis, die achter deze woorden schuilgaat, heb ik zo-even in het beeld van de zielenbloem mogen uiteenzetten, waarin:
|
Zo definieerde de Meesteres van alle zielen bijgevolg de levensopdracht van Haar Myriam: Kanaal te zijn van deze prachtige wisselwerking tussen de vier elementen van het Apostolaatswerk en de zielen, met de Meesteres als centrale coördinerende figuur, die dit alles op grond van de eeuwigdurende verdiensten van Jezus Christus tot stand brengt.
Aan de hand van dit buitengewoon rijk beeld verduidelijkte de Meesteres vele dingen, ook met betrekking tot Haar opvattingen over dit Apostolaat van de Meesteres van alle zielen en over de enige door Haar verlangde vormgeving van de levensopdracht van Haar Myriam. Zo wees Zij er onder andere op (en dit belangt elke ziel aan, die bereid is, zich met dit Apostolaat te verbinden):
- dat een ziel die andere zielenbloemen uit de Tuin van Maria ontwortelt om hen in haar eigen tuin te planten, zich schuldig maakt aan een werk dat tegen Gods Werken en bedoelingen indruist. De Meesteres gaf als voorbeeld elke handeling van een ziel, waardoor deze zielen of een Werk, die/dat door volgehouden inspanningen en veel Liefde in Maria’s Hart wortel heeft/hebben geschoten, van haar gedrags- en denkpatronen tracht los te rukken, en alles op alles zet om deze zielen eigen visies op te dringen, zo mogelijk met de intentie, zich erop te beroemen dat zij deze zielen, respectievelijk dit Werk, zelf vorm zou hebben gegeven.
De Meesteres van alle zielen herinnert mij opmerkelijk genoeg aan het evangelie van Mattheus, in hetwelk Jezus erop wijst dat
“Iedere aanplanting die niet door Mijn Hemelse Vader geplant is, zal worden uitgerukt”: Een ziel of een Werk, die/dat geheel in Maria geworteld is, volgt heel precies Haar adviezen. Dit geschiedt op Hemelse inspiraties en gaat derhalve van God uit. Een ziel die door enige menselijke handelingen, woorden of gedachten in dit proces tussenbeide tracht te komen, tracht als het ware een plant te maken, die niet door de Vader is geplant. Zij breekt af en laat een leegte achter.
-
dat dit Werk met het oog op de voltooiing van de vorming van het Leger van het Licht in deze laatste strijd tegen de duisternis van uniek belang is, omdat de Meesteres van alle zielen en de door Haar via dit Apostolaat ontvouwde Wetenschap van het Goddelijk Leven tot de machtigste en de meest van Licht vervulde werktuigen behoort, die ooit uit Gods Hand tegen de duisternis en haar vernietigende en leugenachtige werken voort zijn gekomen;
-
dat dit alles de strenge vorming van Haar Myriam verklaart, evenals de noodzaak van een dagelijks te herhalen strenge gehoorzaamheidsgelofte vanwege Haar Myriam jegens Haar. Myriam moet deze roeping vervullen in het kader van een systeem van strikte regels. Dat heeft veelbetekenende gevolgen, die door de zielen niet altijd meteen worden begrepen.
Een belangrijk voorbeeld: Telkens weer vragen zielen mij, nadat zij een priester om raad hebben gevraagd, hun vraag desondanks aan de Koningin des Hemels voor te leggen. Ik kan dit weliswaar doen, maar de Meesteres antwoordt niet wanneer eerst een priester reeds over het betreffende thema een uitspraak heeft gedaan. Zij antwoordt eveneens niet wanneer Zij weet dat de betrokken ziel de intentie heeft, datgene wat Zij door Haar Myriam zou antwoorden, met het antwoord van een priester te vergelijken. Wordt na een antwoord vanwege de Meesteres van alle zielen desondanks een priester bij de zaak betrokken (om welke reden ook), dan ligt de verantwoordelijkheid voor deze handeling alleen bij de betrokken ziel. De Meesteres handelt zo omdat Zij de woorden van de bedienaar van een kerkelijk ambt niet wil tegenspreken – ongeacht de mate waarin deze woorden al dan niet met Gods opvattingen overeenstemmen – en omdat Zij Haar Myriam niet aan enig ongeloof of wantrouwen wil blootstellen omdat Zij immers weet, dat Zij – de Koningin des Hemels – doorheen Haar Myriam niets anders dan de Waarheid verkondigt.
De Meesteres van alle zielen schenkt Haar Myriam veel, maar verlangt in ruil daarvoor ook zeer veel, en terecht: In dit Werk gaat het om de bloei van zielen in de verwezenlijking van een spirituele Eeuwige Lente. Elke kracht, die in de naam van dit Werk niet bereid zou zijn, deze enorme stroom van Liefde, hoop, bemoediging en Waarheid ongerept verder te leiden, en er niet naar zou streven, deze met de inzet van het eigen leven en met uiterst precieze inachtneming van de door de Hemelse Meesteres aan Haar Myriam opgelegde regels, voorschriften en adviezen in stand te houden, zou voor dit Werk vergif zijn. Om deze reden kan Myriam het zich niet veroorloven dat de zielen de volheid van de Waarheid, een zo volmaakt mogelijke Liefde, een oprechte bemoediging en gerechtvaardigde hoop zou worden onthouden. Dit Werk moet Liefde, hoop, bemoediging en Waarheid in- en uitademen met elke ademtocht, zoniet zou het zinloos zijn en zouden God èn de zielen worden bedrogen.
Het is derhalve geen toeval, dat de Meesteres dit Werk uitsluitend op het fundament van de verenigingsmystiek wil en kan uitvoeren.
Lieve broeder, de Koningin des Hemels heeft Uw woorden van Liefdesvuur tot Haar en Jezus gebruikt als aanleiding om deze kleine toelichting over de achtergrond van de werking van Haar Myriam-Apostolaat te schenken. Zij zal – zoals steeds met elk van Haar uitspraken – ook daarmee een Plan koesteren dat ooit duidelijk zal worden. Ook dit is een deel van de Waarheid, waardoor God zielen wil genezen, voeden en vervolmaken. Laten wij Hem dankbaar zijn. Ik leg Uw brief aan de voeten van de Meesteres van alle zielen neer. Zij verdient de volheid van onze armzalige Liefde, krijgt deze echter zo zelden.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 503
Over de diepe zin van het Novembergebedsplan – Over de kruisen en de woestijn van het leven en de diepe zin van de Vastentijd
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve, Eerwaardige broeder in Jezus en Maria,
Hartelijk dank voor Uw brief.
Het Novembergebedsplan is eigenlijk enkele jaren geleden uit verscheidene dialogen met de Moeder Gods ontstaan, waarbij Zij op de onovertroffen macht van de vergeving als akt van Liefde ter verlamming van de krachten der duisternis wees. Mijn vroegere, intussen overleden geestelijke leider hield zoveel van het Novembergebedsplan, dat hij ieder met klem adviseerde, dit Plan doorheen het hele jaar te gebruiken.
Het Novembergebedsplan betreft in wezen de vergeving. Vergeving is uitermate belangrijk voor de ontplooiing en voltooiing van Gods Heilsplan, omdat het de duivel zo veel wind uit de zeilen neemt. Zodra hij er niet langer in slaagt, zielen onderling tot aanhoudende wrok op te stoken, verliest hij onmiddellijk een wezenlijk deel van het fundament van zijn rijk, want door de wrok en elk gebrek aan vergeving sluit hij in ontelbare zielen het hart voor de ware Liefde. Een hart waarin wrok wordt gekoesterd, is als een met modderspatten bevuilde spiegel: Gods Licht kan doorheen een dergelijk hart nog slechts op een vervormde wijze op anderen worden afgestraald. Wanneer wij dan bedenken hoe de door de Meesteres van alle zielen aanbevolen Ketting van Licht werkt, begrijpen wij gemakkelijk welk vergif in Gods Werken en Plannen wordt gespoten door het gebrek aan vergeving. De Ketting van Licht is uiteindelijk gebaseerd op het doorgeven van Gods Liefde en Zijn Licht van Waarheid.
De Moeder Gods heeft het Novembergebedsplan oorspronkelijk voor de maand november voorzien, omdat Zij in het kader van Haar Onderrichtingen aan Haar Myriam met betrekking tot de macht van de vergeving over de grenzen van de dood heen, erop wees dat Zij in de Hemel op Allerzielen, op 2 november, wordt herdacht als Voorspreekster en als Koningin van het vagevuur. Zij herinnerde eraan, dat ontelbare zielen nood hebben aan een tamelijk lange loutering in het vagevuur omdat zij tijdens hun aardse leven slechts in gebrekkige mate konden vergeven. Daaruit volgde Haar uitnodiging om dit door Haar geïnspireerde Plan elk jaar in november vόόr Haar voeten neer te leggen. Vergeving, van harte geschonken, verwijdert de schuld, die een medemens tegenover een ziel op zich heeft geladen. Wanneer deze schuld wordt vergeven en de betrokken zielen daardoor oprecht dichter tot elkaar komen, wordt door Gods Gerechtigheid niet meer op deze schuld gelet. Om deze reden brengt elke akt van oprechte vergeving Gods Heilsplan een stap dichter naar zijn voltooiing en bevordert daardoor de vestiging van Gods Rijk op aarde.
Lieve broeder, elke ziel die zich inzet om recht vanuit het hart te leven, terwijl zij zich in alles op de dingen van de eeuwigheid oriënteert, heeft het in deze tijd buitengewoon moeilijk. Dit kunnen wij gemakkelijker begrijpen wanneer wij er rekening mee houden dat Gods Heilsplan het tijdperk heeft bereikt waarin de definitieve overwinning van het Licht over de duisternis zal worden voltooid. In de strijd die naar deze overwinning moet leiden – dat heeft God beloofd – heeft God aan de Koningin des Hemels de leiding toevertrouwd. Hoe vastberadener de ziel zich aan de Koningin des Hemels geeft in een leven van totale toewijding, met des te meer verbetenheid zal de duivel zich tegen deze ziel keren. Ik vind in elk geval veel steun in deze beide beelden en begeleidende woorden die de Koningin des Hemels mij ooit voorhield:
-
“De kruisen die de ziel op haar levensweg toekomen, komen nooit alleen: aan elk van hen is ook Jezus”;
-
“De zielen die aan Mijn voeten liggen, worden door de helse slang het meest bedreigd, omdat de slang reeds onder Mijn voet gevangen ligt en daardoor het hardst diegenen treft die aan Mijn voeten liggen, met andere woorden, deze die Mij toebehoren”.
Deze beide uitspraken vanwege de Meesteres van alle zielen bevatten grote tekenen van hoop en bemoediging. Zij wijzen erop dat onze kruisen werkelijk geschenken van God zijn die op ons afkomen in een verpakking, waarin tevens de Goddelijke ondersteuning aanwezig is, en dat de ziel die Maria werkelijk wil toebehoren, het precies zo moeilijk heeft omdat de duivel volledig in Maria’s macht is, en daarom zijn laatste stuiptrekkingen de ravages veroorzaken, die wij heden ten dage in dergelijk hoge mate in de zielen kunnen bemerken. Hoop straalt uit alles wat uit Gods hand stroomt, maar de zielen moeten dieper leren kijken dan de oppervlakte. Dit dieper leren kijken, is één van de belangrijkste opdrachten van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, de verzameling van de geschriften die de Koningin des Hemels op mystieke wijze door Haar Myriam aan de zielen schenkt, omdat God deze Tijd als “de volheid van de tijd” daartoe heeft voorzien.
De spirituele tocht doorheen de woestijn, die U momenteel doormaakt, kan zeer vruchtbaar worden. Wanneer U deze vol vertrouwen aan de Koningin des Hemels toewijdt, zal Maria ervoor zorgen dat U elke slang en elke schorpioen, die zich onder het zand van Uw zielenbodem verbergen, zult kunnen ontdekken en verbannen. Het zand van veel wereldse verontreiniging overdekt soms de bodem van een zielentempel. In dit zand verbergen zich inderdaad de meest uiteenlopende bekoringen (slangen) evenals onze eigen zwakheden (schorpioenen). De Meesteres van onze ziel bezit het vermogen, dwars doorheen dit zand de vijanden van onze ziel te zien, en Zij bezit de macht om deze aan de kaak te stellen en ons op de weg naar de bevrijding te leiden.
De Vastentijd is in principe een genadegeschenk, dat wij als een ontdekkingsreis doorheen de eigen ziel moeten beschouwen. De woestijn geldt daarbij als symbool voor datgene wat de ziel moet nastreven, namelijk dat zij zich van de wereldse ballast moet ontledigen om nog slechts met de blik op God, Zijn Werken, Zijn Plannen en haar eigen plaats binnen deze Plannen en Werken gericht te leven. In een dergelijke ingesteldheid zuivert de ziel zich van alles wat haar van deze oriënteringspunten kan wegleiden – en dit meestal reeds heeft gedaan of nog doet – en bouwt zij zich een nieuwe, ware wereld om God, Jezus, Maria heen. Voor de ziel worden de wereldse invloeden tot een woestijn, en haar “eigenlijke” wereld tot een oase, voorportaal van het Eeuwig Leven. De woestijn staat symbool voor de leegte aan indrukken. Hoe “leger” de zintuigen en de geest aan wereldse indrukken en sporen, des te meer kan het Hemelse de ziel beheersen. De wegen daarheen onderwijst ons de Meesteres van alle zielen, die Zich in deze geschriften volledig toont als een groot Teken, namelijk Gods Teken van ware hoop.
Een gouden leidraad ter verdieping van de totale toewijding aan Maria heeft de Meesteres van alle zielen ons in het Manifest De Tempel van Maria geschonken, dat U op de website onder “Onderrichtingen” > ”Boeken” kunt vinden. Een leven als aan Maria toegewijde ziel is een leven van voltooiing van de navolging van Christus. Maria bewijst de juistheid van deze stelling in vele passages van de Myriam-geschriften.
Eerwaarde Broeder, ik wens U van harte genaderijke ontmoetingen met de verrukkelijke Liefde van de Meesteres van alle zielen, dit onovertrefbaar Geschenk dat God de zielen heeft willen aanbieden in deze moeilijke tijden. Niets minder dan de Goddelijke Voorzienigheid brengt ons allen in dit Werk bij elkaar. Ik koester het als een Hemelse Schat, die de Koningin van alle hoop onder mijn hoede heeft gesteld om deze met mijn leven te bezegelen. In deze zin draag ik U graag in mijn hartje verder.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 504
Waarom zijn wij voor Maria zo belangrijk? – Enkele principes van de toewijding aan Maria
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve broeder in Jezus en Maria,
Graag citeer ik Uw vraag letterlijk, omdat zij reeds een kleine les op zich vormt:
Hoe kunnen wij voor Maria zo belangrijk zijn, wij die toch maar stof onder Haar heilige voeten zijn? Waaraan hebben wij het verdiend dat Zij, de Heilige die God heeft gebaard, Zich over ons ontfermt en ons wil helpen, onze ziel volgens Gods Wil om te vormen?
Inderdaad, in vergelijking met Maria’s volmaakte heiligheid is elke ziel slechts stof. Precies daarom is Zij ons als Voorbeeld op de weg naar de heiligheid gesteld. Waarom zijn wij dan zo belangrijk voor Maria?
-
Omdat Maria’s Liefde volmaakt is. Volmaakte Liefde is vlekkeloze, onzelfzuchtige Liefde, die draagster is van Goddelijk Leven. Liefde op dat niveau is de basisgesteldheid die de ziel tot beeld van God maakt. In deze gesteldheid bemint de ziel in onbegrensde mate elk Werk van God. Wanneer wij beseffen dat elk schepsel een uniek Werk uit Gods hand is, begrijpen wij onmiddellijk dat de volmaakt heilige Moeder van God elke mens – en elk dier! – vurig liefheeft;
- Omdat het een wezenlijk bestanddeel van Maria’s roeping is, elke ziel naar de voltooiing van de individuele Verlossing te begeleiden. U weet dat Jezus voor de zielen de Verlossing heeft vrijgekocht. Elke individuele ziel moet echter deze Goddelijke verwezenlijking in zichzelf voltooien. Ik heb vroeger reeds dit door de Koningin des Hemels gebruikte beeld beschreven: Sedert de erfzonde zaten de zielen als het ware in een kerker opgesloten. Jezus heeft de sleutel in het slot van deze kerker omgedraaid opdat de grendel uit de kerkerdeur zou springen. Elke individuele ziel moet echter voor zichzelf de deur openen en naar buiten gaan, over de weg van de heiliging (de “Kruisweg van het leven” met zijn vele beproevingen) naar de vrijheid van het Eeuwig Leven.
De Verlossing is weliswaar een uniek Goddelijk geschenk, maar de ziel moet haar vrije menselijke wil zodanig gebruiken dat zij tegenover God getuigt, dit geschenk ook daadwerkelijk aan te nemen en te benutten. Het is Maria’s opdracht, de zielen bij deze beslissing te helpen, hen de weg uit de kerker en naar de vrijheid te tonen, en hen op de reis naar de vrijheid met raad, onderrichting en werkelijke ondersteuning bij te staan;
- Omdat Maria over een volmaakte kennis van Gods Werken en de bedoelingen van Gods Heilsplan beschikt. De Moeder Gods weet precies welke oneindige waarde elke ziel voor God en voor de voltooiing van Zijn Heilsplan bezit. Ondanks onze nietigheid zijn wij allen de steentjes in het grote Bouwwerk van Gods Rijk. Elke ziel die zich niet inspant om de Verlossing en de heiliging in zich te voltooien, of die in hoge mate aan de zonde ten prooi valt, verwordt tot een steentje dat voor Gods Plannen minder bruikbaar of volledig onbruikbaar is. Maria is de Opzichtster bij de bouwwerken aan Gods Rijk. Zij heeft de macht om de steentjes te helpen veranderen, en Zij heeft de opdracht ontvangen, de voltooiing van de bouwwerken te bevorderen. Dit beeld drukt op nog een andere wijze uit wat het betekent wanneer wordt gezegd, dat de Koningin des Hemels de Aanvoerster is in de strijd van het Licht tegen de duisternis. Opdat Zij deze roeping zou kunnen uitvoeren, heeft God Haar met de macht en de eigenschappen als Meesteres van alle zielen uitgerust.
Waarmee hebben wij het verdiend, dat de Koningin des Hemels Zich over ons ontfermt? “Verdiend” hebben wij niets, maar wij hebben wel Gods vertrouwen ten geschenke gekregen. Het is ons geluk, dat wij van God zijn uitgegaan en dat Zijn Liefde zo volmaakt is dat Hij ons allen graag voor de Eeuwigheid bij Zich zou hebben. Het is Maria’s grootste vreugde, de Haar boven alles geliefde God het geschenk te helpen bereiden, dit ideaal in zo hoog mogelijke mate te verwezenlijken. Haar volmaakte Liefde voor ons is daarbij de tweede drijfveer, want Zij verlangt vurig dat wij de Eeuwige Gelukzaligheid bij God en bij Haar mogen kunnen beleven. Vandaar precies het Vuur, met hetwelk Zij de Wetenschap van het Goddelijk Leven onderwijst als weg naar onze voltooiing als ziel.
U vraagt aan de Meesteres van alle zielen of Zij Uw gebeden zal verhoren, en of Uw gebeden en offers Haar bevallen. Of gebeden worden verhoord, hangt van uiteenlopende factoren af. De Meesteres heeft daarover reeds bij vroegere gelegenheden laten schrijven. Essentieel is het inzicht dat datgene wat via het gebed of door het offer wordt gevraagd, op het tijdstip van het gebed of het offer in Gods Plan moet passen. Voor het overige moeten wij er steeds rekening mee houden dat een verhoring lang niet altijd is wat wij er ons bij voorbaat van voorstellen of wat wij hopen. Zeer veel genaden, waaronder vele van de belangrijkste, worden verleend in een vorm die wij menselijk niet kunnen waarnemen.
Al te vaak acht de ziel de verhoring van een gebed noodzakelijk, “precies bij Gods bedoelingen passend”, en wordt het gebed desondanks niet, of niet onmiddellijk, of niet zichtbaar verhoord. God koestert daarmee een Plan, dat wij vaak niet mogen kennen omdat de kennis van Gods Plannen en bedoelingen vaak voor onze ziel niet bevorderlijk zou zijn: Hoe meer de ziel weet, des te minder hoeft zij op het zuivere geloof terug te vallen, en precies het blind geloof bepaalt haar verdiensten voor de Eeuwige Gelukzaligheid. Derhalve mag ik deze vraag noch bevestigen noch ontkennen. Het volgende kan ik echter wel zeggen: Maria verheugt Zich over elk gebed en elk offer dat oprecht, liefdevol en onbaatzuchtig wordt aangeboden, dit wil zeggen: slechts met het welzijn van onze medeschepselen en het bevorderen van Gods Plannen en Werken voor ogen.
Met betrekking tot Uw vraag over de toewijding aan Maria: U hebt zich aan de hand van een Myriam-toewijdingstekst aan Maria toegewijd, en merkt op, dat de Meesteres van alle zielen wel beweert dat Zij in elke aan Haar toegewijde ziel werkt en deze omvormt, terwijl U echter noch dit werken noch enige verandering bij Uzelf waarneemt. Staat U mij toe, U erop te wijzen dat echte toewijding aan de Meesteres van alle zielen een heilig verbond is, krachtens hetwelke de ziel zich totaal ter beschikking van Maria stelt – met haar hele wezen en haar hele leven – opdat:
-
Maria in haar zou kunnen werken en haar kan omvormen volgens Gods Plan met de ziel. Gods wegen zijn niet de onze, Zijn tijd is niet onze tijd, en zijn visie over onze omvorming is (gelukkig) niet de onze. De Hemelse Meesteres beschikt over de onbeperkte macht, Wijsheid en Liefde om van elke ziel een heilige te maken, maar de ziel zelf is daarbij steeds de zwakkere schakel van de ketting: Wanneer de Meesteres ook slechts een klein beetje te snel aan de ketting trekt, kan deze reeds beschadigd worden of breken. Maria weet heel goed hoe breekbaar een ziel is, en eveneens, dat Zij met een Werk van God bezig is, waarmee Zij in geen geval “wil spelen”;
-
Maria in haar zou kunnen werken en haar zou kunnen omvormen volgens het ritme dat de ziel zelf aankan. Maria weet heel precies wat Zij op welk ogenblik en volgens welk ritme met U moet doen opdat Uw spirituele vruchtbaarheid met het oog op Uw eigen heiliging en Uw bijdrage voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan zou worden opgedreven;
-
Maria de ziel stap voor stap Haar eigen spiegel (= van Maria) en deze van de ziel zelf kan voorhouden en de ziel de wegen naar de heiligheid kan onderrichten. Zij doet dit door rechtstreekse inwerking diep in de ziel, evenals door de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Doorheen deze geschriften wordt aan de zielen momenteel op grote schaal de kennis van de wegen naar de heiligheid en de verdieping van de christelijke basiskennis aangeboden.
Dit alles betekent dat de ziel – behalve doorgaans in de context van een mystieke vorming – de veranderingen en werkingen vaak niet of nauwelijks zal merken. Heel geleidelijk veranderen de innerlijke instellingen, gesteldheden, gezindheden, gedragspatronen, zienswijzen, het vermogen te geloven, te hopen en te beminnen, de voorkeuren en aversies, de levensdoelstellingen, en datgene wat de ziel belangrijk vindt of niet. De ziel kent noch Gods wegen noch Zijn bedoelingen, en mag derhalve niet verwachten dat veranderingen en werkingen in haar, naar menselijke maatstaven snel waarneembaar worden. Maria’s Werken voltrekken zich grotendeels op niveaus die zich aan de menselijke waarneming onttrekken.
Bovendien moeten wij steeds rekening houden met het feit dat onze waarneming ook mede wordt bepaald door datgene wat wij van de toewijding aan Maria verwachten. Ik kan het eenvoudig niet te sterk beklemtonen: De toewijding is geen menselijk verbond, het is een Hemels verbond, wat betekent dat het uitsluitend Hemelse doelstellingen heeft: de voltooiing van de ontplooiing van de ziel als Werk van God. Zeer belangrijk om op deze gouden Weg naar de heiligheid werkelijk vooruitgang te maken, is de ingesteldheid, waarbij de ziel niet in de eerste plaats iets wil krijgen, maar absoluut iets wil geven. Totale toewijding aan Maria betekent, zich volledig in Haar dienst te stellen. Het is dus een verbond krachtens hetwelke de ziel belijdt, dienares van haar Meesteres te zijn, en elk detail van haar levensweg op dit doel te richten.
Tenslotte zijn de mensenzielen de inzet in de oorlog tussen Licht en duisternis, tussen Gods Rijk van het eeuwig Geluk en het rijk van de eeuwige ellende dat door de satan wordt beheerd. De Meesteres van alle zielen is Gods Gevolmachtigde om deze strijd te leiden en zegenrijk te beëindigen, op grond van de verdiensten van Christus en met de medewerking van engelen en mensenzielen. De eerstgenoemden zijn reeds van nature uit volkomen dienaren van de Meesteres, de laatsten moeten dienaren van de Meesteres worden door de genadewerking, door dewelke zij zich uit vrije wil in Haar dienst stellen. Deze laatstgenoemde toestand noemen wij toewijding aan Maria.
U vraagt zich af: Is het misschien mogelijk dat Maria helemaal niet in mijn zielentempel wil komen omdat ik toch niets waard ben? Deze visie hoort geen enkele ziel te koesteren, want zij is voor Maria zeer pijnlijk. Zij verlangt ernaar, zonder enige uitzondering elke ziel te bezoeken, in haar te leven en haar tot beeld van God om te vormen. Zij maakt tussen zielen niet het geringste verschil, aangezien immers allen de kiem van heiligheid, dit tabernakel van Goddelijk Leven, in zich dragen. Ik herhaal: God wil elke ziel voor eeuwig bij Zich hebben. Maria is reeds volop in Uw zielentempel aan het werk. In de mate waarin U in Haar macht, Haar Liefde en Haar hoedanigheid als door God gevolmachtigde Leidster van de ziel gelooft, zult U een nieuwe innerlijke Vrede ervaren als eerste teken van de Tegenwoordigheid en heerschappij van de Koningin des Hemels in Uw zielentempel.
Is het mogelijk dat ik één of andere fout heb gemaakt bij de toewijding (misschien te weinig vertrouwen of zo)?
Vertrouwen is een basisvoorwaarde. Begint de ziel de toewijding aan Maria vanuit een ingesteldheid van “laten wij eens zien wat er gebeurt wanneer ik dit gebed uitspreek”, dan is zij nauwelijks bezield door de oprechte wil, dienares van Maria in de strijd tegen alle duisternis te worden. In de mate waarin de ziel zich volledig en onvoorwaardelijk aan Maria overgeeft in elke situatie van het dagelijks leven, geeft de Koningin des Hemels Zichzelf op Haar beurt aan de ziel. Over deze basisprincipes wordt in vele Myriam-geschriften uitvoerig geschreven, onder andere in De Tempel van Maria. De meest begane fout bij de toewijding aan Maria is de verkeerde inschatting van de waarde en het doel van dit heilig Verbond, en derhalve ook van de ernst ervan. Toewijding aan Maria is niet het uitspreken van een toewijdingsgebed, en dan nog vaak om redenen, die niet overeenstemmen met deze welke God voor dit prachtig verbond heeft voorzien. Toewijding aan Maria is een levensgesteldheid, met als enige bedoeling dat de ziel op grond van haar zelfovergave aan Maria ten gunste van Gods Heilsplan en de vestiging van Gods Rijk op aarde naar de heiligheid wordt geleid. Toewijding aan Maria, waarlijk en diep beleefd, is volmaakte navolging van Christus.
Lieve broeder, ik hoop U met deze woorden uit de Bron van het Hart van de Meesteres van alle zielen iets méér duidelijkheid, en vooral wat bemoediging te hebben gebracht. Ik smeek de Hemelse Koningin Uw verdere bloei af.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 505
Over de antwoordbrieven – Adviezen over Mariatoewijding
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte dank voor Uw brief! Ik heb deze onmiddellijk vόόr de voeten van onze Hemelse Meesteres neergelegd.
Graag dank ik U voor Uw medeleven in verband met de tijdrovende herwerking van de Duitse vertalingen van de Myriam-geschriften, waarvoor ik zelf insta, samen met de prachtige hulp vanwege een paar zielen die zowel de Duitse als mijn moedertaal – het Nederlands – voldoende grondig verstaan. Deze herwerking geschiedt immers louter en alleen opdat de zielen en Gods Werk optimaal zouden worden gediend. Zolang in de teksten vertaalfouten voorkomen, worden de stellingen van de Meesteres van alle zielen immers niet voor honderd procent correct naar de zielen gebracht. Met iets dergelijks vrede te nemen, zou voor mij als klein werktuig van onze Hemelse Koningin absoluut niet aanvaardbaar zijn. Omdat sommige zielen in dit verband blijkbaar enigszins in de war zijn, wil ik meteen nogmaals beklemtonen dat elke antwoordbrief zonder uitzondering door mij persoonlijk wordt geschreven in de taal die door de schrijver van de oorspronkelijke brief is gebruikt, en dus door geen enkele andere ziel wordt beïnvloed.
(...)
Meteen wil ik U vandaag op deze bijzondere dag bemoedigen bij Uw voornemen, zich ter gelegenheid van het prachtige feest van 25 maart aan de Koningin des Hemels over te geven. Echt beleefde toewijding aan Maria is als de voltooiing van een leven, niet omdat daardoor alles “voltooid” zou zijn, maar omdat de ziel daardoor precies op het juiste spoor naar de voltooiing landt. Heel graag beveel ik U in het bijzonder de lectuur van het prachtige manifest De Tempel van Maria aan, dat U op onze website onder “Onderrichtingen” > “Boeken” kunt vinden.
Het hoeft U helemaal niet te verbazen dat U, met het oog op de nakende toewijding, zo één en ander overkomt. De duivel weet maar al te goed wat het hem kan kosten wanneer een ziel in het dagelijks leven haar toewijding aan Maria op de juiste wijze beleeft. Precies als lerares kunt U bovendien het Licht van de toewijding aan Maria op vruchtbare wijze om U heen uitstralen, omdat de ziel meer “straalt” in de mate waarin zij Maria volkomener in zich laat heersen. Ik heb het vroeger reeds mogen schrijven: De eerste handtekening die de Koningin des Hemels achterlaat in de ziel in dewelke Zij echt kan werken, is deze van een diepere innerlijke Vrede en een opmerkelijk Vuur in handelen en spreken, in het bijzonder wanneer het gaat om dingen van het spiritueel leven. Over de Heilige Grignion de Montfort werd gezegd dat telkens hij in het openbaar over de Heilige Maagd sprak, het voor zijn toehoorders leek alsof vlammen van hem uitgingen. Hoe mooi klinkt het toch: “Waar het hart van vol is, loopt de mond van over”.
De “spirituele traagheid” waarover U schrijft, past helemaal bij de strijd waar de ziel meestal vόόr staat, zodra zij besluit, zich aan Maria toe te wijden, en nog vaker kort na de toewijding. De duivel tracht de ziel te ontmoedigen, omdat zij immers in de dienst aan Maria voor hem het gevaarlijkst is. God Zijnerzijds benut deze beproeving graag om de ziel een trede hoger op de trap omhoog naar Hem toe te leiden. Precies in de overwinning van elke beproeving wordt de ziel namelijk sterker. Men zou het met dit beeld kunnen vergelijken: Indien de fietser sterkere benen wil ontwikkelen, rijdt hij beter niet overwegend bergaf, maar kiest hij geregeld voor een flink heuvelachtig parcours. Verheugt hij zich niet méér wanneer hij na een moeilijk stuk boven aankomt, dan (ik bedoel, qua prestatie...), wanneer hij zich eenvoudig naar beneden laat suizen? Het is ook allemaal een kwestie van overgave en vertrouwen. De totale toewijding aan Maria bereikt pas de hoger gelegen trappen van haar ontwikkeling, wanneer de ziel in de beproeving, bijvoorbeeld op dagen van relatieve spirituele dorheid, van harte en heel oprecht tot haar Hemelse Meesteres kan zeggen: “Deze heuvel wil ik absoluut met U en dank zij U overwinnen. Ik zal het ook doen, omdat ik weet dat Uw aandeel aan ons verbond voor U heilig is. U verlangt immers slechts naar de voltooiing van mijn heiliging”.
U voelt de strategie van de duivel ook zeer duidelijk in de vriendin die zich tegenover U als bezeten gedraagt. Deze ziel heeft tegenover U geen kwaadaardige bedoelingen, zij wordt eenvoudig door “hem van daar beneden” tegen U opgehitst opdat U Uw houvast zou verliezen, en zo mogelijk ten prooi zou vallen aan de ondeugd, deze vriendin te laten vallen. Op deze wijze zou “hij” twee maal overwinnen: in één klap zouden meteen twee zielen in zijn val belanden. U kunt haar niet werkelijk helpen met woorden, doch slechts met gebed en door toewijding van Uw hartenpijn en de geestelijke verblinding van Uw vriendin aan Maria, opdat zij opnieuw het Licht in zich moge voelen opgaan.
Lieve zus, ik draag U en al Uw geliefden bij het komende grote Mariafeest van harte graag in het Hart van de Meesteres van alle zielen binnen, opdat het verbond tussen U en Haar als het ware “een derde als getuige zou hebben”. Dit bevalt God buitengewoon omdat dit verbond dan onder het zegel van de naastenliefde in het Hart van de Koningin van de volmaakte Liefde kan worden bewaard. Ook voor mij is dit een zeer bijzondere vreugde. Ik wens U niet slechts zeer veel kracht, moed en Licht, ik bid er eveneens vurig om.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 506
Over de omkadering van het ontvangen van de Heilige Communie
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria.
Dank U wel voor deze brief!
Wanneer het U niets uitmaakt, zou ik graag in Uw brief zelf antwoorden, door tussen Uw woorden de betreffende antwoorden toe te voegen. Zo ben ik zeker, dat niets uit het oog wordt verloren en dat de context van de respectieve passages uit Uw brief behouden blijft.
Welke spirituele betekenis heeft het ontvangen van de Heilige Communie. Is dit uitsluitend voor de eigen ziel, opdat Jezus in mij zou kunnen leven, of kan dit effecten hebben voor andere mensen, voor de heilige engelen, voor Gods Rijk op aarde?
Het ontvangen van de Heilige Communie is een akt, waarvan de effecten zich als een mantel over de hele schepping uitspreiden, en wel des te méér naarmate de ontvangende ziel ernaar verlangt, en dit verlangen bij voorkeur aan de voeten van de Koningin des Hemels neerlegt. Zij is het, die deze intentie in verbinding met de oneindige macht van Haar volmaakte Liefde in genaden voor de hele schepping laat omvormen. Deze macht is Haar op grond van de Kruisdood van Jezus ten deel gevallen.
Tot de dag van vandaag heb ik bij het ontvangen van de Heilige Communie gewenst dat bijvoorbeeld ook mijn heilige engelbewaarder er op één of andere geestelijke wijze deel moge aan hebben – maar of dit zo kan zijn, weet ik niet, daarom heb ik ook zo vaak mogelijk de Heilige Communie ontvangen. Nu voel ik mij echter ergens onzeker omdat (...) er in Uw geschriften op gewezen wordt, hoe belangrijk het is, op welke wijze Jezus wordt ontvangen (dat doe ik geknield en op de tong), maar ook dat onze ziel absoluut zuiver moet zijn (biecht vooraf) – en dan ben ik niet zeker in welke mate mijn toestand Jezus bevalt. Ik smeek echter steeds bij voorbaat tot Maria, dat Zij Jezus in mijn hart zou ontvangen en ik Hem niet zou kunnen beledigen.
Dat is uitstekend.
De heilige engelbewaarder heeft in zoverre deel aan elke Heilige Communie, dat het tot zijn taken behoort, de deur van de ziel te beschermen en derhalve ook te helpen, het ontvangen van de Heilige Communie in zuiverheid te laten plaatsvinden.
Wat de biecht betreft: Het is zeer wenselijk, deze vόόr elke Heilige Communie te kunnen spreken. Gelukkig weet onze God dat dit in de praktijk van het dagelijks leven nauwelijks nog mogelijk is. Wanneer het ernaar uitziet dat het nauwelijks mogelijk zal zijn, vόόr het ontvangen van de Heilige Communie te biechten, verdient het aanbeveling, vόόr de Heilige Mis de Koningin des Hemels erom te smeken dat Zij de ziel, het hart, de geest, het lichaam en de wil met het Vuur van Haar Liefde zou bekleden, deze vόόr God zou brengen en de Goddelijke genade moge bemiddelen, dat deze offergave zodanig moge worden gereinigd dat Jezus met de verschuldigde eerbied kan worden ontvangen.
Ooit heb ik de Koningin des Hemels de vraag voorgelegd, hoe in de Hemel de noodzaak van een biecht vόόr het ontvangen van de Heilige Communie wordt gemotiveerd, aangezien zo weinig priesters ervan overtuigd zijn, dat het – zoals de Meesteres Zelf steeds met nadruk verkondigt – zo wenselijk is, dat de zielen zo handelen. In beschouwend gebed antwoordde Zij op zekere avond met het navolgende, ondubbelzinnige beeld. Ik citeer Haar toelichting:
Maria zal de wens van de ziel om Jezus op een waardige wijze te ontvangen, als losgeld inzetten om voor de ziel werkelijk de volheid van de genade te bereiden, want Jezus zal deze wens van de ziel, bekleed met de Liefde van Zijn Moeder – de Medeverlosseres! – beschouwen als een handeling die door Zijn Moeder is gezuiverd.
Door Uw geschriften heb ik ingezien dat het bijwonen van een Tridentijnse Heilige Mis meer vruchten opbrengt dan een moderne Heilige Mis. Wanneer het mogelijk is, zal ik daarnaar handelen, temeer daar ik zelf bemerk dat dit op spiritueel niveau werkelijk een verschil maakt. Ik ga in elk geval ook zo vaak mogelijk in de parochie naar de eredienst om God EER te brengen.
Het verschil tussen een Tridentijnse Heilige Mis en een modernistische is enorm. Ik zou dit onmogelijk te veel kunnen beklemtonen. Het is één van de grootste elementen van mijn lijden, dat bepaalde zielen deze waarheid niet willen aanvaarden, want de Moeder Gods heeft dit verschil met de grootste nadruk en in niet mis te verstane woorden verduidelijkt. De rechtvaardiging voor dit verschil ligt eenvoudig in de wisselwerkingen tussen de Goddelijke Gerechtigheid, de Goddelijke Barmhartigheid en de mate waarin de zielen de Liefde opbrengen om aan Gods verlangens en de noden van Zijn Heilsplan te beantwoorden door hun handelingen, gedachten, verlangens en woorden.
Niet alle vormen van eerbetoon zijn in Gods ogen gelijkwaardig: de ene maakt meer genaden vrij dan de andere, omdat zijn waarde binnen Gods Heilsplan op grond van de Goddelijke Wijsheid eenvoudig groter is, en hem derhalve een grotere verlossende kracht wordt verleend. De verlossende kracht van een handeling wordt bepaald door de mate van de erin aanwezige Liefde, evenals door de mate waarin zij in overeenstemming is met de Goddelijke Wil. Slechts God alleen bepaalt de mate waarin een handeling de verwezenlijking van Zijn Werken en Plannen bevordert. Het traditionele eerbetoon richt zich méér naar deze Goddelijke vereisten dan de modernistische, die zich, zoals U weet, door vele menselijke inmengingen en voorstellingen laat beïnvloeden. In het modernisme zijn ontelbare verschuivingen ten bate van de menselijke belangen, dus weg van Gods belangen, binnengeslopen. Vele zielen schijnen dit niet te kunnen of niet te willen inzien, wat de Moeder Gods onuitsprekelijk pijnigt. “Jammer genoeg” verkondig ik hier slechts de waarheid.
Gelukkig werkt Gods Barmhartigheid zich ook in deze zin uit dat de ziel die buiten haar wil om, een modernistische Heilige Mis bijwoont, de genaden van een Tridentijnse Heilige Mis verwerft in de mate waarin zij er oprecht naar verlangt, een dergelijke Mis bij te kunnen wonen. Dat is iets fantastisch, en het toont ons ook hoezeer God van alles het beste voor de zielen tracht te maken, doch daartoe het juiste gebruik van de menselijke wil en de Liefde van de ziel nodig heeft.
Onder “het juiste gebruik” van de menselijke wil moet worden verstaan: het gebruik van de wil in volledige overeenstemming met de Wil van God. Om deze reden maakt de Wet van de Goddelijke Barmhartigheid het mogelijk, het verlies aan genaden te compenseren, wanneer blijkt dat de ziel zich de toestand werkelijk anders (dit is: meer in overeenstemming met de Goddelijke Wil) zou hebben gewenst. Het zijn de Liefde en het juiste gebruik van de menselijke wil, die uiteindelijk de genaden laten vrijmaken, meer nog dan de objectieve situatie.
Zo kan eveneens in omgekeerde zin worden begrepen hoe een ziel een Tridentijnse Heilige Mis kan bijwonen en hier niettemin nauwelijks genaden uit haalt indien zij onvoldoende ware Liefde opbrengt en zij niet met heel haar hart naar de intrede van Jezus in zich verlangt. Ik zou het ook als volgt kunnen uitdrukken: God kijkt onmiddellijk dwars door alle formalisme heen, en baseert Zich bij de evaluatie van elke afzonderlijke handeling uitsluitend op de hartsgesteldheid die achter deze handeling schuil gaat. Zo gebeurt het jammer genoeg ook maar al te vaak dat priesters gevolg geven aan de genade van de bereidheid, Tridentijnse Heilige Missen te beginnen opdragen, doch dan aan een zodanig tempo doorheen deze Heilige Missen “razen”, dat het teken, dat God precies met deze vorm van eerbetoon wil stellen, volledig verloren gaat. Dit teken is dat van:
-
de diep beleefde en jegens de gelovigen betuigde Liefde voor het Kruisoffer en voor Gods Werken in het algemeen;
-
de keuze ten gunste van het tijdloze, zoals dit het Eeuwig Leven en al het Hemelse beheerst. De viering van de Tridentijnse Heilige Mis is uiteindelijk als de hoogste eerbetuiging tegenover God bedoeld. Kan Hem een grotere eer ten deel vallen dan door het feit dat Zijn priesters en de gelovigen tijdens de gedachtenis aan Zijn Heerlijkheid al het wereldse vergeten en er uitsluitend voor Hem zijn? Woorden van Liefde dreunt men niet op, men legt ze de geliefde brandend, volkomen bewust en zacht smachtend vόόr de voeten, in een hartsgesteldheid, die klaar en duidelijk zegt “ik ben helemaal voor U alleen hier, bij U houden de tijd en al het wereldse op”.
Verzuchting van de Moeder Gods, die zwaar lijdt onder alles wat Haar Zoon wordt onthouden...
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 507
Beelden over toewijding aan Maria en hun diepe betekenis – Over de viering van de Heilige Mis en Gods nabijheid – de ziel kan een gebed verrichten of een gebed zijn
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte graag sluit ik mij bij U aan voor de toewijding aan Maria ter gelegenheid van het feest van onze Hemelse Moeder. Tevens bid ik voor U om de kracht, deze toewijding in de praktijk van het dagelijkse leven zo vruchtbaar mogelijk vorm te kunnen geven. Steeds opnieuw benadrukt de Koningin des Hemels dat de enige waarde van de toewijding aan Maria ligt in de toepassing ervan in het dagelijkse leven. De ziel moet zich werkelijk inzetten om Maria en Haar gesteldheden en gezindheden in- en uit te ademen, dit wil zeggen: Haar met volharding in alles te volgen. Zij is immers het grote Voorbeeld in de navolging van Christus. De ware toewijding aan Maria is geen gebed, doch een mentaliteit, een levenshouding, een wijze waarop de ziel leeft, denkt, spreekt, voelt en bestreeft. De Moeder Gods heeft jegens mij de echte toewijding reeds in de meest uiteenlopende beelden voorgesteld. De navolgende beelden wil ik U niet onthouden:
-
„Het toewijdingsgebed is als de bereiding van soep. De bereiding op zich voedt de ziel echter niet, daartoe moet zij uitgelepeld worden. Dit uitlepelen is de dagelijkse, levenslange toepassing van de voornemens, die men bij de bereiding van de soep heeft gemaakt“;
-
„Het toewijdingsgebed is de sleutel in het slot van de deur naar Mijn Hart. Pas wanneer men de sleutel in het slot omdraait, de deur opent en binnen gaat, krijgt de sleutel zijn betekenis. Dit alles gebeurt bij de toepassing van de toewijding in het dagelijkse leven“;
-
„Het toewijdingsgebed is als het omdraaien van de contactsleutel in het contact van een wagen. Het komt er echter op aan, de wagen in beweging te zetten en te rijden opdat men zijn bestemming bereikt. De hele rit naar de plaats van bestemming is de toepassing van de toewijding op de levensweg“.
Uit al deze beelden blijkt dat toewijding aan Maria weliswaar met het uitspreken van een toewijdingsgebed begint, doch pas vorm krijgt, en dat een ziel zich pas als toegewijde aan de Koningin des Hemels kan beschouwen, wanneer zij als toegewijde leeft. De Meesteres van alle zielen onderwijst uitvoerig de mysteries, de werkingen en de meest vruchtbare wijzen van vormgeving van de totale toewijding aan Maria in alle Myriam-geschriften. Het betreft hier het prachtigste waarvoor een ziel ooit kan kiezen. Dat hoeft ons niet te verbazen wanneer wij bedenken dat God Zelf ernaar verlangt dat elke ziel zich aan Maria zou toewijden, aangezien deze levensinvulling buitengewoon begenadigd is. Zij is uiteindelijk de meest doelmatige wijze van leven voor de voltooiing van de levensopdracht van elke ziel.
De toewijding aan Maria als weg naar de heiligheid is in de diepste zin van het woord een vrucht uit Gods Hart, zij is immers de weg van de volmaakte navolging van Christus. In de toewijding schenkt de ziel zich weg aan de Moeder van God, die het vruchtbaarste en heiligste leven heeft geleid, waarvan deze aarde ooit bij een geschapen ziel getuige heeft mogen zijn. In de mate waarin de ziel zich onzelfzuchtig, liefdevol en onvoorwaardelijk aan deze Heiligste onder de geschapen zielen overgeeft, wordt zij door Maria Zelf tot Haar spiegel omgevormd. Kan er eigenlijk een meer trefzekere sleutel op de Hemelpoort bestaan? Het komt erop aan, hoe de ziel deze goudschat gebruikt.
Zeer treffend schrijft U dat U na elke Heilige Mis volledig uitgeput bent „door de liefdeloosheid en gejaagdheid van de priester“. De Koningin des Hemels verduidelijkt U graag meteen waar dit gevoel vandaan komt, want het verklaart iets over de wijze waarop God de ziel heeft geprogrammeerd:
Wanneer de priester op een gevoelloze, mechanische wijze de Heilige Mis opdraagt en deze, zoals U het schrijft, in ongeveer 25 minuten afhaspelt, wordt de ziel daardoor in het diepste van haar wezen uitgeput, vanwege het feit dat zij tijdens de Eucharistie verlangt naar een echt contact met God – vanuit het besef dat zij uit dit contact haar voedsel moet halen – doch met lege handen achterblijft. De ziel krijgt het gevoel alsof zij keer op keer tot vόόr de deur van het koninklijk paleis wordt geleid, doch nooit, zelfs voor geen moment, een blik doorheen de open deur kan werpen. Geleidelijk krijgt de ziel het gevoel dat Gods belofte over Zijn Tegenwoordigheid en Zijn „in de ziel wonen“ een sprookje is, indien al geen bedrog. Voor de ziel bestaat er geen grotere ontgoocheling dan dat zij bij het beloofde contact met God geen stap boven de grens van het wereldse kan uitstijgen. Tijdens de Heilige Mis moet de ziel Gods Tegenwoordigheid om zich heen en in zich kunnen voelen. Dit kan zij slechts wanneer Gods Atmosfeer voelbaar wordt, die zich in de eerste plaats kenmerkt door diepe Liefde, diepe Vrede en tijdeloosheid. De Meesteres laat mij desbetreffend naar brief 506 verwijzen.
Steeds opnieuw verwijst de Koningin des Hemels onvermoeibaar naar het feit dat de Heilige Mis door Jezus Zelf als contact met de Atmosfeer van het Goddelijke was voorzien, en dat elke ziel dit (in vele gevallen totaal onbewust, het komt erop aan in welke mate zij haar levensreis bewust op de verheven bestemming in Gods Hart richt) ook precies verlangt. Steeds opnieuw gebruikt Maria het beeld, in hetwelk God de grote Magneet is, en elke ziel een ijzeren balletje, dat automatisch naar de Magneet toe wordt getrokken. Precies op grond van deze feiten benadrukt de Moeder Gods eveneens onvermoeibaar dat de modernistische Heilige Misviering (die U zo moeilijk valt) niet in overeenstemming is met Gods visie, aangezien zij immers de zielen stap voor stap meer naar het wereldse toe leidt, en derhalve niet bevorderlijk is voor de voltooiing van Gods Heilsplan, wel integendeel. De modernistische Heilige Misviering wordt precies daardoor gekenmerkt, dat zij de meest uiteenlopende wereldse elementen in het centrum van de aandacht stelt en daardoor stap voor stap al het Sacrale uit de Misviering afvoert. De ziel wordt daardoor in haar kern ondermijnd. Dit alles laat een leegte achter, die ooit nauwelijks nog kan worden opgevuld: De ziel tracht naar contact met het Goddelijke, maar wordt precies daarin ontgoocheld.
Lieve zus, de modernistische Misviering is voor U als een mes in het hart. De reden daarvoor ligt, zoals hierboven aangetoond, in de door God voor de ziel voorziene natuur zelf. Intussen valt, zoals ik vanwege de Meesteres van alle zielen in brief 506 heb moeten schrijven, niet alleen de modernistische maar ook de Tridentijnse Heilige Misviering wel eens ten prooi aan het monster van de gejaagdheid. Dit laat bij de ziel, die een haastig opgedragen Tridentijnse Misviering bijwoont, zo mogelijk nog diepere pijn achter. De Moeder Gods verduidelijkte mij deze gevoelens ooit via het navolgende beeld:
- Je trekt er op uit om de grote koning van zeer nabij te zien, en indien mogelijk bij hem te worden uitgenodigd. Wanneer het grote uur komt, krijg je hem slechts van zeer ver te zien, en alvorens je ook maar enigermate goed in de atmosfeer van het contact bent ondergedompeld, word je terug naar huis gestuurd. Misschien doe je je best om je er niets van aan te trekken, maar diep innerlijk gist de ontgoocheling;
- Nu wordt je beloofd, dat je werkelijk tot zeer dicht bij de koning zult kunnen komen en zelfs bij hem te gast zult kunnen zijn. Je trekt dus je allerbeste zondagse kleding aan, en je gaat op stap. Inderdaad, je ziet hem al beter, maar tot een echt contact komt het niet. Aangezien de belofte nu toch zo bijzonder was, jouw verwachting terecht nog groter was, en jij zelfs je allermooiste kleding had aangetrokken, is de ontgoocheling nog groter dan ooit...“
Daarop besloot Maria met de woorden:
„Het eerste voorbeeld is het bijwonen van een moderne Misviering, het tweede voorbeeld het bijwonen van een Tridentijnse Misviering die in ijltempo wordt opgedragen“. Lieve zus, laten wij vurig bidden voor de priesters van Christus, opdat zij de ware Geest van Christus en het inzicht van Gods bedoelingen met de zielen mogen terugvinden.
U zou het liefst elk uur van Uw vrije tijd in gebed doorbrengen, want U hebt het gevoel alsof U het anders nalaat, God te helpen, Zijn Plan met de zielen te voltooien. Inderdaad, ons hele leven zou één gebed moeten worden. Dit ideaal kan op verschillende wijzen worden verwezenlijkt. De levensingesteldheid van de totale toewijding aan Maria is volkomen op het diep beleefde gebed gebaseerd. Dit betekent niet noodzakelijk dat de ziel ononderbroken mondgebeden moet uitspreken. Het is veel belangrijker dat de ziel werkelijk inziet wat „diep beleefd gebed“ betekent. In de mate waarin de ziel Maria „in zich weet in te bouwen“, dit wil zeggen, Maria volledig „in de ziel opneemt“, als ware Zij in spirituele zin haar siamese tweelingzuster, wordt in haar het vurige verlangen geboren om zo te zijn en te leven zoals Maria Zelf was en leefde: liefdevol, onzelfzuchtig, zacht, nederig, ingetogen, beheerst, geduldig, verdraagzaam, flexibel, steeds bereid om van de medemens te leren (ook al had Maria dit helemaal niet nodig), in volledige overgave bij alle beproevingen, steeds op Gods Werken en belangen gericht, en op zodanige wijze denkend, voelend, sprekend, handelend en ingesteld dat het hart en de geest ononderbroken van de Atmosfeer en het besef van Gods Tegenwoordigheid doordrongen was.
De ziel die zo ingesteld is, bidt zelfs met elke ademtocht en elke hartslag, en wijdt als vanzelfsprekend alles wat zij ervaart en waarneemt, aan Gods Heilsplan toe. Van een ziel met een dergelijke levensingesteldheid zegt Maria:
„zij is een gebed“.
Er is een verschil: Men kan een gebed verrichten, of men kan een gebed zijn.
- In het eerste geval is het gebed iets van buiten, dat men doorheen het eigen hart leidt en naar boven stuurt.
- In het tweede geval is het gebed het eigen innerlijke van nature, waaruit men put om het reeds daardoor naar boven te sturen, dat men gewoon zichzelf is, dus louter „door er te zijn“: men geeft als het ware ononderbroken zichzelf weg. Niet elke ziel slaagt daar onmiddellijk in, het hart moet zich in de eerste plaats in verregaande mate van wereldse elementen, invloeden, werkingen, belangen en verlangens vrij willen maken, en onophoudelijk naar deze bevrijding verlangen, niet door wensdromen maar door het afsmeken bij de Moeder Gods, de belichaamde Godsvrucht. Wanneer de ziel dit werkelijk wil, zal Maria haar omvormen tot een tempel naar Haar eigen beeld.
Ooit schilderde de Meesteres van alle zielen dit beeld:
„Ik ben als een paleis, dat uit zeer veel gebouwen, kamers en tuinen bestaat. Elke ziel over wie Ik volmaakt kan heersen doordat zij in totale toewijding aan Mij wil leven, voeg ik aan Mijn paleis toe als een nieuw tuintje en een nieuw kamertje, waarin Ik graag verwijl“.Een dergelijke aangroei aan het paleis van de Koningin des Hemels is als een levend en onverwelkbaar bloeiend gebed. Gods Heilsplan kan men het beste dienen door de wijze waarop men is. Gesproken gebed blijft echter in elk geval onontbeerlijk, omdat de ziel zich zonder dit voedsel nooit zo zou kunnen ontwikkelen dat zij zelf tot een levend gebed wordt. Tekstgebeden zijn dus altijd nuttig, ook nog steeds wanneer de ziel tot een leven van beschouwing of zelfs tot de mystiek is geroepen. De zuiverheid en de leegte aan indrukken die de ziel nodig heeft om een belichaamd gebed te worden, kan zij nu eenmaal slechts verwerven door dagelijks met de Bron van het Goddelijk Leven in contact te komen.
U vindt het vreemd dat geen enkele andere ziel in Uw omgeving erin geïnteresseerd is, de (zoals U het uitdrukt) „door Myriam aangeboden weg“, die U in elk geval verder zou willen volgen, aan te nemen. Weet U, dit kan heel eenvoudig worden uitgelegd. De Meesteres van alle zielen drukt het uit als volgt:
„De Wetenschap van het Goddelijk Leven stelt bepaalde eisen, omdat elke verdienste op de weg naar de heiligheid op persoonlijke inspanningen van de ziel voor haar zelfoverwinning voor de overwinning op de wereldse gezindheden is gebaseerd. De wortels in de wereld zijn in vele zielen zo taai dat deze niet de moeite kunnen opbrengen om zich in rijkere grond te laten verplanten“.
De totale, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende, met volharding beleefde toewijding aan Maria is de weg via dewelke de Wetenschap van het Goddelijk Leven in de ziel haar bloesems en vruchten moet opleveren. Zij is tevens de weg die God elke ziel zou willen zien gaan – aldus zegt de Meesteres van alle zielen steeds opnieuw onomwonden. Derhalve zou de Wetenschap van het Goddelijk Leven tot voedsel voor elke individuele ziel moeten worden. De duivel weet dit ook. Vandaar juist zijn onvermoeibare inspanningen om zoveel mogelijk zielen ervan te weerhouden, deze onderrichtingen aan te nemen en deze vervolgens diep in zich op te nemen, en andere zielen ertoe op te hitsen, deze onderrichtingen te verketteren of hen ten minste resoluut af te wijzen. De duivel weet maar al te goed, wat het hem zou kosten wanneer zielen zich op grote schaal totaal aan de Meesteres van alle zielen zouden toewijden en de Wetenschap van het Goddelijk Leven tot leidraad voor hun gedrag en denken zouden maken.
De Koningin des Hemels Zelf heeft Haar Myriam speciaal gevormd, en Zelf dit Apostolaat specifiek opgericht en uitgebouwd, om precies deze weg met het Vuur van de Liefde, de Waarheid, de Hoop en de bemoediging in de zielen te branden. Een hart dat niet kan aannemen dat de totale toewijding aan Maria met toepassing van de Wetenschap van het Goddelijk Leven de gouden weg naar de heiligheid betekent, en door God is voorzien als weg naar de voltooiing van de ziel als christen, kan ons Apostolaat niet begrijpen zoals het werkelijk is, kan niets bijdragen tot de vruchtbare werken ervan, en is in het Leger van het Licht uiteindelijk een onberekenbare kracht. Slechts de ziel die van harte bereid is, haar wortels uit de bodem van wereldse invloeden los te rukken en zich volledig aan de heilige bodem van de Koningin des Hemels over te geven, zal er ooit kunnen toe overgaan, de inspanningen op te brengen om de weg erheen te beginnen. Menige ziel vergeet dat al het wereldse, waaraan zij zich zo sterk vastklampt, niets anders is dan een vermolmde boomstam aan de oever, die bij de geringste windstoot omvalt en diegene, die zich aan hem heeft vastgeklampt, met zich door het water meesleurt, volledig zonder houvast. Datgene wat een houvast leek, verwordt dan tot een kracht die tot de dood kan leiden. De wereld en zijn schijngoud: in werkelijkheid is hij slechts losgeld met hetwelk de duivel de ziel koopt.
Lieve zus, heel graag ontmoet ik U in het hart bij de toewijding aan onze Hemelse Meesteres, in de schaduw van het Kruis, waar slechts de bloemen bloeien, die niet meer van deze wereld zijn.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
Brief 524
Over de gedragsregel van Myriam bij kwaadwilligheid – een oproep tot gebed voor zielen, die het Werk van de Moeder Gods lasteren
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte dank voor Uw vragen. Ik voel en betreur ten zeerste, dat U verontrust en droevig bent. Daarom verduidelijk ik graag kort één en ander, dat U wellicht kan helpen, wat Licht in Uw hart terug te vinden. Ik zou graag Uw belangrijkste vraag woord voor woord in drie delen citeren, en op elk deel individueel antwoorden, indien U dit goed vindt.
1. Ik heb vernomen dat Myriam publiek in diskrediet wordt gebracht en/of wordt aangevallen, en dat breekt mijn hart. Hoe is zoiets mogelijk, terwijl dit Werk zo velen slechts Liefde en hoop brengt?
Heel in het algemeen verwijs ik naar het menupunt “Ewiger Frühling” (Eeuwige Lente), dat U op de Maria Domina Animarum website kunt vinden. Misschien kent U deze rubriek nog niet. U kunt daar meer over het “waarom” van dergelijke aanvallen vinden, evenals datgene, wat de Moeder Gods Zelf daarover reeds heeft laten schrijven.
Jammer genoeg kon ik er wegens bepaalde omstandigheden reeds enkele malen niet omheen, te moeten vaststellen, dat het blijkbaar voor sommige zielen een doorn in het oog is, dat dit Apostolaat zelfs maar bestaat. Wanneer een Hemels Werk bepaalde zielen een aanstoot is, verraadt dat in elk geval de bron, van waaruit deze zielen zich laten inspireren. Een ziel van goede wil, die met een oprecht hart de bloei van haar Heil nastreeft, komt nooit tot mij met woorden, die slechts zijn bedoeld om te kwetsen en te verwoesten. Het blijkt, en dat doet mij bijzonder veel pijn, dat er zielen zijn, die menen, goede christenen te zijn, terwijl zij zich echter méér bezighouden met de verspreiding van dergelijke negativiteit, dan met het werken aan zichzelf en hun zielenheil.
Ik heb zelfs reeds bedreigingen moeten incasseren. Ik vind het zeer betreurenswaardig dat er zielen zijn, die zelfs beweren, geregeld de Myriam-geschriften te lezen, en niettemin zo oppervlakkig zijn, dat zij de Ware Liefde nog niet hebben herkend, en hun toevlucht nemen tot woorden, die klaarblijkelijk slechts één ding beogen: dit Werk publiek als bedrog te schandvlekken. Deze zielen hebben niet begrepen, verblind als zij zijn, dat een echt Hemels Werk niet door menselijke (duivelse) manipulaties vernietigd kan worden, en evenmin wat het in Gods ogen betekent, wanneer zij een dergelijke bedoeling ook “nog maar” diep in het hart koesteren.
Weest U maar niet bedroefd om mij. Ik word steeds opnieuw gewaarschuwd voor kwaadwillige bedoelingen in brieven, en mag deze principieel ofwel helemaal niet, ofwel niet tot het einde toe lezen. Zo beschermt de Moeder Gods Haar kleine werktuig.
2. Waar komen deze aanvallen vandaan? Aan de inhoud van de geschriften kan dit toch zeker niet liggen?
Ook op deze vraag zou U in principe over het algemeen het antwoord in het menupunt “Ewiger Frühling” (Eeuwige Lente) kunnen vinden. Er is echter nog iets:
Sommigen valt het schijnbaar moeilijk, dat Myriam op de website heeft laten aankondigen, dat in de Duitse geschriften fouten opgetreden zijn, en deze teksten om deze reden moeten worden herwerkt. Elke ziel die werkelijk heeft begrepen, dat het hier gaat om Hemelse Werken, vindt het normaal dat zelfs het kleinste “schoonheidsfoutje” betreurenswaardig zou zijn. Waarom wordt het mij dan door sommige zielen kwalijk genomen wanneer ik interpretatiefouten wil corrigeren? Het gaat hier om een Werk van de Moeder Gods. Ik kan, mag en wil mij niet veroorloven, dit Werk ook in andere talen dan mijn moedertaal niet op die wijze aan te bieden, zoals het door Maria oorspronkelijk was bedoeld. Geen mens heeft de mededelingen betreffende de wenselijke herwerking van de Duitse geschriften ooit als “laster” ten nadele van om het even welke ziel bedoeld. Klaarblijkelijk hebben enkele kwaadwillige zielen mij echter wel een dergelijke bedoeling in de schoenen geschoven. Aangezien geen mens in alle ernst iets dergelijks zou kunnen bedenken, komen dergelijke beschuldigingen klaar en duidelijk van de duivel. Lieve zus, mijn hart is er enkel en alleen op gericht, een zo zuiver mogelijke bijdrage, al moge deze nog zo gering zijn, voor Gods Heilswerken te leveren, in precies de vorm waarin het de Moeder Gods behaagt, Zich in en door mij uit te werken.
3. Waarom verdedigt U zich niet publiek? U kunt immers een Werk van de Moeder Gods niet laten verwoesten?
Lieve zus, een Werk dat waarachtig uit een Hemelse bron voortkomt, kan niet door mensen worden verwoest, ook al gaan deze nog zo kwaadwillig te werk. Dit Apostolaat is niet mijn eigendom, het behoort toe aan de Koningin des Hemels. Zouden de duivel en om het even welke ziel, die zich door hem in dwaling laat brengen en zich door één of andere kwaadwilligheid laat verblinden, het eigendom van de Moeder Gods kunnen verwoesten?
Myriam heeft een welomschreven roeping. Hiertoe behoort niet het publiek beantwoorden van brieven van zielen, die niet van goede wil zijn, en slechts willen kwetsen en verwoesten. Enige tijd geleden heb ik vernomen, dat op het internet zelfs polemieken (woordentwisten) over dit Apostolaat en over Myriam zelf worden gevoerd. Het is mij door Maria zeer strikt verboden, aan dergelijke polemieken deel te nemen. Ik heb daarvoor trouwens niet de geringste interesse, heb ze nog nooit gelezen, en zal ze zeer zeker ook nooit lezen. Polemieken, dat heeft de Moeder Gods mij reeds jaren geleden met klem gezegd, zijn het werkterrein van de duivel. Zielen die zich daarmee bezighouden, verspillen alle tijd, die God hen schenkt om aan zichzelf te werken en tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan bij te dragen. Ik zal mij zeker nooit aan diefstal van Gods tijd bezondigen. Het is U intussen wel reeds uit de geschriften bekend, dat Myriam volledig door de regel van de gehoorzaamheid jegens de Koningin des Hemels gebonden is. Het enige wat mij mag interesseren, is: de mij door Maria opgedragen taken (zowel de zichtbare als de verborgene, die trouwens het grootste gedeelte van mijn taken uitmaken) naar beste vermogen te volbrengen.
Kwaadwillige brieven noemt de Moeder Gods valstrikken van de duivel, en daaraan mag ik geen aandacht schenken. Zij Zelf zorgt ervoor... Zo ook hebben de zielen, die zich voor het schrijven van dergelijke brieven laten gebruiken, dit tegenover God te verantwoorden. Er wordt op deze wereld zeer veel geoordeeld en veroordeeld door zielen, die niet de volledige waarheid kennen, maar zich desondanks graag een schijnwaarheid laten aanpraten, die de duivel zeer goed past. Weest U niet boos op deze zielen, maar hebt U medelijden met hen, want zij weten niet wat zij doen, noch wie hen er in werkelijkheid toe aanzet.
Voor alles, wat door dit Apostolaat wordt verkondigd, ben ik geen enkele mensenziel enige rekenschap verschuldigd, alleen tegenover God en de Moeder Gods. De Moeder Gods weet wat Zij door mij doet, waarom, wanneer, en volgens welk tempo. Ik heb slechts de intentie, mijn levensopdracht te voltooien, en wel precies volgens de regels van de Hemel. Wat zielen doen met datgene wat zij door mijn nietigheid mogen ontvangen, gaat mij in principe niet eens aan. Ik mag mij daarmee zelfs niet bezighouden, want dat is een kwestie tussen de betrokken zielen en God. In dezelfde zin zijn ook diegenen, die mij publiek belasteren en woorden over mij verspreiden, die volledig uit het niets gegrepen zijn, slechts tegenover God daarover rekenschap verschuldigd. Ik kan hen er niet van weerhouden, te zondigen, ik kan slechts trachten, hun zonde niet nog te verergeren door ook nog zelf publiek op hun beschuldigingen en uitingen van onbegrip in te gaan. Mocht ik dat doen, dan kwamen niet alleen zij, maar ook ikzelf in de valstrikken van de duivel terecht, die er precies op uit is, een Hemels Werk door het slijk te halen, opdat het helemaal ongeloofwaardig te voorschijn zou komen.
U weet overigens, dat de duivel slechts op één ding uit is: dat men op zijn open uitnodigingen ingaat opdat hij een oorlog zou kunnen ontketenen. Mocht ik niet in alles door Maria bezield zijn, en mocht ik mij er in dergelijke gevallen toe laten verleiden, op die uitingen van kwaadwilligheid in te gaan, dan zou de duivel inderdaad zijn doel bereiken: dit Werk te verwoesten. Mij doet het uitermate veel pijn, wanneer zielen zich zo door “hem” laten vernederen door lokaas te willen zijn voor zijn jacht op een werktuig van de Moeder Gods.
Ik beklemtoon dat het nooit mijn bedoeling is geweest, en nog steeds niet is, kwaadwillige zielen op één of andere wijze van antwoord te dienen, want daar spant de duivel zijn nauwelijks zichtbare valstrikken. Net zoals de critici Jezus, de Messias, ooit trachtten te vangen en zich van Zijn woorden voor hun doelstellingen trachtten te bedienen, zo trachten de critici van een Hemels Werk dit ook in onze dagen te doen. Wat mij nochtans een paar maal tot reacties heeft genoopt – hoewel nooit via het internet, zo diep zou ik mij in de allerheiligste naam van de Koningin des Hemels nooit of nooit laten neerhalen – is het feit dat sommigen nog steeds niet hebben begrepen dat zij door hun kwaadwillig verbaal gedrag tegen Myriam en dit Apostolaat in wezen tegen de Koningin des Hemels Zelf zondigen, aangezien zij Haar woorden, Werken, en het door Haar gebruikte kanaal tot schietschijf van hun agressies maken. De handtekening van de satan wordt duidelijk zichtbaar waar zielen iets Hemels naar een laag-werelds niveau neerhalen en alles op een wereldse manier trachten te verklaren en “op te lossen”.
Ik kan U heel plechtig verzekeren, dat ik persoonlijk niet in het minst met iets te maken heb, noch ooit met iets te maken zal hebben, wat in het internet of door om het even welk ander kanaal met betrekking tot Myriam of dit Apostolaat is geschreven of nog zal worden geschreven. Ikzelf doe datgene waartoe de Moeder Gods mij oproept, niets méér en niets minder, en ik tracht dit werk in Vrede te volbrengen. God weet dat dit Werk zo omvattend is, dat ik – zelfs indien ik dit zou willen – absoluut geen tijd over heb om mij met wat dan ook bezig te houden, dat buiten mijn opdrachten voor de Moeder Gods ligt. De Hemel stelt het helemaal niet op prijs dat op het internet over Hemelse onderwerpen en over Hemelse Werken wordt gedebatteerd. Ik zal daar derhalve zeker nooit aan deelnemen, en zoals reeds vermeld, zal ik dergelijke teksten ook zeker nooit lezen. Dat hoort eenvoudigweg niet tot mijn taken, want dat brengt geen enkele ziel ook maar een halve meter dichter bij God.
Ik heb vernomen, dat blijkbaar op het internet buiten de Maria Domina Animarum website in mijn naam één en ander zou zijn verschenen. Wat dit ook moge zijn geweest, ik verzeker U, dat ik daarmee absoluut niets te maken heb, en ik verwijs desbetreffend graag naar Brief 493. In tegenstelling tot wat door sommigen wordt beweerd, heeft het mij nooit zelfs maar in het geringste geïnteresseerd, zielen te belasteren, integendeel: Ik predik op Maria’s woord de Ware Liefde, en ik geloof daarin als enige regel, die het leven van elke mensenziel überhaupt mag beheersen. Deed ook Jezus Zelf dat niet, en werd ook Hij niet beschuldigd van alles was lelijk is? Blijkbaar gaat de duivel nog steeds op dezelfde wijze te werk als tweeduizend jaar geleden.
Lieve zus, uiteindelijk legt Maria mij steeds weer dit antwoord in het hart:
“Bid voor je vijanden. Laat je niet verontreinigen door op beschuldigingen en kwaadwilligheden te antwoorden. Doe je dit wel, dan kan Ik de ketting van duisternis nooit breken”Zo leert de Koningin des Hemels mij vooral de laatste jaren met steeds meer nadruk, mij door geen enkele tegen mij gerichte kwaadwilligheid, uit om het even welke hoek deze ook mag komen, uit het veld te laten slaan, maar uitsluitend naar Boven (naar het Hart van Maria) te kijken. De arbeider die op de akkers van God de voren helpt trekken, kijkt niet achterom naar de voren: die behoren dan God toe. Maria heeft mij de regel opgelegd, onverstoorbaar mijn taken voor Haar te volbrengen en geen aandacht te schenken aan eventuele reacties, die dit Werk niet helpen opbouwen. Een Hemels Huis kan niet lang sterk blijven, wanneer men de duivel de kans geeft, architect te spelen.
Laten wij allen samen bidden opdat zielen, die zich laten gebruiken om ons Werk te belasteren in plaats van aan zichzelf te werken, uit hun ketenen bevrijd mogen worden. Zij zijn niet gelukkig, want zij hebben geen innerlijke Vrede. Maria kan hen deze teruggeven, maar heeft daarvoor onze inzet nodig. Gods wereld behoeft geen oorlogen, slechts de satan heeft oorlogen nodig. Dit Werk is Liefde, en moet Liefde blijven. Dat zal het ook, in de mate waarin onze harten op hetzelfde ritme slaan.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam


