TOTUS TUUS, MARIA !
TOEPASSING VAN DE WETENSCHAP VAN HET GODDELIJK LEVEN
Brieven van Myriam aan individuele zielen
Onderrichtingen specifiek gericht op concrete levenssituaties en levensvragen van zielen
Myriam van Nazareth

| (indien U aan Myriam hebt geschreven, gelieve U tevens deze belangrijke opmerking te lezen) |
www.myriam-van-nazareth.net

Brief 417
Heeft een embryo pijn bij zwangerschapsonderbreking?
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte dank voor Uw heel bijzondere vraag. Heeft een embryo pijn bij zwangerschapsonderbreking (abortus)? De Moeder Gods wil de zielen met betrekking tot dit thema op het volgende wijzen:
Op grond van biologische en medische kennis wordt gemakkelijk aangenomen, dat in een organisme waarin het zenuwstelsel niet volledig volgroeid is, geen pijn optreedt of kan optreden. Er moet echter met klem worden op gewezen dat het erop aankomt, vanuit welke kijk op de werkelijkheid men deze vraag benadert. Beschouwt men het leven als een louter biologisch proces en als een wisselwerking tussen biologische structuren en deelsystemen, dan zal men beslissingen nemen die bij een louter materieel levensbeeld zinvol zijn. Maar... wij mogen nooit vergeten dat het leven veel meer is dan een aaneenschakeling van biologische structuren, weefsels, cellen en stofwisselingsprocessen.
Alle leven is in essentie een kwestie van bezieling: al het stoffelijke leeft pas en slechts wanneer het met leven is bezield, en deze kracht, die wij "bezieling" noemen, maakt geen deel uit van de stoffelijke natuur, en staat boven al het stoffelijke. Zij is niet meetbaar, niet met de zintuigen waarneembaar, laat zich niet wetenschappelijk analyseren. Noch haar natuur, noch haar oorsprong, noch haar verloop kunnen worden aangetoond. De bezieling is nu eenmaal een kracht, die God voor Zich heeft voorbehouden. Wij mensenzielen zijn trouwens niet waardig haar natuur volledig te doorgronden. Wie dit niet aanvaardt, stelt zich automatisch bloot aan dwaaIdenken, want noch door het analyserend verstand, noch door de zintuiglijke waarneming kan het overgrote gedeelte van de werkelijkheid worden verklaard, waartoe al het Goddelijke behoort. Ik herinner eraan dat de Koningin des Hemels reeds vaker heeft benadrukt dat de werkelijkheid zoals wij mensen deze vanuit onze zintuiglijke waarneming kennen, nog geen tien procent van de hele werkelijkheid omvat. De analyserende en rationele geest kan daar nog één en ander extra bij denken, waardoor het waarneembare nog onderling kan worden gecombineerd, en op grond waarvan nog nieuwe inzichten kunnen worden ontsloten. Nochtans blijft het zintuiglijk waarneembare deel van de hele werkelijkheid zeer beperkt. Dit weerhoudt er de wetenschap nochtans niet van, uit de waarnemingen conclusies te trekken, waarvan zij meent dat deze waterdicht zijn.
De Moeder Gods heeft op dit alles de aandacht willen vestigen, opdat het volgende precies tegen de juiste achtergrond mag kunnen worden begrepen:
Het embryo lijdt daadwerkelijk bij abortus, en in deze context laat de Moeder Gods op drie punten wijzen:
-
De ziel die in het embryo is ingestort, ervaart bij abortus het Lijden van God Zelf vanwege het feit dat het menselijk wezen, dat volgens de Goddelijke Wetten van het groeiproces, en precies geleid volgens deze volmaakte Goddelijke Intelligentie, uit dit embryo zou moeten voortkomen, het door God voorziene leven niet mag beginnen.
Wanneer men het Plan dat God met de mensheid heeft, beschouwt als een levensboom, moet men zich abortus voorstellen als het verhinderen van de bloei van een twijg aan Gods levensboom. Deze twijg wordt door menselijk ingrijpen verhinderd om een Goddelijke Beschikking te voltrekken. Hij levert voor Gods Heilsplan geen vruchten meer op. De levensboom bloeit minder weelderig, levert minder vruchten op, en alle ellende in de wereld wordt langer in stand gehouden. Wij mogen namelijk nooit vergeten dat elk element van Gods Heilsplan enkel en alleen tot doel heeft, de vestiging van Gods Rijk op aarde te bevorderen, en dat telkens wanneer God (de Eeuwige Wijsheid) wordt verhinderd om een element van Zijn Plan met de mensheid te volbrengen, de voltooiing van dit Plan wordt opgeschort. Welnu, elke ziel wordt in de wereld gezonden met de bedoeling, haar bijdrage tot de bespoediging van deze voltooiing te leveren. Laten wij dus even de consequenties voor Gods Werken op aarde bedenken wanneer jaarlijks wereldwijd tientallen miljoenen abortussen worden uitgevoerd. Wanneer een menselijk embryo wordt afgedreven, ervaart de met het embryo verbonden ziel de spirituele pijn van het “van-de-levensboom-losgesneden-worden”. De mensenzielen zouden er goed aan doen, de invloed van dit gebeuren op het geheel van Gods Plannen en op de toestand en de levensvoorwaarden van de mensheid niet te onderschatten, want dit alles is zeer veel groter dan men denkt. -
In de mystiek is het fenomeen, waarbij een organisme lichamelijke ongemakken ervaart, die echter in het lichamelijk organisme zelf geen enkele bestaansreden lijken te hebben, welbekend. Dit fenomeen kan optreden bij zielen die ertoe geroepen zijn, het lichamelijk lijden van andere zielen te helpen dragen of deze te kunnen aanvoelen, opdat zij door toewijding en/of uitboeting op een vruchtbare wijze in Gods Heilsplan kunnen worden ingebouwd. In het lichaam van deze ziel met mystieke roeping is op het moment van dit lijden niets aan de hand wat dit lijden zou kunnen verklaren. Voor haar is het echter alsof zij het lijden – dat dus buiten haar lichaam zijn oorsprong vindt – heel precies aanvoelt, zij het wel “op het niet-stoffelijke niveau van haar wezen”. Deze verschijnselen kunnen van alles en nog wat omvatten, onder andere gevoelens van hevige koorts terwijl de lichaamstemperatuur volledig normaal is. Pijnen kunnen zeer plots optreden en verdwijnen, alsof een onzichtbare hand hen liet verschijnen en opnieuw verdwijnen.
Volgens hetzelfde principe kan een embryo waarin “logischerwijze” geen lichamelijke pijnervaringen kunnen optreden, daadwerkelijk op het niet-stoffelijke niveau van het wezen, dit wil zeggen in de ermee verbonden ziel, tijdens het voltrekken van de abortus leed ervaren. De ziel heeft deel aan de pijn van deze ingreep, kan deze echter vanzelfsprekend niet op waarneembare wijze tot uitdrukking brengen. -
Het menselijk embryo wordt onmiddellijk bij de ontvangenis in het hele net van de schepping ingebouwd. Concreet betekent dit, dat het in staat is, in de ziel alles aan te voelen wat op hem afkomt. Laten wij bovendien bedenken dat het embryo een zeer innige emotionele band met de moeder heeft en alles meekrijgt, wat in de moeder omgaat. Elke gedachte, elk gevoel, elke bestreving van de moeder wordt door het embryo gevoeld. Dit betekent onder andere dat ook de emotionele, spirituele en geestelijke pijn van de moeder in het embryo overvloeien.
Om al deze redenen voelt het embryo tijdens de abortus paniek. Het verzet zich tegen de bedoeling en de daad op zich, omdat het op grond van zijn vermogen tot zuivere, nog niet door de wereld beïnvloede waarneming de gevolgen van de abortus vermoedt.
Lieve zus, de Koningin des Hemels smeekt er de zielen heel vurig om, anders te leren denken en zich te ontsluiten voor een beschouwingswijze die zich niet laat leiden door de wankele denkprincipes van de wetenschap, die vandaag aantrekkelijk lijken en morgen blijken achterhaald te zijn. De zielen moeten zich voor ogen houden dat God hen nooit de absolute volheid van de kennis zal verlenen, omdat de mensenziel deze vanwege de erfzonde en de gehele zondelast niet waardig is. De kenniselementen die de Koningin des Hemels hier verleent, zijn geschenken van God die niet door het verstand kunnen worden doorgrond, doch slechts met een zuiver geloof kunnen worden aangenomen, omdat zij op de Waarheid zijn gebaseerd. Geen wetenschappelijke methode en geen onderzoeksinstrument zullen deze kennis ooit aantoonbaar kunnen vaststellen, maar voor de ziel die vast in Gods almacht gelooft, en zich ontsluit voor Gods Plannen ten gunste van de zielen, is zij de sleutel voor het openen van de deur tot het Ware Geluk, want de ziel die zich gedraagt in overeenstemming met de via mystieke weg verleende kennis, wordt in staat gesteld, beslissingen te nemen die precies met Gods Plannen in overeenstemming zijn.
Zalig de zielen die in nederigheid bereid zijn, aan te nemen dat abortus een overtreding is op de Goddelijke Wet, om het even of menselijke wetten abortus toelaatbaar verklaren of niet. Ik verwijs in dit verband graag nog naar de brieven 214 en 306. Het is tragisch dat zovele zielen zich in slaap laten sussen door de dwaalgedachte dat de wettelijke toelating van een goddeloos gedrag de ziel vrijspreekt. De wereldse toelating van een goddeloos gedrag kan de mens als bewoner van een land wel voor dit vergankelijke leven vrijspreken, doch niet de ziel voor Gods Wetten, die eeuwigdurende werking hebben.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle Zielen,
Haar Myriam
www.myriam-van-nazareth.net

Brief 429
Nogmaals de Meesteres in verband met de waarschuwingsboodschappen en met misverstanden met betrekking tot Haar leerstellingen in dit verband – waarschuwing voor misleidende interpretaties die volkomen tegen het christen-zijn indruisen
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Dank voor Uw antwoord. Duidelijkheidshalve wil ik erop wijzen dat er een reden is waarom Maria niet achter de door U aangehaalde boodschappen staat:
De Openbaring van de Heilige Johannes is natuurlijk juist. De Moeder Gods beweert ook niet dat God werkeloos toeziet hoe de wereld zich ontwikkelt. Waar Zij echter met de grootste nadruk steeds opnieuw op wijst, is het feit dat de waarschuwingsboodschappen door de duivel worden misbruikt. In die boodschappen bespeelt de satan de aangeboren behoefte van vele mensen om van elk kruis van het dagelijks leven te worden bevrijd. Deze boodschappen hebben derhalve tot gevolg dat de zielen niet meer aan zichzelf werken, doch er slechts op wachten dat Jezus terugkomt om hen uit hun ellende te bevrijden. De mens wil dus niet langer God dienen, maar verwacht dat God hem dient. De zielen worden er weliswaar toe opgeroepen, te bidden, maar dit gebed is dan gericht op de wederkomst van Jezus en niet op de eigen heiliging, waarbij naar deze wederkomst vooral wordt verlangd omdat daardoor eindelijk aan al het lijden van het leven een einde komt.
Precies daarvoor waarschuwt de Moeder Gods: Het overgrote deel van de zielen die naar de vervulling van deze boodschappen verlangen, doen dit vanuit een volledig verwrongen hartsgesteldheid, doordat zij niet de Liefde opbrengen om door liefdevol opgeofferd lijden Gods Werken te helpen bevorderen, zoals Jezus zo zeer heeft gewenst en zoals de Heilige Apostel Paulus het heeft verkondigd als de ware christelijke ingesteldheid: “om door het eigen lijden datgene aan te vullen wat nog aan het Lijden van Jezus ontbreekt” (wat aan het op zich volmaakte Lijden van Christus “ontbreekt”, is een door elke ziel bewust en uit louter Liefde verlangde eenheid van het eigen dagelijkse lijden met het Kruis van Christus). Alleen God weet wat in het hart van elke individuele ziel omgaat, maar de Moeder Gods spoort elke ziel ertoe aan, het eigen hart te onderzoeken en er in de eerste plaats vurig voor te bidden dat haar Liefde voortdurend moge groeien, omdat in Gods ogen slechts een leven van ononderbroken en uit Liefde tot God en tot Zijn Werken toegewijde beproevingen, een vruchtbaar leven is.
Uiteindelijk zal elke ziel volgens de mate van haar Liefde geoordeeld worden. De zielen behoren er onder geen beding voor te bidden of erop te wachten dat God hen van hun kruisen zou bevrijden, want het zijn precies de kruisen van het leven die de voltooiing van de Verlossing en de heiliging brengen. Jezus heeft toch gezegd dat wie Hem volgt, zijn kruis moet opnemen. Hij heeft niet gezegd dat Zijn volgelingen er moeten op wachten tot God komt om hen van hun kruisen te bevrijden, of dat zij moeten bidden om door God van hun beproevingen bevrijd te worden. Hij heeft Zich precies om die reden aan de hele Passie onderworpen, opdat de zielen dit Goddelijke voorbeeld zouden volgen. Het met Liefde geofferde en toegewijde lijden, en uitsluitend dit, wordt aan het Lijden van Christus toegevoegd om als act van medeverlossing het Goddelijke Heilsplan te voltooien en Gods Rijk op aarde te vestigen.
Daar zit het juist: De zielen moeten niet afwachten tot Jezus persoonlijk komt om het Rijk Gods vόόr hun ogen te grondvesten, om de “zondaars” van de aardbodem weg te vegen en de overigen zonder meer uit alle ellende te bevrijden, zij zouden beter bidden en offeren opdat zij de genade waardiger zouden worden om zich aan de hand van Gods richtlijnen voor de heiliging in die mate te kunnen zuiveren dat het Rijk Gods in hen zou kunnen worden gegrondvest. Hoe groter het getal der zielen wordt, dat zich er door liefdevolle inspanningen op voorbereidt dat in hen het Rijk Gods kan worden gegrondvest, des te sneller zal de mensheid als geheel de eenheid met Gods Wetten benaderen. De eenheid van de mensheid met Gods Wetten zou elke ramp in de schepping automatisch uitsluiten, want deze eenheid zou betekenen dat het evenwicht in de Schepping hersteld is, en daardoor Gods Rijk op aarde zou zijn gevestigd. God wil helemaal niet “waarschuwen”. Hij tracht te onderrichten, en in onze tijd doet Hij dit via de Wetenschap van het Goddelijk Leven.
God zal de zielen vanzelfsprekend waarschuwen, echter niet zoals sommigen ons willen laten geloven, maar diep in het individuele geweten. Juist daarom betreft het hier in de ware zin geen waarschuwingen, maar onderrichtingen en innerlijke omvorming. De natuurrampen zijn niet aan Gods hand toe te schrijven, doch aan het door de verschrikkelijke zondelast veroorzaakte onevenwicht in de schepping, zoals de Meesteres van alle zielen het nu reeds jaren laat verkondigen en aantonen. God wil niet de dood van de zondaar, maar wel zijn bekering, en Hij wil met dat doel voor ogen het geweten van elke ziel wekken, en wel op een zodanige wijze dat de zielen erdoor in staat worden gesteld, uit vrije wil elke afwijking tegenover de Goddelijke Wet in te zien, en niet uit angst voor één of andere bedreiging. Een gebed dat uit angst voor dreiging en straf wordt aangeboden, is voor God zo goed als waardeloos, want het ontspringt niet uit Liefde en uit vrije wil. De Koningin des Hemels laat nogmaals herhalen, opdat niemand hierover onwetendheid zou kunnen voorwenden:
-
wat heiliging is,
-
hoe de heiliging verwezenlijkt moet worden, en
-
hoe de schepping, die nu eenmaal zo is geprogrammeerd dat zij steeds tracht, Gods Wet, Intelligentie en Wijsheid voor honderd procent te volgen, in onevenwicht is gekomen, en daar derhalve ook op reageert.
Het staat elke ziel vrij, de haar door God geschonken levensuren te gebruiken om af te wachten tot God haar uit al haar ellende komt bevrijden. In Gods ogen komt dit echter neer op een verspilling van de door Hem geschonken levenstijd evenals op een gebrek aan ware christelijke inzet. Dit is immers niet het doel waartoe elke ziel van God een leven op aarde heeft gekregen. De enige twee doelstellingen van het leven zijn: de eigen heiliging, en de persoonlijke bijdrage tot de voltooiing van Gods Heilsplan. Geen van deze beide doelstellingen wordt verwezenlijkt doordat de ziel zou wachten op de komst van Jezus om van haar beproevingen te worden bevrijd, noch doordat zij daar gericht voor bidt, wel integendeel. Ik verwijs nogmaals met klem naar de tekst die Maria met deze bedoeling heeft laten schrijven, en die U op de nieuwe Myriam-website onder “Voorstelling van het Apostolaat – Apostolaat > Het Apostolaat en dreigboodschappen” kunt vinden.
Zoals ik bovendien reeds bij herhaling heb moeten schrijven, zou God nooit één of andere aanwijzing geven over het tijdstip waarop een gebeurtenis zal plaatsvinden (“in dat jaar”, “op die dag”, "binnen ... maanden of weken”...) omdat een dergelijke aanwijzing de voltooiing van Zijn Plannen volledig zou tegenwerken.
Dit moest ik U absoluut mededelen. Doordat ik mij, zoals in het verleden, nog steeds formeel van deze boodschappen distantieer, kom ik mijn gelofte van gehoorzaamheid tegenover de Koningin des Hemels na. Elke ziel die beslist, haar leven te richten naar die boodschappen, doet dit op haar eigen verantwoordelijkheid, vooral wanneer het gaat om een ziel die het onmetelijke geschenk heeft ontvangen, door de Meesteres van alle zielen de waarheid over het onevenwicht in de schepping ten gevolge van de zonden en het mechanisme van de voltooiing van haar Verlossing te mogen leren kennen. Ik voor mijn part weet dat ik nooit een woord heb verkondigd zonder dat dit mij door de Koningin des Hemels Zelf werd opgedragen.
Derhalve getuig ik met klem dat ik steeds slechts de Waarheid heb verkondigd zoals de Moeder Gods mij deze sedert jaren voor het Heil der zielen onderricht, en dat zal ik blijven doen, zolang de Moeder Gods mij dit opdraagt. Maria heeft mij toegestaan, U ook deze woorden over te brengen als woorden van genade, opdat U Waarheid en misleiding duidelijk moge kunnen onderscheiden. Het zal van de beslissing van de zielen zelf afhangen in hoeverre God de geschenken die hij voor de zielen wil bereiden, daadwerkelijk kan bereiden. Ik althans, hoop met heel mijn hart dat ook nu, via de Meesteres van alle zielen, niet nog eens moet blijken dat God de zielen het zaad van inzicht vruchteloos heeft geschonken. Vruchteloos zal het opnieuw zijn wanneer de zielen niet de Liefde kunnen opbrengen om de kruisen, waarin immers de wortels van de Wederkomst van Jezus in de eigen ziel en de grondvesting van Gods Rijk op aarde verborgen liggen, vastberaden aan te nemen, deze door vurige toewijding aan de Koningin des Hemels met het Kruis van Christus te laten versmelten, en zichzelf daarbij door de handen van de Meesteres in een spiegel van Christus te laten omvormen.
Ik wens U de ware Vrede van Christus in de Liefde van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
P.S.: Uit brieven met betrekking tot dit thema blijkt steeds opnieuw dat de meeste zielen die dreigboodschappen najagen of er zich intensief mee bezighouden, doorgaans misnoegd zijn en ontevreden over hun leven. Het meest betreurenswaardige daarbij is echter de vaststelling dat deze zielen in de ware zin van het woord doorgaans nauwelijks nog als gelovigen kunnen worden beschouwd, want een werkelijk gelovige ziel hangt niet vast aan verwachtingen tegenover dit stoffelijke leven, maar leeft voor het Eeuwige Leven, voor haar eigen heiliging, en om binnen Gods Heilsplan vruchtbaar te zijn. Uit het oogpunt van de christen die strijdt voor de vestiging van Gods Rijk op aarde, is dit een tragische vaststelling, want de ingesteldheid vanuit dewelke men een God verwacht die verwoest en die “diegenen die het waardiger zijn” of de “minder grote zondaars” uit hun beproevingen komt bevrijden, druist in tegen de hele gezindheid van Christus Zelf.
Bepaalde zielen zijn van mening dat zij reeds genoeg geleden hebben, en dat nu wel eens anderen aan de beurt mogen komen, en om deze reden verlangen zij naar de komst van een “zuiverende” Christus. Deze zielen verwachten echter geen God die innerlijk zuivert, dit wil zeggen, die zielen op de wegen naar hun heiliging leidt, doch een God die uiterlijk zuivert, dit wil zeggen, die de “onwaardige zondaars” van de aarde laat verdwijnen, en wel door rampen die Hij Zelf doet ontstaan of ten uitvoer brengt, opdat zielen massaal zouden bidden dat Hij ermee moge ophouden, deze rampen over de wereld te sturen, en dat Hij moge komen om diegenen te bevrijden die zichzelf voor goede christenen houden. Deze ingesteldheid bergt zeer grote gevaren in zich, en getuigt evenmin van een waar geloof in Gods Liefde.
Bepaalde zielen stellen dat de Moeder Gods toch Zelf rampen, en in aansluiting daarop de Wederkomst van Christus heeft voorspeld. Inderdaad, dat heeft Zij. De Meesteres van alle zielen spreekt dit ook in geen geval tegen. Nooit heeft Zij Haar Myriam het tegendeel laten schrijven. Maar ... Maria heeft nooit beweerd dat God hoogstpersoonlijk aan de basis van deze rampen en verwoestingen zal liggen. In de Wetenschap van het Goddelijk Leven onderricht Zij nu hoe de schokkende gebeurtenissen in de natuur te wijten zijn aan de spirituele gesteldheden en de zondelast van de mensheid, en niet aan één of andere wraakzucht van Gods wege of enige interventie van God op deze planeet.
Lieve zielen, laten wij aandachtig en waakzaam blijven, en constant bij ons geweten te rade gaan of wij ons nog in alle ernst christenen kunnen noemen wanneer wij niet langer de eigen heiliging en de verwezenlijking van Gods Heilsplan als levensdoelstellingen nastreven, doch slechts naar de bevrijding uit onze beproevingen verlangen. Wij moeten absoluut verlangen naar de Komst van Christus, want de ziel die niet verlangt naar de Eeuwige Liefde, is geen drager van het Goddelijk Leven. Wij moeten echter vanuit een spiritueel gezonde gesteldheid en tegen de achtergrond van gezonde verwachtingen naar Hem verlangen, dit wil zeggen dat het verlangen naar de Komst van Christus moet worden aangedreven door de wil om deze Komst volledig in harmonie met de Goddelijke Wet door eigen inzet in de navolging van Christus (dit wil zeggen: door het kruis en de beleving van de ware Liefde in alle details van ons dagelijkse leven) mogelijk te helpen maken.
De ziel die ermee begonnen is, de nalatenschap van Christus werkelijk te herkennen, weet dat het van haar actieve inzet in het eigen leven afhangt, in welke mate Christus in haar binnen kan komen.
Actieve inzet in de navolging van de Wetenschap van het Goddelijk Leven betekent:
-
de ontsluiting van de eigen heiligheid en het bevorderen van de voltooiing van Gods Heilsplan;
-
daardoor automatisch, krachtens de Goddelijke Wet, een vermindering van de rampen, aangezien deze ontstaan door het onevenwicht in de Schepping door de zondelast;
-
eveneens daardoor de geschikte voorbereiding op de Komst van Christus in de eigen ziel.
In de mate waarin deze Wederkomst zich in een toenemend aantal zielen voltrekt, wordt Gods Rijk op aarde gegrondvest. De Meesteres van alle zielen laat sedert verscheidene jaren verkondigen dat de totale toewijding aan Haar en de gewetensvolle en liefdevolle toepassing van Haar leerstellingen in de Wetenschap van het Goddelijk Levende de gouden weg naar dit doel zijn.
Zij onderwijst ons nu eenmaal in het ware christen-zijn, in de wegen naar de hoogste vruchtbaarheid.
Welke ziel zou derhalve in Gods ogen de meest vruchtbare zijn:
-
diegene die al haar denken, handelen en verwachten richt op berichten en voorspellingen met betrekking tot rampen en speculaties met betrekking tot de Komst van Christus,
of
-
diegene die onvoorwaardelijk haar hele wezen en haar hele leven in het teken van haar spirituele ontwikkeling en van haar bijdrage tot de voltooiing van Gods Werken stelt?
Gods Wijsheid zal het elke ziel in het hart fluisteren. De ziel zal het horen zodra zij het razen van de onheilsprofeten niet langer boven het zachte gefluister van de Koningin des Hemels verheft.
Myriam
www.myriam-van-nazareth.net

Brief 435
Hoe staat de Hemel tegenover het doden van dieren?
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zus in Jezus en Maria,
Van harte dank voor Uw vraag. De Koningin des Hemels heeft reeds veel medegedeeld over de rol van dieren en over het gebod, de dieren waarlijk lief te hebben. Momenteel is Zij mij aan het voorbereiden om in de zeer nabije toekomst een nieuw geschrift te schrijven, dat specifiek zal gaan over de rol van de dieren in de Heilsgeschiedenis. Aangezien alles in ons uniek Maria-Apostolaat op het door de Moeder Gods bepaalde tijdstip moet gebeuren, kan het nog een poosje duren alvorens dit geschrift werkelijk is geschreven. Alles hangt ervan af, welk Plan Maria precies koestert, en aan dat Plan wordt van dag tot dag vorm gegeven.
Ook ikzelf kijk hoopvol uit naar de totstandkoming van dit geschrift, want ik hou heel veel van de dieren. God Zelf heeft hen immers uit Liefde onder onze hoede gesteld.
Ik kan in elk geval nu reeds naar voor brengen dat de mens inderdaad ook de dieren niet behoort te doden. Deze stelling wordt heel gemakkelijk en vaak hard aangevallen, omdat het in de vleeshandel en andere op dieren georiënteerde nijverheidstakken om een enorme industrie gaat. Ik heb echter vanwege de Koningin des Hemels de opdracht ontvangen, steeds de Hemelse Waarheid te verkondigen, om het even welke reacties ik daardoor ook moge oogsten. Het is immers niet mijn levenstaak, voor de visies van de wereld op te komen, doch Gods Plannen en Werken te dienen.
Heeft Jezus ooit vlees gegeten? Maria heeft mij ooit gezegd dat Jezus een paar maal vlees heeft gegeten, maar dit niet heeft gedaan omdat Hij hieraan in het publiek de voorkeur zou geven of dit zou goedkeuren, en evenmin om dit gebruik als ‘door God toegestaan’ voor te stellen, doch slechts omdat Hij bij deze (zeer zeldzame) gelegenheden heeft willen vermijden, bij de andere aanwezigen “op te vallen”. Hij deed dit niet uit menselijk opzicht, maar om te vermijden dat Zijn gezelschap het onaangename gevoel zou hebben dat Hij het Hem aangeboden vlees niet zou eten. Jezus verkondigde immers ook tegenover Zijn apostelen: “Eet wat men U voorzet”. Wanneer een medemens aanstoot neemt aan ons gedrag, kan hij hierdoor ten prooi vallen aan een ondeugd, en kan zijn spirituele ontwikkeling hierdoor eventueel worden geremd. Weliswaar rust op elke mens de plicht, zelf te beslissen of hij aan zijn medemens aanstoot neemt, maar in bepaalde gevallen is het goed, een ziel in onze omgeving te helpen, het juiste te doen door ons net zoals zij te gedragen. Deze regel is weliswaar niet altijd juist, maar Jezus bezat het vermogen om onfeilbare beslissingen te nemen, volledig naargelang de situatie. Uiteindelijk wordt het gedrag van de ziel door God beoordeeld in functie van de hartsgesteldheid. Slechts daardoor kan worden verklaard waarom een gedrag dat in Gods ogen niet ideaal is, in bepaalde gevallen niettemin niet helemaal door Hem wordt afgekeurd.
In waarheid lijdt de Hemel eronder wanneer dieren worden geslacht voor consumptie. Voorlopig kunnen wij slechts bidden opdat méér zielen zouden inzien hoe zij daadwerkelijk met dieren moeten omgaan. Gods Wet verwacht van de mensenzielen dat zij tegenover de dieren God vertegenwoordigen, door hen Liefde en geborgenheid te schenken, hen bescherming te verlenen en hen met consideratie en respect te behandelen. Doordat ontelbaren de dieren niet zo behandelen, wordt de stroming van de Ware Liefde doorheen de schepping in hoge mate afgeremd en wordt veel duisternis op de aarde vastgehouden.
De mens behoort de dieren niet te doden. Hoewel God de dieren aan de mensen heeft toevertrouwd, hoort de mens niet te vergeten dat hij niet in de absolute zin heer over de schepping en de dieren is, maar in werkelijkheid “huurder” of “beheerder” van de schepping, terwijl God Zelf Eigenaar blijft. God heeft weliswaar tot de mens gezegd dat hij “over de schepping zou heersen” maar Hij heeft met deze uitspraak nooit bedoeld dat de mens vrij en tegen de Goddelijke Wetten zo over leven en dood van de dieren kan beschikken dat de schepping daardoor volledig in onevenwicht komt. Wij mogen nooit vergeten dat God de mensenziel de scepter over de schepping in de hand heeft gegeven... vόόr de erfzonde.
Vόόr de erfzonde was de mensenziel volkomen heilig, wat betekent dat zij zich precies in overeenstemming met de Goddelijke Wet gedroeg. Vanaf de erfzonde was de mensenziel zeer kwetsbaar en verleidbaar, zodat zij gemakkelijk van Gods Wetten afwijkt. In een dergelijke toestand is het niet meer passend dat de mensenziel in dergelijke mate meesteres over de schepping zou zijn dat zij vrij over leven en dood van medeschepselen kan beschikken, want zij kan dit eenvoudig niet meer doen met de garantie dat zij precies in overeenstemming is met Gods Wil, en zij derhalve Zijn Werken helpt bevorderen.
Om deze reden kan de mens door de beschikking over leven en dood van dieren in bepaalde gevallen Gods Werken tegenwerken. Wij moeten ons steeds voor ogen houden dat elke ziel slechts op aarde is om zich te heiligen (wat wil zeggen dat zij haar werken tot de hoogst mogelijke vruchtbaarheid voor Gods Werken moet leiden) en Gods Heilsplan te helpen verwezenlijken. Dit alles kan zij slechts doen in de mate waarin zij zich boven de zondigheid weet te verheffen, met andere woorden: in de mate waarin zij zich weet één te maken met Gods Wil.
De overgave aan God is pas volkomen wanneer de mensenziel de dood van elk dier volledig aan God overlaat. De Moeder Gods geeft er ondubbelzinnig de voorkeur aan dat de mensenzielen vurig bidden alvorens zij over leven en dood beslissingen nemen. De mens vergeet al te gemakkelijk, of houdt er meestal nauwelijks rekening mee, dat elk dier binnen Gods Plan een rol te vervullen heeft.
Wanneer dieren voor de mens een gevaar vormen (bijvoorbeeld bij plagen), zou de mens desondanks bij voorkeur in eerste instantie deze bedreigende of schadeverwekkende toestand aan de Moeder Gods moeten toewijden, bidden voor het herstel van het onevenwicht, en eventueel trachten, met behulp van natuurlijke middelen de dieren van zijn leefruimte weg te leiden, in plaats van onmiddellijk te kiezen voor het doden van de dieren.
De mens kan door het kweken het aantal dieren in positieve zin helpen bepalen. In negatieve zin kan de mens hun aantal helpen bepalen door stropen, jacht en economische handelingen (ontbossing enzovoort). Handelingen van de eerste categorie kunnen in bepaalde gevallen door God worden toegelaten. Ik heb het hier niet over de motieven voor het kweken, want wanneer deze louter economisch zijn, is het mogelijk dat God deze niet toejuicht, omdat zij aanleiding kunnen geven tot ondeugden. De handelingen van de tweede categorie kunnen in vele gevallen als ondeugdzaam worden geklasseerd (dit wordt mede bepaald door de hartsgesteldheid die heerst tijdens de handeling). Eens een dier bestaat, bouwt God dit zodanig in Zijn Plan in, dat het een punt (hoe klein het soms ook is) in Zijn net van Liefde wordt. Om deze reden zal de mens die dit punt op eigen initiatief uit dit Goddelijk net van Liefde verwijdert, altijd zijn handeling tegenover God moeten verantwoorden.
De ziel die er rekening mee houdt :
-
dat God de dieren voor bepaalde doeleinden heeft geschapen en dat het leven van elk dier afzonderlijk binnen Gods Plannen en Werken een zin heeft;
-
dat de dieren, evenals de mensenzielen punten in het net van de Goddelijke Liefdesstroom zijn en dat de mate waarin dit net intact wordt gehouden voor een groot gedeelte de mate van Licht en Liefde bepaalt die op de wereld voelbaar wordt, en derhalve eveneens de mate van Geluk en Vrede en – in omgekeerde zin – ook de ellende onder de mensenzielen;
-
dat God van de mensenziel verlangt dat zij liefdevol met de dieren omgaat aangezien deze een onderdeel van de ontwikkeling van de ziel vormen;
-
dat niet de mens maar God in de absolute zin Heer van de schepping blijft,
zal inzien dat, en waarom, het uit eigen beweging doden van dieren door mensenhand absoluut niet in alle gevallen wordt goedgekeurd. De door God verlangde omgang met dieren is in Zijn Wet van Liefde ingebed, en is eveneens getekend door de inachtneming van Gods Wil. De ziel kan Gods Wil slechts diep in het hart aflezen in de mate waarin zij zich zuiver houdt, dit wil zeggen, in de mate waarin zij zo gewetensvol op God gericht leeft, dat haar hart als een spiegel Gods Licht opvangt.
Wij weten intussen uit de Openbaringen van de Meesteres van alle zielen dat elke ziel uiteindelijk wordt geoordeeld naar de mate waarin zij in haar dagelijkse leven seconde na seconde de Liefde heeft beleefd. U mag nooit vergeten dat de onvoorwaardelijke Liefde tot de dieren door God zo mogelijk als nog groter wordt beschouwd dan de Liefde tot een medemens, in die zin dat de Liefde tot een medemens gemakkelijker door menselijk opzicht of eigenbelang kan zijn gekleurd dan de Liefde tot een dier. De onvoorwaardelijke Liefde tot een medemens is iets prachtigs, maar in de Liefde tot de dieren moet de mens soms een nog bredere kloof overwinnen. God doorgrondt het hart, en weet altijd wat precies in de liefhebbende ziel omgaat.
In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,
Haar Myriam
P.S.:
(1): Er werd mij reeds bij herhaling gevraagd, wat de Hemel zegt over het nuttigen van vis. Op deze vraag kreeg ik lange tijd geen antwoord. Na de Openbaring van 17 februari 2008 legde ik deze voor aan de Meesteres van alle zielen, doch destijds werd zij nog niet beantwoord. Veel later echter verduidelijkte de Koningin des Hemels dat Jezus bij bepaalde gelegenheden vis heeft gegeten:
Dit heeft de Meesteres van alle zielen mij verduidelijkt in een private onderrichting in juni 2011, die ik bij deze in essentie heb mogen weergeven. Toen Jezus Zich bij Zijn apostelen aansloot bij de visvangst, lag deze handeling aan de basis van bovenstaande symboliek, zij verwees niet naar het feit dat God het absoluut zou goedkeuren dat de visvangst als massa-industrie wordt gestimuleerd. De christen moet een visser van mensenzielen zijn, dat is zijn roeping.
(2): Moet de ziel, die om één of andere reden het eten van vlees of vis (nog) niet helemaal kan laten, zich dan na het lezen van de openbaring van 17 februari 2008 schuldig voelen? De Meesteres heeft er, wat dit betreft, later op gewezen, dat alleen God de harten volledig kan doorgronden en moet beoordelen, en dat elke ziel slechts jegens Hem verantwoording schuldig is betreffende de motieven waarom zij vlees en/of vis eet. De Koningin des Hemels vindt het in elk geval (ik citeer):
(uit een private onderrichting van de Meesteres van alle zielen aan Myriam).
Tegen de achtergrond van het besef, dat deze brief een thema behandelt, dat de meeste zielen aanbelangt, en derhalve ook velen in uiteenlopende mate kan raken, getuig ik bij deze dat ik, zoals steeds, uitsluitend de stelling van de Meesteres van alle zielen naar voor heb gebracht.
Myriam

